Feiten en context
Omgevingshandhaving vormt, naast planning en vergunningverlening, het derde luik van het omgevingsbeleid. Omgevingshandhaving is gericht op het controleren en afdwingen van de naleving van regelgeving inzake ruimtelijke ordening, milieu en onroerend erfgoed.
Juridische gronden
● Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
● Het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
● Het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
● De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
● Het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
● Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 mei 2021.
● Het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeente Tielt-Winge, goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 december 2025.
Adviezen
Geen adviezen.
Argumentatie
De gemeente Tielt-Winge heeft in zitting van 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd. Binnen de beleidsdoelstelling "Een groene en klimaatbestendige gemeente" werd voorzien in de opmaak van een beleidsplan Omgevingshandhaving.
Het beleidsplan Omgevingshandhaving 2026-2031 heeft als doel een transparant, efficiënt en doelmatig handhavingsbeleid uit te werken. Het plan bepaalt de prioriteiten waarop de gemeente haar handhavingscapaciteit inzet en beschrijft de strategieën die daarbij worden toegepast.
Door de beperkte beschikbare middelen is het noodzakelijk om duidelijke beleidskeuzes te maken en de beschikbare capaciteit gericht in te zetten op overtredingen met de grootste maatschappelijke impact. Het beleidsplan biedt hiervoor een kader en draagt bij aan een consequente, rechtszekere en geloofwaardige handhaving.
Naar aanleiding van intern overleg werden enkele bijkomende accenten opgenomen in het beleidsplan. Zo worden reliëfwijzigingen expliciet opgenomen als prioritaire stedenbouwkundige overtreding omwille van hun mogelijke impact op de waterhuishouding, erosieproblematiek, landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit.
Daarnaast wordt de prioriteit inzake het niet naleven van vergunningsvoorwaarden verder verduidelijkt door een niet-limitatieve opsomming van voorwaarden die prioritair zullen worden opgevolgd, waaronder heraanplantingen, voorwaarden verbonden aan verkavelingen en voorwaarden opgelegd in ruimtelijk of ecologisch gevoelige gebieden.
Financiële gevolgen
Er zijn geen financiële gevolgen.
Bijlagen
Beleidsplan Omgevingshandhaving 2026-2031.
Besluit:
eenparig aangenomen.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist het hierna volgende Beleidsplan Omgevingshandhaving 2026-2031 goed te keuren.
1. Inleiding
Omgevingshandhaving vormt, naast planning en vergunningverlening, het derde luik van het omgevingsbeleid. Omgevingshandhaving is gericht op het controleren en afdwingen van naleving van regels omtrent milieu, ruimtelijke ordening (stedenbouw) en onroerend erfgoed. Handhaving draagt bij tot de realisatie van een sterk omgevingsbeleid door:
● de nalevingsgraad van vergunningen en regelgeving te verbeteren,
● instrumenten gericht in te zetten om schendingen snel te stoppen en herstel te realiseren.
De gemeente gaat er op het gebied van de haar bij wet toegewezen taken vanuit dat toezicht en handhaving uiteindelijk leiden tot een betere en betrouwbare dienstverlening voor haar inwoners en bedrijven en bijdragen aan een duurzame, veilige en kwalitatieve leefomgeving.
Het beleidsplan Omgevingshandhaving zorgt ervoor dat er structureel, efficiënt en gericht wordt gehandeld. De gemeente wil rechtszekerheid, gelijke behandeling en geloofwaardigheid garanderen, alsook transparant zijn naar haar inwoners over haar doelstellingen en beweegredenen.
2. Situatie en context
De gemeente Tielt-Winge heeft in zitting van 15 december 2025 haar meerjarenplan 2026-2031 goedgekeurd. Voorliggend beleidsplan geeft uitvoering aan volgende beleidsdoelstelling:
Een groene en klimaatbestendige gemeente.
Als een eerste stap om uitvoering te geven aan deze intentie is er nood aan de opmaak van een doordacht en transparant beleidsplan Omgevingshandhaving.
De focus in het op te maken beleidsplan Omgevingshandhaving wordt gelegd op het uitwerken van een concrete handhavingsaanpak op basis van prioriteiten en aan de hand van verschillende strategieën. De gemeente heeft slechts beperkte middelen om uitvoering te geven aan het handhavingsbeleid. Het handhavingsbeleid moet daarom impactvol zijn door zich te richten op maatschappelijke uitdagingen, maar zonder proportionaliteit en uitvoerbaarheid uit het oog te verliezen.
3. Doelstellingen
3.1. Efficiënte en beleidsmatige handhaving
Efficiënte handhaving heeft als uitgangspunten het voorkomen van schendingen en het voeren van een gedifferentieerd handhavingsbeleid. Efficiënt betekent ook dat er correct wordt omgegaan met de beschikbare middelen en de beschikbare mensen.
Dat vraagt beleidsmatige keuzes door het vastleggen van handhavingsprioriteiten die gericht zijn op doorwerking van het beleid op het terrein. Beleid voeren betekent kiezen welke misdrijven en inbreuken voorrang hebben en welk handhavingstraject er vooropgesteld wordt om tot herstel te komen.
Handhavingsprioriteiten vastleggen zorgt voor een transparante aanpak op basis van de beleidskeuzes en vermijdt dat er op basis van klachten wordt gereageerd. Klachten of meldingen die niet aansluiten bij de vooropgestelde prioriteiten, worden via een andere weg opgevolgd.
We kiezen voor optimalisatie en niet voor maximalisatie en we werken aan een stevig netwerk, zodat handhavingstaken door de meest geschikte actor kunnen opgenomen worden.
3.2. Effectieve handhaving
Effectieve handhaving is gericht op de verwezenlijking van zo snel mogelijk en zo goed mogelijk herstel, m.a.w. op probleemoplossend werken.
Toezicht en preventieve handhaving en, indien vereist, sanctionerend handhaven zullen uiteindelijk leiden tot een betere en betrouwbare dienstverlening voor de inwoners en bedrijven van de gemeente.
3.3. Doelmatige handhaving
Doelmatige handhaving wordt gestuurd door het bepalen van de prioriteiten. Doelmatig handelen betekent dat elke actie in proportie is met de concrete situatie.
Evenzeer zetten we in op monitoring en evaluatie zodat tijdig kan worden bijgestuurd.
4. Handhavingsprioriteiten
Om de beschreven doelstellingen te behalen, zet het bestuur zowel in op proactieve als op reactieve handhaving van haar gekozen handhavingsprioriteiten. Daarenboven streeft ze naar een optimalisatie van de samenwerking tussen de relevante handhavingsactoren.
We bepalen per omgevingsdomein een beperkt aantal handhavingsprioriteiten die op hun beurt zowel proactief als reactief worden gehandhaafd.
4.1 Prioritaire stedenbouwkundige overtredingen
Volgende handelingen die een stedenbouwkundig misdrijf -of inbreuk vormen, worden benoemd als prioritaire overtredingen.
4.1.1 Het niet naleven van voorwaarden in de omgevingsvergunning
Omgevingsvergunningen worden vaak voorwaardelijk verleend. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om een project ruimtelijk, landschappelijk, functioneel of milieutechnisch aanvaardbaar te maken. De niet-naleving ervan vormt daarom een prioritaire overtreding.
Bijzondere aandacht gaat uit naar voorwaarden die een wezenlijk onderdeel vormen van de vergunning en die werden opgelegd om de ruimtelijke kwaliteit, de landschappelijke integratie, de biodiversiteit, de waterhuishouding of de leefbaarheid te waarborgen.
Prioritair worden onder meer opgevolgd:
● opgelegde heraanplantingen van bomen, houtkanten, hagen of andere landschappelijke elementen;
● de aanleg en instandhouding van groenschermen, bufferzones of andere groenvoorzieningen;
● voorwaarden verbonden aan verkavelingen, zoals de aanleg van gemeenschappelijke infrastructuur, groenvoorzieningen, wadi's of andere waterbeheersingsmaatregelen;
● voorwaarden opgelegd in ruimtelijk of ecologisch gevoelige gebieden;
● voorwaarden die betrekking hebben op de beperking van verharding, waterinfiltratie of de bescherming van bestaande natuurlijke elementen;
● voorwaarden die werden opgelegd om mobiliteits- of parkeerimpact te beheersen.
4.1.2. Excessieve verhardingen
De verhardingsgraad van het grondgebied van de gemeente Tielt-Winge neemt toe en bedroeg in 2023 9,9% van het totale grondgebied, tegenover 9,2% in 2013 (Provincie in cijfers). Hoewel de verhardingsgraad hiermee ruim onder de verhardingsgraad van de provincie Vlaams-Brabant ligt (14,7%) blijft het beperken van de verharding een aandachtspunt. Verhardingen worden vaak als kleinschalige ingrepen beschouwd maar hebben aanzienlijke ruimtelijke, ecologische en hydrologische gevolgen.
Verhardingen verminderen de infiltratiecapaciteit van de bodem en tasten de natuurlijke bodemfuncties aan, wat kan leiden tot verdroging en een afname van de biodiversiteit. Daarbij is het onderscheid tussen waterdoorlatende en niet-waterdoorlatende verhardingen in deze context van ondergeschikt belang. Daarnaast dragen verhardingen bij aan hittestress en kunnen zij aanleiding geven tot ongewenste neveneffecten, zoals het gebruik van gronden voor het stallen van voertuigen of het opslaan van materialen, materieel of afval.
De handhaving richt zich op excessieve verhardingen. De beoordeling gebeurt aan de hand van volgende criteria: de aard van de verharding, de verhouding van de verharde oppervlakte ten opzichte van de totale perceelsoppervlakte, de planologische ligging, de functionele invulling en de geldende verordenende voorschriften.
4.1.3 Niet-vergunde of strijdige reliëfwijzigingen
Het natuurlijke reliëf vormt een essentieel onderdeel van het landschap en speelt een belangrijke rol in de waterhuishouding, erosiebeheersing en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied.
Niet-vergunde reliëfwijzigingen kunnen leiden tot gewijzigde afwateringspatronen, een verhoogd risico op wateroverlast en erosie en een aantasting van landschappelijke en ecologische waarden.
De gemeente Tielt-Winge kent verschillende hellende gebieden en erosiegevoelige zones. Om die reden worden niet-vergunde reliëfwijzigingen en reliëfwijzigingen die uitgevoerd worden in strijd met de vergunning prioritair gehandhaafd.
Bij de beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met:
● de omvang van de reliëfwijziging;
● de ligging in erosiegevoelig of overstromingsgevoelig gebied;
● de impact op de afwatering van aanpalende percelen;
● de aantasting van landschappelijke, natuur- of erfgoedwaarden;
● de aanwezigheid van grondverzet, ophogingen of afgravingen die niet overeenstemmen met de vergunde toestand.
4.1.4. Functiewijzigingen
Het bepalen van de juiste, toegelaten functie in een bepaald gebouw of constructie is één van de meest essentiële taken van stedenbouw. Dit heeft niet alleen te maken met de bestemming van het gebied, maar eveneens met het zoeken naar evenwicht tussen de diverse noden en verwachtingen. Het impliceert ook toezicht op het vermijden van (potentiële) conflicten.
Omdat functiewijzigingen vaak niet binnen de gewestelijke (gebiedsgerichte) prioriteiten vallen en de gemeente bij uitstek zicht heeft op lokale gevoeligheden zoals leefbaarheid en mobiliteit, worden functiewijzigingen weerhouden als prioriteit.
4.2. Prioritaire milieu overtredingen
Volgende handelingen die een milieumisdrijf -of inbreuk vormen, worden benoemd als prioritaire overtredingen.
4.2.1. Afval, sluikstort en asbest
Afval en sluikstorten zijn niet alleen een bron van maatschappelijke ergernis maar brengen ook een mogelijk risico met zich mee op verontreiniging van de bodem. Grove overtredingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de volksgezondheid alsook doorwerken in overlast door ongedierte (duiven, ratten, ...).
De Vlaamse Regering streeft ernaar onze leefomgeving uiterlijk tegen 2040 asbestveilig te maken. Die doelstelling staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een breder beleid, zoals op het vlak van klimaat, circulair bouwen en ruimtelijke ordening. Het correct verwijderen van asbest is essentieel om gezondheidsrisico’s en milieuschade te vermijden.
4.2.2. Het niet naleven van de vergunningsvoorwaarden (exploitatie)
De gemeente is vergunningverlenende overheid van de klasse 2- en toezichthoudende overheid van de klasse 2- en 3-inrichtingen. Daarbij worden op grond van het Omgevingsvergunningendecreet vergunningen met onbepaalde duur verleend.
De gemeente engageert zich om deze inrichtingen te blijven opvolgen, waarbij overtredingen van klasse 2 en 3 inrichtingen en opgelegde bijzondere voorwaarden prioritair zijn.
4.2.3. Bronbemalingen
Grondwater in Vlaanderen is een schaars goed. Door de hoge bevolkingsdichtheid, de toenemende verharding en gebrek aan voldoende infiltratie, het ontbreken van grote rivieren is de waterbeschikbaarheid per inwoner in Vlaanderen zeer laag. De klimaatverandering met aanhoudende droogteperiodes maakt het probleem nog nijpender. Controle op bemalingen is één van de acties waarmee handhaving bijdraagt aan de beperking van de waterschaarste.
4.3. Prioritaire onroerend erfgoed overtredingen
Volgende handelingen die een onroerend erfgoed misdrijf -of inbreuk vormen, worden benoemd als prioritaire overtredingen.
4.3.1. Het niet naleven van het actief of passief behoudsbeginsel
Het actief behoudsbeginsel zegt dat men tijdig werken moet uitvoeren voor de instandhouding, de beveiliging, het beheer, de herstelling en het onderhoud van zijn/haar beschermd goed. Dit ter voorkoming van verwaarlozing van het beschermd erfgoed. Het passief behoudsbeginsel zegt dat het verboden is om beschermde goederen te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of andere handelingen te stellen die de erfgoedwaarde kunnen aantasten. Ook het moedwillig negeren van archeologie valt hieronder.
4.3.2. Slopen van een in de vastgestelde inventaris bouwkundig erfgoed opgenomen onroerend goed
Bij sloop gaan alle erfgoedwaarden verloren. Indien men een vastgesteld relict wil slopen, dient men over een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen te beschikken.
4.3.3. Misdrijven tijdens het archeologietraject
Het is verboden een archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, een archeologische opgraving of graafwerken met de bedoeling archeologische sites op te sporen en vrij te leggen of archeologische artefacten uit hun originele context te verwijderen; uit te voeren zonder of in strijd met de uitvoerbare toelating, de Code van Goede Praktijk, de voorwaarden of maatregelen van de toelating, de bekrachtigde archeologienota, de archeologienota waarvan akte is genomen, de bekrachtigde nota of de nota waarvan akte is genomen.
De Code van Goede Praktijk voor Archeologie en Metaaldetectie vormt de standaard voor de kwaliteit van archeologisch onderzoek. Men kan deze raadplegen op de website van het Agentschap Onroerend Erfgoed.
4.3.4. Werken zonder/in strijd met vergunning, melding of toelating
Voor het uitvoeren van werken aan beschermd onroerend erfgoed heeft men een toelating, melding en/of omgevingsvergunning nodig. Deze toelatingen staan vermeld in hoofdstuk 6 van het Onroerenderfgoedbesluit.
4.4. Uitzonderingsbepalingen
In volgende gevallen en voor zover proportioneel en gemotiveerd, kan handhaving prioritair worden opgestart.
● Indien als preventieve maatregel een beveiligingsmaatregel kan worden opgelegd.
● Het omgevingsmisdrijf heeft ernstige gevolgen.
● Er is betekenisvolle (duidelijke) schade aan de volksgezondheid.
● Er is belangrijke potentiële schade aan de volksgezondheid.
● Het omgevingsmisdrijf genereert een belangrijk vermogensvoordeel.
● Recidivisme.
● Opzettelijke schendingen van toezichtrechten.
5. Strategie
Voor de uitvoering van het beleidsplan omgevingshandhaving wordt gebruik gemaakt van twee handhavingstrategieën: proactieve handhaving en reactieve handhaving. De procedures en bevoegdheden worden vanaf 1 april 2026 geregeld in het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH).
5.1. Proactief handhaven
Proactieve handhaving richt zich op toezicht en inspectie met als doel overtredingen te voorkomen. Deze strategie heeft een positieve insteek en zorgt voor een grotere bewustwording om de regelgeving na te leven.
Minstens 25% van de beschikbare werktijd wordt voorbehouden voor proactieve handhaving.
In eerste instantie worden omgevingsvergunningen gecontroleerd waarin de bovenvermelde prioriteiten voorkomen (zowel na vergunning, ev. voorwaardelijk, als na weigering). Indien het aantal te controleren dossiers niet in verhouding is tot de beschikbare tijd, worden deze controles steekproefsgewijs gedaan. Verder kunnen ook recidivisten proactief gecontroleerd worden teneinde nieuwe misdrijven te vermijden. Tot slot zal worden onderzocht of en hoe er met geografische informatiesystemen en artificiële intelligentie prioritaire omgevingsmisdrijven kunnen opgespoord worden.
Toezichthouders kunnen alle raadgevingen geven die ze nuttig achten om dreigende misdrijven, inbreuken of normschendingen te voorkomen. Als naar aanleiding van een proactieve controle een prioritair omgevingsmisdrijf, inbreuk of normschending wordt vastgesteld, dan wordt een handhavingstraject opgestart.
5.2. Reactief handhaven
Reactieve handhaving richt zich op opsporing van omgevingsmisdrijven met als doel herstel en remediëring (curatief optreden). Er wordt uitsluitend een handhavingstraject opgestart voor recente1 prioritaire overtredingen.
Toezichthouders kunnen een waarschuwing richten tot de overtreder. De waarschuwing bevat het verzoek om zich binnen een bepaalde termijn in regel te stellen, de schadelijke gevolgen van het misdrijf, de inbreuk of de normschending te herstellen en het bewijs daarvan te verschaffen. Het is een instrument om de overtreder een laatste kans te geven om zonder verdere sanctionering de schending ongedaan te maken.
Bij het vaststellen van een inbreuk of normschendingen kunnen de toezichthouders een verslag van vaststelling opstellen dat aan de beboetingsinstantie wordt gericht.
Bij het vaststellen van een misdrijf kunnen de toezichthouders een proces-verbaal opstellen dat aan het openbaar ministerie wordt gericht. Een afschrift van het proces-verbaal wordt steeds aan de beboetingsinstantie verstuurd. Toezichthouders hebben een uitdrukkelijke discretionaire bevoegdheid om al dan niet een verslag van vaststelling of een proces-verbaal op te maken.
De herstelinstantie is aangewezen om toe te zien op herstel en beveiliging en heeft de bevoegdheid om herstelmaatregelen te nemen aan de hand van drie herstelvormen: feitelijk herstel, herstel bij feitelijk equivalent, herstel bij financieel equivalent. Daarbij wordt de rangorde tussen deze drie herstelvormen gerespecteerd.
De herstelinstantie krijgt voor het lokale omgevingshandhavingsbeleid vorm in de persoon van de burgemeester (of zijn plaatsvervanger), de toezichthouder (milieu) en de gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur.
De herstelinstantie kan een aanmaning richten tot de herstelplichtige overtreder. Via de aanmaning kan de overtreder met herstelplicht worden aangemaand tot:
● administratieve regularisatie,
● de uitvoering van maatregelen gericht op feitelijk herstel,
● de uitvoering van inperkende maatregelen.
Het is een instrument om de overtreder een laatste kans te geven om vrijwillig tot herstel over te gaan. Het is aan de overtreder om een melding te doen van het uitgevoerde herstel opgenomen in de aanmaning.
De herstelschikking is een overeenkomst tussen de herstelinstantie en overtreders of andere belanghebbenden die is gericht op het vrijwillig herstel van publieke schade. Het aangaan van deze verbintenis is vrij maar eens ondertekend, is de uitvoering ervan verplicht.
De herstelinstantie kan via een bestuurlijke of gerechtelijke herstelprocedure ten aanzien van een herstelplichtige de maatregelen (laten) opleggen. Een bestuurlijke herstelbeslissing neemt de vorm aan van een bestuurlijk herstelbevel of de toepassing van bestuursdwang. De rechter kan aan overtreders met een herstelplicht publieke herstelmaatregelen opleggen via een gerechtelijke herstelbeslissing. De strafrechter beslist hierover ambtshalve of op vordering van de herstelinstantie of het openbaar ministerie. De burgerlijke rechter beslist op vordering van de herstelinstantie.
5.3. Samenwerking handhavingsactoren
Efficiënt en doelmatig handhaven vraagt een samenwerking tussen de verschillende handhavingsactoren.
5.3.1. Interne samenwerking
De gemeente wordt voor de uitvoering van haar handhavingstaken ondersteund door de zelfstandige groepering Interleuven Ondersteunende Activiteiten, waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten. Interleuven beschikt over ervaren handhavers op vlak van milieu, ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed. Door hun aanwezigheid in de regio en hun betrokkenheid in verschillende overlegorganen (Vlinter- en VVSG-overleg, Forum Omgevingshandhaving) versterkt deze samenwerking de expertise en kennis inzake omgevingshandhaving.
De samenwerking steunt op constructieve en flexibele afspraken tussen de intergemeentelijke handhavers en de gemeentelijke omgevingsdienst. In zoverre mogelijk, wordt handhaving ingebed in de gebruikelijke werking van deze dienst. Zo wordt ook de samenwerking met andere samenwerkingsverbanden (IOED, IGO, Regionale Landschappen, …) versterkt.
Tevens is een gerichte samenwerking met de burgemeester en de politiezone noodzakelijk ter opvolging van de handhavingsdossiers. Hiertoe wordt er minstens elk kwartaal een gemeentelijk handhavingsoverleg georganiseerd.
5.3.2. Externe samenwerking
Het team omgevingshandhaving van Interleuven waakt in het bijzonder over de kwaliteit van de samenwerking met de gewestelijke omgevingsinspectiediensten. Het gaat daarbij om zowel de rechtstreekse contacten met de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteurs, milieu-inspectie en de natuurinspecteurs als de inspectiediensten van andere entiteiten (zoals VLM, OVAM, VMM).
Het openbaar ministerie en de gewestelijke beboetingsentiteit worden geïnformeerd over het gemeentelijk handhavingsbeleid. De nodige afspraken worden gemaakt voor een gestroomlijnde en uniforme aanpak bij het doorsturen van het handhavingsdossier en het opvolgen van het handhavingstraject.
Waar nodig, wordt omgevingshandhaving in een breder kader opgenomen, zoals de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. De rol van het arrondissementeel informatie- en expertisecentrum Vlaams-Brabant (ARIEC) wordt hier naar voor geschoven. Dossiers die hiervoor in aanmerking komen, worden besproken op het handhavingsoverleg.
6. Evaluatie en monitoring
Een performante opvolging laat een betrouwbare rapportering toe op basis waarvan kan gemonitord worden of de beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd en of de handhavingsprioriteiten nog relevant zijn. Eveneens wordt relevante kennis en informatie uit handhavingsvaststellingen doorgegeven aan collega’s die verantwoordelijk zijn voor planning en vergunningverlening.
De handhavingsactiviteiten worden opgevolgd in het dossierbehandelingssysteem InLinio. Hierin worden alle mogelijke schendingen geregistreerd en gemarkeerd als prioritair/niet-prioritair. Dit laat toe om de dossiers efficiënt en planmatig te organiseren.
Tijdens het eerste gemeentelijke handhavingsoverleg van het jaar wordt gerapporteerd over de handhavingsactiviteiten van het vorige kalenderjaar.
Minstens elke zes jaar wordt het beleidsplan omgevingshandhaving herzien door de gemeenteraad.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere uitvoering van dit besluit
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan Interleuven.
Artikel 4
Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals dit wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.