Feiten en context
De gemeenteraad besloot in zitting van 18 februari 2021 dat de grondstrook gesitueerd tussen Houwaartsebergweg 20 - Haldertstraat 157 - Haldertstraat 159 gedurende de voorbije 30 jaar publiek gebruikt werd.
De gemeenteraad belastte het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan overeenkomstig de bepalingen van het decreet houdende de gemeentewegen.
Landmetersbureau Intertopo bv, met kantoren te Halensebaan 68B, 3290 Diest werd gelast met deze opdracht. Het rooilijnplan met referentie 5913 van 3 oktober 2025 werd opgesteld door Landmetersbureau Intertopo bv.
De gemeenteraad besloot in zitting van 19 maart 2026 tot de voorlopige vaststelling van het rooilijnplan van de gemeenteweg tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat.
Juridische gronden
● Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
● Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019.
● Beslissing van de gemeenteraad van 21 september 2023 houdende de voorlopige vaststelling van het rooilijnplan te Houwaartsebergweg - Haldertstraat.
● Beslissing van de gemeenteraad van 16 november 2023 houdende de definitieve vaststelling van het rooilijnplan te Houwaartsebergweg - Haldertstraat.
● Ministerieel besluit van 26 april 2024 houdende de vernietiging van de beslissing van 16 november 2023 van de gemeenteraad houdende de definitieve vaststelling van het rooilijnplan te Houwaartsebergweg - Haldertstraat
● Beslissing van de gemeenteraad van 19 maart 2026 houdende de voorlopige vaststelling van het rooilijnplan te Houwaartsebergweg - Haldertstraat.
● Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 28 april 2026 houdende de verlenging van het openbaar onderzoek.
Adviezen
Er werden geen adviezen uitgebracht.
Argumentatie
Uit het ontwerp van rooilijnplan, opgemaakt door landmetersbureau Intertopo bv met kantoor te Halensebaan 68B, 3290 Diest van 3 oktober 2025, blijkt duidelijk de toekomstige rooilijn van de weg.
Gezien het voornemen tot het vaststellen van de rooilijn ter hoogte van deze weg tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat uitvoering geeft aan artikel 3 (doelstellingen) en aan artikel 4 (principes) van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 werd het aan deze artikels getoetst.
Het gemeentebestuur beschikt over de volgende documenten met betrekking tot deze weg:
● Vonnis 31 maart 1931
● Vonnis 25 november 1931
● Verzoekschrift van 18 december 2020 conform artikel 13§2 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en 57 verklaringen in deze zin.
● Gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2021
● Collegebesluit van 8 juni 2021
● Vonnis vredegerecht 19 april 2022
● Arrest van de Raad van State van 28 april 2023
● Vonnis van de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 18 oktober 2023.
Het vaststellen van de rooilijn beoogt de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau.
Ter hoogte van de Haldertstraat tot het pand te Haldertstraat 157 is de weg verhard. Deze weg wordt niet gebruikt voor doorgaand verkeer, enkel de plaatselijke bewoners voor hun lokale ontsluiting.
Verderop betreft het een onverharde weg in gras, ter hoogte van Houwaartsebergweg 18 en 20 wordt de weg voornamelijk gebezigd door voetgangers en fietsers.
De gemeenteraad stelde op 18 februari 2021 conform het Decreet gemeentewegen vast dat de grondstrook gesitueerd tussen Houwaartsebergweg 20 - Haldertstraat 157 - Haldertstraat 159 gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd.
Gezien het feit dat op de weg een (publiek) recht van doorgang rust, dient deze weg opgevat te worden als een gemeenteweg overeenkomstig het Gemeentewegendecreet. Een gemeenteweg is een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond.
De wegbedding is ter hoogte van de Houwaartsebergweg 20 1,6 meter breed. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 341C en 344 is dit 1,6 meter. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 340M en 345A is dit minstens 3,3 meter breed. Ter hoogte van de Haldertstraat bedraagt de breedte van de weg 3 meter.
Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 340N en 341C is de wegbedding 1,6 meter breed.
Het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 31 maart 1931 spreekt uit dat er vanaf de Haldertstraat, onder de vorm van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang, een openbare weg loopt (bruikbaar voor voertuigen) tot aan de percelen A340M en A344 en een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang onder de vorm van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang, een gemeenteweg met een breedte van 1 meter op het perceel A341C.
De burgerlijke rechtbank van de Rechtbank van eerste aanleg Leuven zegt op 18 oktober 2023 voor recht dat, onder de vorm van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang, een gemeenteweg met een breedte van 1 meter aanwezig is op het perceel A341C, langsheen/nabij de perceelgrens met het perceel A340N, waarbij het bestaan van deze publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van overgang werd vastgesteld in een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 23 december 1931.
De procedure houdende het vaststellen van het rooilijnplan is een procedure die los staat van de bovenvermelde vonnissen.
De voorlopige vaststelling kadert in de decretale regelgeving van het gemeentewegendecreet, overeenkomstig artikel 13§2.
Zowel de vrederechter van Diest verklaarde zich bij vonnis van 19 april 2022 zonder rechtsmacht in de voor dit vredegerecht hangende procedure gekend onder 21a336 tegen de beslissing van 18 februari 2021 van de gemeente Tielt-Winge, in zoverre de vordering van bezwaarindiener ertoe strekt om de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 (inzake het gedurende de voorbije dertig jaar gebruik door het publiek van de grondstrook tussen de Houwaartsebergweg 20 - Haldertstraat 157 - Haldertstraat 159) nietig of ontoepasbaar te verklaren; als de rechter in beroep van Leuven verklaarde zich bij vonnis zonder rechtsmacht voor zover beroepsindiener de nietigverklaring vordert van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Tielt-Winge van 18 februari 2021.
De gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 houdende de vaststelling van dertigjarig publiek gebruik van de grondstrook als weg werd niet vernietigd.
Het schepencollege heeft de bevoegdheid van de gemeenteraad gekregen in artikel 2 om de rooilijn op te stellen.
Artikel 2,5° van het gemeentewegendecreet omschrijft een gemeentelijk rooilijnplan als:
"Grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden."
De gemeenteraad doet uitspraak over de vaststelling van de huidige en toekomstige grenzen van een gemeenteweg.
De openbare bestemming ligt bijgevolg decretaal vast.
Het komt de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen toe te handelen naar diens zelf genomen niet-vernietigde beslissingen.
Er worden geen innames uitgevoerd, gelet de voorliggende rooilijnprocedure enkel het voorwerp heeft om een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang te vestigen en dit volgens de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 houdende de vaststelling van het dertigjarig publiek gebruik van de grondstrook op kosteloze wijze verricht wordt binnen het voorwerp van die beslissing. Gelet op het tussengekomen vonnis van de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 18 oktober 2023, rust er op de kadastrale percelen nrs. 340N en 341C evenwel ‘slechts’ een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid over een breedte van 1,00 meter terwijl het voorliggende rooilijnplan de breedte vastlegt op 1,60 meter. Voor deze bijkomende breedte zal er ingevolge artikel 28 van het Decreet Gemeentewegen voorzien worden in een vergoedingsregeling, zonder als gevolg te hebben dat de eigendomsrechten verworven worden.
De inhoud, draagwijdte en bevoegdheid van enerzijds de burgerlijke procedures en anderzijds de administratieve procedure zijn van elkaar te onderscheiden.
De vaststelling van de breedte van wegenis behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad.
De weg wordt zeer frequent gebruikt door trage weggebruikers. Het gemeentebestuur heeft in de periode dat de weg onrechtmatig afgesloten werd heel wat meldingen hieromtrent ontvangen. Het verzoekschrift inzake het 30-jarig publiek gebruik bevatte maar liefst 57 verklaringen in deze zin. De Raad van State oordeelde dat de gemeenteraad bij de vaststelling rekening mag houden met het gebruik dat het publiek van de betrokken grondstrook heeft gemaakt voor de inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet.
Zowel het gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2021 als het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 8 juni 2021 verwijzen uitdrukkelijk naar het landmetersplan van 10 juni 2000 waarop de weg met afdoende precisie is ingetekend. De Raad van State oordeelt dat er geen onduidelijkheid bestaat over de situering van de weg.
De gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 is bekleed met het vermoeden van wettigheid en behoudt haar uitvoerbare kracht totdat desgevallend de onwettigheid ervan met gezag van gewijsde wordt vastgesteld door de rechter, hetgeen niet het geval is. Deze beslissing heeft tot gevolg dat de betrokken weg reeds minstens 30 jaar door het publiek gebruikt wordt en van rechtswege een publiek recht van doorgang gevestigd wordt.
De vaststelling van de rooilijn staat ten dienste van het algemeen belang. De structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van het gemeentelijk wegennet wordt niet aangetast. Het betreft hier enkel het vastleggen van de bestaande toestand in een rooilijnplan. Hiermee wordt ook de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 verder juridisch verankerd. Het uitzonderlijk karakter van de maatregel is hierdoor tevens gestaafd.
Het decreet op de gemeentewegen stelt dat het gemeentebestuur dient te waken over de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. De structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen moet gevrijwaard en verbeterd worden, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften van mobiliteit te voldoen.
Het gemeentewegendecreet en de doelstellingen erin opgenomen kunnen niet los gezien worden van de algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het beleid is gericht op een duurzame ontwikkeling waarbij de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen worden.
Naar mening van de gemeenteraad zijn er 3 verschillende maatschappelijke activiteiten die dienen afgewogen te worden, namelijk mobiliteit, wonen en landbouw.
Wat mobiliteit betreft, is de gewenste maatschappelijke activiteit het gebruik van de verbinding tussen de Haldertstraat en de Houwaartsebergweg ten einde de verplaatsingen in het binnengebied tussen de Haldertstraat - Houwaartsebergweg - (verderop de) Wijngaardstraat te garanderen.
Uit de voorgaande in deze uiteenzetting blijkt de verbinding reeds te bestaan sinds 1931. Wat betreft het mobiliteitsaspect is het wenselijk om deze verbinding te behouden.
De omgeving wordt tevens gekenmerkt door wonen. Langs het traject bevinden zich 3 zonevreemde woningen en 2 zone-eigen woningen.
De zonevreemde woningen putten hun bestaansrecht uit de basisrechten voor zonevreemde constructies zijde woningbouw zoals geformuleerd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
De zone-eigen woningen bevinden zich in woongebied met landelijk karakter. Binnen deze zone geeft wonen de hoofdtoon aan.
De woonactiviteit is functioneel inpasbaar in de bestaande context.
Het landbouwaspect uit zich in het gegeven dat de verbinding omgeven wordt door enkele percelen die gebezigd worden voor agrarische doeleinden. De verbinding is tevens deels gesitueerd in landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.
De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteit met agrarische doeleinden op de percelen worden vermoedelijk uitgevoerd in het kader van een in uitbating zijnd leefbaar landbouwbedrijf.
De activiteit is functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.
Gezien het jarenlange bestaan van de verbinding tussen de Haldertstraat en de Houwaartsebergweg en de inkleuring van de percelen als agrarisch gebied en woongebied met landelijk karakter op basis van het gewestplan Aarschot - Diest oordeelt de gemeenteraad dat de maatschappelijke activiteiten gelijkwaardig zijn.
Het decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften van zachte mobiliteit te voldoen.
Om deze doelstelling te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
De weg vormt een trage wegverbinding tussen de Haldertstraat - Houwaartsebergweg en (even verderop de) Wijngaardstraat. Om te waken over de uitbouw en het behoud van een veilig wegennet op lokaal niveau is het aangewezen dat deze verbinding behouden blijft en verder juridisch verankerd wordt op basis van een rooilijnplan. Daarnaast is het vanuit de verkeersveiligheid gewenst om de breedte van de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid, ingevolge de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021, ter hoogte van de percelen 340N en 341C breder in te tekenen tot een breedte van 1,60 meter om de nodige ruimte voor kruisende bewegingen toe te laten. Zowel het behoud van de bestaande verbinding als de beperkte (juridische) verbreding ervan, dienen voor de uitbouw en behoud van het veilig wegennet.
De Haldertstraat is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het betreft een betonbaan bestaande uit 2 rijvakken waar gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Hierlangs is aan 1 zijde een aanliggend fietspad gesitueerd.
De Houwaartsebergweg is een smalle landelijke weg die gelegen is buiten de bebouwde kom. De rijweg is aangelegd in asfalt en bevat 1 rijvak. Deze straat beschikt niet over voetgangers- en fietsvoorzieningen.
De even verderop gesitueerde Wijngaardstraat is gelegen buiten de bebouwde kom. Het betreft een geasfalteerde weg bestaande uit 2 rijvakken. Deze straat beschikt niet over voetgangers- en fietsvoorzieningen.
Het ontvlechtingsprincipe is een belangrijk verkeersplanologisch systeem tot het realiseren van veilig verkeer. Dit komt tot uiting in de verbinding tussen de Houwaartsebergweg 20 en de Haldertstraat 157, met een wegbreedte die varieert van minstens 1,60 meter tot 1,83 meter.
Dit onderdeel van de weg wordt weerhouden voor trage weggebruikers. De beschikbare ruimte variërend van 1,6 meter tot 1,83 meter dient overeenkomstig de bepalingen van artikel 38 van het Gemeentewegendecreet vrij van enige vorm van belemmeringen te blijven.
Bij een weg van 1,6 meter breed kunnen wandelaars en fietsers elkaar passeren. De veiligheid komt niet in het gedrang. De gebruiker kan perfect een tegenligger zien aankomen en indien gewenst even halt houden. Het traject ligt weliswaar in een helling maar vanuit het lager gelegen punt is de top zichtbaar. De verkeersveiligheid blijft gegarandeerd.
In eerste instantie is het gebruik van dergelijke verbindingen gericht op trage weggebruikers. Hierbij kan algemeen gesteld worden dat wandelaars, fietsers en ruiters de belangrijkste gebruikers zijn.
Tussen de Haldertstraat 159 en Haldertstraat 157 is de weg breder en bereikbaar voor personenwagens en dergelijke. Het verkeer betreft voornamelijk bestemmingsverkeer voor het pand te Haldertstraat 157. De wegbreedte varieert van 3 meter tot 4,47 meter. De beschikbare ruimte variërend van 3 meter tot 4,47 meter dient overeenkomstig de bepalingen van artikel 38 van het Gemeentewegendecreet vrij van enige vorm van belemmeringen te blijven.
De weg is voldoende breed om conflictsituaties tussen de trage weggebruiker en het gemotoriseerd verkeer uit te sluiten. De wegbreedte laat toe dat beide groepen gebruikers elkaar vlot kunnen kruisen.
De weg mag gebezigd worden door het verkeer dat de breedte toelaat. Het verkeer mag niet breder zijn dan de weg en mag geen schade toebrengen.
Het tracé van de rooilijn heeft een inpassing gekregen in het netwerk tussen de gemeentewegen 3 en 15, opgenomen in de atlas der buurtwegen van Houwaart.
De basisstructuur van het wegennet kan aldus als veilig beschouwd worden. Er stelt zich geen probleem in het licht van artikel 3,1° van het Gemeentewegendecreet.
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Het gemeentebestuur werd zoals reeds gesteld in kennis gesteld van de belemmering van de weg ter hoogte van de zuidelijke zijde van het kadastraal gesitueerde perceel te Tielt-Winge, 2e afdeling, sectie A, nummer 341C. Het gemeentebestuur nam reeds het initiatief om de bedding vrij te maken.
Het gegeven dat de belemmering van de weg veelvuldig aangekaart werd door gebruikers, duidt op het belang van de verbinding binnen het plaatselijk netwerk van trage wegen. Het is aangewezen dat de gemeenteraad verdere maatregelen neemt ter herwaardering en bescherming van de gemeenteweg.
De gemeenteraad oordeelde reeds dat het maatschappelijk belang van het aspect van mobiliteit (omwille van de verbindingswaarde in het binnengebied Houwaartsebergweg - Haldertstraat), de landbouwactiviteit (gezien de gewestplanbestemming van het perceel) en het woonaspect (gezien de basisrechten voor zonevreemde constructies zijnde woningbouw in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en woningen in woongebied met landelijk karakter) gelijkwaardig zijn.
Een (her)waardering van de weg bestaat in het juridisch verankeren van de bedding in een rooilijnplan en het op verordenende wijze vaststellen van de gewenste breedte van het tracé, rekening houdende met de noden van toegankelijkheid, veiligheid en doorwaadbaarheid van het wegennet.
Dergelijke maatregel staat ten dienste van de bescherming van het fijnmazig netwerk vermits de ontsluiting en connectie tussen de Haldertstraat - Houwaartsebergweg en (even verderop de) Wijngaardstraat gegarandeerd blijven.
Zowel de weggebruiker als de eigenaar heeft baat bij de aanleg van een duidelijk en officieel traject. De behoefte van de trage weggebruiker komt niet in het gedrang, diens behoefte is immers zich kunnen verplaatsen in het binnengebied. De behoefte voor gemotoriseerd verkeer evenmin, diens behoefte is het bereiken van het pand te Haldertstraat 157.
Het toekomstig gebruiksgenot wordt bijgevolg niet geschaad.
Het lokaal bestuur dient hiervoor de beleidsrichtlijnen uit artikel 4 van het Decreet houdende Gemeentewegen af te toetsen. De principes uit artikel 4 luiden als volgt:
Volgens de eerste voorwaarde dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste van het algemeen belang te staan.
Als algemene omschrijving kan het algemeen nut gezien worden als het tegemoetkomen aan een behoefte die bijdraagt tot een (noodzakelijke) verbetering van de samenleving en de leefomstandigheden van de gemeenschap, en waaraan door privéinitiatief geen oplossing wordt geboden (M. BOSMANS, E. BUYS, J. GHYSELS, J. MOERKERKE, & R. PALMANS, Onteigeningen: de voorafgaande fase, Antwerpen, Intersentia, 2006, 47).
Dit principe veronderstelt, in elk concreet dossier, een belangenafweging aangaande het al dan niet aanwezig zijn van algemeen belang, waarbij veelal ook private belangen aan de orde zijn. Deze belangenafweging dient de doelstellingen van het decreet in acht te nemen en zal leiden tot een gemotiveerde beslissing van de gemeenteraad.
Dergelijke belangenafweging diende ook reeds te worden doorgevoerd onder het regime van de Buurtwegenwet, in hoofdzaak wanneer een vraag tot afschaffing of wijziging voorlag. Zo stelde de Raad van State dat bij de beraadslaging van de gemeenteraad alle in het geding zijnde belangen moesten worden afgewogen, waarbij het openbaar belang primeert. De Raad van State behield zich in deze materie een marginaal toetsingsrecht voor.
Het algemeen belang heeft baat bij het waarderen van de gemeenteweg zodat de ontsluiting van het binnengebied mogelijk blijft. Het gemeentebestuur wenst te waken over de bereikbaarheid van de weg die in het verleden meermaals tijdelijk werd afgesloten door een betrokken eigenaar. Het openbaar belang heeft echter profijt bij de bereikbaarheid van het gebied en het op duidelijke wijze vastleggen van de bestaande en gewenste juridische begrenzing van het tracé aan de hand van een juridische verankering in een rooilijnplan. Waarbij, om tegemoet te komen aan de noden van toegankelijkheid en veiligheid, het rooilijnplan een bredere breedte dient vast te stellen dan de breedte vastgesteld in de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 voor wat de percelen 340N en 341C betreft. De verkeersveiligheid noodzaakt een verbreding op dit gedeelte van het tracé.
Het private belang van de betrokken eigenaars is wellicht het afschaffen van de weg om het maximaal genot van het perceel te verkrijgen. Het is echter zo dat de bedding bevestigd wordt in de vonnissen van 1931.
Uit afweging van de verschillende doelstellingen, in het bijzonder de toegankelijkheid en de verkeersveiligheid, blijkt dat het wegenistracé een meerwaarde betekent in het trage wegennetwerk en een veilige alternatieve verbinding voor trage weggebruikers voorziet. Door de verankering in een rooilijnplan wordt het algemeen belang gediend, doordat de toekomstige grenzen van het wegenistracé op verordenende en op duidelijke wijze vastgesteld worden zodoende de tegenstelbaarheid en duurzaamheid van de wegverbinding gegarandeerd wordt.
Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd.
De gemeenteraad beschikt op grond van artikel 8, 10 en 11 van het Decreet Gemeentewegen over de discretionaire bevoegdheid om ofwel een bredere of een smallere rooilijn vast te stellen ofwel om zich te schikken naar de breedte van het vonnis van 18 oktober 2023 dat het vonnis van 23 december 1931 bevestigd.
De gemeenteraad stelde reeds vast dat de toegankelijkheid, het algemeen belang en de verkeersveiligheid niet in het gedrang komen. De uitzonderingsmaatregel van de voorliggende beslissing is gerechtvaardigd.
De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen.
De verkeersveiligheid werd eerder in deze argumentatie onder de loep genomen en besproken. Deze wordt zoals reeds gesteld niet geschaad.
Het ontwerp van rooilijnplan heeft geen impact op de ontsluiting van de aangrenzende percelen. De ontsluiting van de betrokken percelen blijft ongewijzigd ten opzichte van de toestand waarin het rooilijnplan niet bestond.
De aanwezigheid van de weg in het (trage) wegennet is gewenst vermits deze zorgt voor een trage ontsluiting van het binnengebied Haldertstraat - Houwaartsebergweg en even verderop de Wijngaardstraat.
Tussen Haldertstraat 159 en Haldertstraat 157 is de weg tevens bruikbaar voor gemotoriseerd verkeer.
Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief.
Het project bevindt zich niet ter hoogte van de gemeentegrenzen.
De vaststelling van de rooilijn heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de ligging van de weg, alsook de vereiste breedte inzake toegankelijkheid en verkeersveiligheid vast te leggen zodoende het wegennet beschikt over een verkeersveilige trage verbindingsweg. Dergelijke beslissing is in het belang van de behoeften van de huidige en toekomstige generatie die gebruik maakt van de weg. Er is zowel ruimte voor traag als gemotoriseerd verkeer (op het gedeelte tussen de Haldertstraat 157 en Haldertstraat 159). Er wordt voldoende rekening gehouden met de verschillende maatschappelijke activiteiten. De breedte van de weg volstaat voor het geplande verkeer waarbij de laatste ontwikkelingen in het duurzaam mobiliteitsdenken opgenomen werden.
Situering rooilijn op de kadastraal gesitueerde percelen te Tielt-Winge, 2e afdeling, sectie A, nummers:
● 340N: 6 centiare
● 341C: 1 are 16 centiare
● 344: 70 centiare
● 340M: 68 centiare
● 350: 11 centiare
● 345A: 7 are 20 centiare
● 349C: 2 are 3 centiare
● 349R: 12 centiare
● 349S: 3 are 56 centiare.
Intertopo Landmeters- en studiebureau bepaalde op 3 maart 2026 de waarde van de gemeenteweg. De waarde van de weg is voor lot 1; 7 euro, voor lot 2; 158 euro. De waarde van de weg werd vastgesteld voor de breedte van 60 centimeter. Voor de andere loten (lot 3 tot en met lot 10) is de waarde van de weg vastgesteld als nihil.
De gemeenteraad stelde in zitting van 19 maart 2026 het rooilijnplan Houwaartsebergweg - Haldertstraat voorlopig vast.
Het openbaar onderzoek werd overeenkomstig de decretale richtlijnen georganiseerd van 9 april 2026 tot en met 8 mei 2026.
Overeenkomstig artikel 17 van het Gemeentewegendecreet wordt het openbaar onderzoek aangekondigd door:
Er werd vastgesteld dat de publicatie op de gemeentelijke website onderbroken werd tussen 9 april en 16 april 2026.
Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken stelt dat het openbaar onderzoek mag verlengd worden met de termijn dat de publicatie niet beschikbaar was op de gemeentelijke website.
Het gaat om een termijn van 7 dagen.
De gemeentelijke diensten zijn echter gesloten op 15 mei 2026. Hierdoor is het aangewezen de termijn van het lopende openbaar onderzoek te verlengen tot en met 18 mei 2026.
Het college van burgemeester en schepenen besloot tot deze verlenging op 28 april 2026.
Hier werd reeds uitvoering aan gegeven via de decretaal vastgelegde procedurestappen houdende het openbaar onderzoek.
Tijdens het openbaar onderzoek werden de volgende bezwaarschriften ontvangen:
1) Bezwaarschrift 01_070526 van 7 mei 2026 (ingekomen op 7 mei 2026):
● Publicatie en inzagemogelijkheid van het gemeenteraadsbesluit van 19 maart 2026 voor de goedkeuring van de notulen door de gemeenteraad
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De goedgekeurde en ondertekende notulen vormen een volledig bewijs van de tijdens de vergaderingen van de raad gehouden besprekingen en genomen besluiten.
Anderzijds zijn de goedgekeurde en ondertekende notulen niet meer dan een bewijs. De erin opgenomen besluiten van de raad bestaan en zijn reeds geldig vanaf het ogenblik dat zij genomen zijn. Deze besluiten zijn op hetzelfde moment uitvoerbaar, behoudens wanneer wettelijke bepalingen de uitvoerbaarheid ervan opschorten.
De goedkeuring van de notulen heeft dus op zichzelf niets te maken noch met het bestaan, noch met de uitvoerbaarheid van de door de gemeenteraad getroffen besluiten.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Niet-ondertekening van het gemeenteraadsbesluit van 19 maart 2026 door de gemeenteraadsvoorzitter
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Aan bezwaarindienster werd een uittreksel uit de gemeenteraad van 19 maart 2026 houdende de voorlopige vaststelling rooilijn Houwaartsebergweg – Haldertstraat bezorgd.
Bij besluit van 7 januari 2025 draagt de voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn zijn bevoegdheid tot ondertekening (met uitsluiting van de ondertekening van de notulen en het zittingsverslag van beide raden) op aan de burgemeester/voorzitter van het vast bureau of -bij zijn afwezigheid of verhindering- diens vervanger.
Dit besluit is in overeenstemming met artikel 281 van het Decreet Lokaal Bestuur dat stelt dat de voorzitter van de gemeenteraad zijn bevoegdheid tot ondertekening kan opdragen aan een of meer leden van de gemeenteraad, tenzij die bevoegdheid betrekking heeft op de ondertekening van de notulen en het zittingsverslag.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Foute vermeldingen over verontschuldigde en afwezige raadsleden en raadslid die in toepassing van artikel 27§1, 1° van het decreet lokaal bestuur de zitting heeft verlaten.
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Onderstaande tekst betreft een letterlijke weergave van het audioverslag van het agendapunt 14:
“Schepen Manuela Vervoort:
Mag ik heel even zeggen, ik ga dit punt en het volgend punt net zoals de vorige keer in het publiek zitten. Niet omdat ik vind dat het een kwestie is van belangenvermenging maar gewoon om te vermijden dat de mensen dat als argument zouden kunnen gebruiken.
Raadslid Rudi Beeken:
Net zoals bij de vorige behandeling van dit punt en het volgende punt zullen wij als fractie principieel de beraadslaging en de stemming verlaten omdat wij daar het lichtend voorbeeld van uw meerderheid volgden.
U herinnert zich nog dat wij hierover een gemeenteraad hebben samengeroepen. Dat uw politieke meerderheid dan besloten heeft om haar spreekwoordelijk kat, niet gij, te sturen. Wij houden die richting aan. Denk dat de politieke meerderheid zich in dit dossier oneindig in moeilijkheden aan het werken is. Ik had dat denk ik de vorige raad en de raad daarvoor al gesignaleerd: 2 openbaar onderzoeken en een laattijdige beslissing en ga je nog iets intrekken dat je gebruikt hebt om werken stil te leggen en waarover een nieuwe gerechtelijke procedure aanhangig is. Je zaagt de tak af waar je zelf opzit.”
Het notuleringssysteem laat geen andere mogelijkheid dan verontschuldiging toe vermits het expliciet niet gaat om een kwestie van belangenvermenging.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Schending van het Gemeentewegendecreet wat betreft de termijn van het openbaar onderzoek. De bezwaartermijn kan niet worden verlengd.
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Overeenkomstig artikel 17 van het Gemeentewegendecreet wordt het openbaar onderzoek aangekondigd door:
○ Aanplakking aan het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het nieuwe, gewijzigde of verplaatste wegdeel. Het bericht werd aangeplakt op 8 april 2026.
○ Een bericht op de website van de gemeente of in het gemeentelijk infoblad. De publicatie werd uitgevoerd vanaf 25 maart 2026.
○ Een bericht in het Belgisch Staatsblad. Het bekendmakingsbericht werd opgenomen in de editie van 9 april 2026.
○ Een afzonderlijke mededeling die met een beveiligde zending wordt gestuurd naar de woonplaats van de eigenaars van de onroerende goederen die zich bevinden in het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan. De brieven dateren van 25 maart 2026. Deze werden aangetekend verzonden.
○ Een afzonderlijke mededeling aan de aanpalende gemeenten, als de weg paalt aan de gemeentegrens en deel uitmaakt van een gemeentegrensoverschrijdende verbinding. Dit aspect is niet van toepassing.
○ Een afzonderlijke mededeling aan de deputatie en het departement. Deze berichten dateren van 26 maart 2026.
○ Een afzonderlijke mededeling aan de beheerders van aansluitende openbare wegen. Het gemeentebestuur is de betrokken wegbeheerder.
○ Een afzonderlijke mededeling aan de maatschappijen van openbaar vervoer, daterend van 26 maart 2026.
Er werd vastgesteld dat de publicatie op de gemeentelijke website onderbroken werd tussen 9 april en 16 april 2026. Aan de overige bekendmakingsvereisten werd geen gebrek vastgesteld.
Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken stelt dat het openbaar onderzoek mag verlengd worden met de termijn dat de publicatie niet beschikbaar was op de gemeentelijke website.
Het gaat om een termijn van 7 dagen.
De gemeentelijke diensten zijn echter gesloten op 15 mei 2026. Hierdoor is het aangewezen de termijn van het lopende openbaar onderzoek te verlengen tot en met 18 mei 2026.
Hier werd reeds uitvoering aan gegeven via de decretaal vastgelegde procedurestappen houdende het openbaar onderzoek.
De termijnverlenging is niet in het belang van de bezwaarindiener. Als dusdanig zijn zij in de mogelijkheid om gedurende de gecorrigeerde termijn van het openbaar onderzoek kennis te nemen van het dossier en bezwaar in te dienen.
Het is ondenkbaar dat de belangen van bezwaarindiener geschonden zouden zijn, vermits ook zij de mogelijkheid benut hebben om bezwaar in te dienen.
Er werd geopteerd om het openbaar onderzoek niet te laten aflopen op een dag dat het gemeentehuis gesloten is, vermits bezwaarschriften ook tegen ontvangstbewijs kunnen worden afgegeven.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Schending van het Gemeentewegendecreet wat betreft de inzage van het voorlopig vastgesteld plan en het schattingsverslag voor de goedkeuring van de notulen
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De goedgekeurde en ondertekende notulen vormen een volledig bewijs van de tijdens de vergaderingen van de raad gehouden besprekingen en genomen besluiten.
Anderzijds zijn de goedgekeurde en ondertekende notulen niet meer dan een bewijs. De erin opgenomen besluiten van de raad bestaan en zijn reeds geldig vanaf het ogenblik dat zij genomen zijn. Deze besluiten zijn op hetzelfde moment uitvoerbaar, behoudens wanneer wettelijke bepalingen de uitvoerbaarheid ervan opschorten.
De goedkeuring van de notulen heeft dus op zichzelf niets te maken noch met het bestaan, noch met de uitvoerbaarheid van de door de gemeenteraad getroffen besluiten.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Het voorlopig vastgesteld plan is vervallen, zelfs uitdrukkelijk ingetrokken, en kan niet opnieuw voorlopig worden vastgesteld
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Artikel 17§5 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat de gemeenteraad binnen 60 dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk rooilijnplan definitief vaststelt. In artikel 17§6 wordt decretaal vastgelegd dat als het rooilijnplan niet definitief vastgesteld wordt binnen deze termijn, het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan vervalt.
Het ontwerp in de lopende procedure vervalt. In het decreet is nergens een verbod opgenomen om de procedure met een gewijzigd dossier te hernemen.
Wat het perceel met nummer A341C betreft, werd per vonnis van 18 oktober 2023 vastgesteld dat er ‘slechts’ een openbaar gebruik aanwezig was over een breedte van 1,00 meter, waardoor het ontbreken van een minwaardevergoeding enkel voor die breedte geldt.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Bezwaarindiener meent dat een nieuw aangepast plan diende gevraagd te worden, expliciet rekening houdend met het vonnis van 18 oktober 2023.
De bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Gemeentewegendecreet en de procedure van de artikelen 16 en volgenden staan los van de parallelle burgerlijke procedures en de daarin vervatte uitspraken, in de mate dat bezwaarindiener hierop alludeert.
● Geen wettige grondslag vermits het vonnis van 18 oktober 2023 statueerde dat de gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 2021 onwettig is.
Beoordeling door de gemeenteraad van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het vonnis verklaarde het gemeenteraadsbesluit buiten toepassing in zoverre dit betrekking had op de percelen van bezwaarindienster, en enkel in de gegeven mate (erfdienstbaarheid van 1,00 meter).
Het gemeenteraadsbesluit is voor het overige gedeelte behouden gebleven, waardoor hier wel degelijk op gesteund kan worden.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Het onwettig gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2021 dat de grondslag zou zijn voor het vaststellen van de rooilijn is in strijd met andere gemeenteraadsbesluiten.
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Dat er een strijdigheid zou zijn met andere dossiers doet niet ter zake.
Elke procedure vereist een eigen beoordeling.
De gemeenteraad heeft omtrent de vaststelling van gemeentewegen hieromtrent een discretionaire bevoegdheid toegewezen gekregen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● De gemeente Tielt-Winge kan geen publieke erfdienstbaarheid van doorgang vestigen via een rooilijnplan. De publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang vloeit voort uit een rechterlijke uitspraak van 23 december 1931, bevestigd in het vonnis van 18 oktober 2023.
Beoordeling door de gemeenteraad over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
In de overwegingen van de gemeenteraadsbeslissing is opgenomen dat de rooilijnprocedure losstaat van de vonnissen die reeds uitgesproken zijn met betrekking tot de weg.
Artikel 2,5° van het gemeentewegendecreet omschrijft een gemeentelijk rooilijnplan als: "Grafisch verordenend plan waarbij de huidige en toekomstige grenzen van een of meer gemeentewegen worden bepaald. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden."
Een gemeentelijk rooilijnplan betreft uit zichzelf een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid.
De gemeenteraad doet uitspraak over de vaststelling van de huidige en toekomstige grenzen van een gemeenteweg.
De inhoud, draagwijdte en bevoegdheid van enerzijds de burgerlijke procedures en anderzijds de administratieve procedure zijn van elkaar te onderscheiden.
De vaststelling van de breedte van wegenis behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de gemeenteraad.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Een publieke erfdienstbaarheid van doorgang van meer dan 1 meter op het perceel van bezwaarindiener is door de Rechtbank afgewezen als ongegrond.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Gemeentewegendecreet en de procedure van de artikelen 16 en volgenden staan los van de parallelle burgerlijke procedures en de daarin vervatte uitspraken.
De gemeenteraad kan immers op grond van artikel 8 van het Decreet Gemeentewegen, als enige, het tracé van de wegen bepalen – ook in afwijking van rechterlijke vonnissen.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Een gemeentelijk rooilijnplan betreft uit zichzelf een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden.
De vaststelling van het rooilijnplan gaat niet gepaard met de inname van eigendom. Van beroving van eigendom zoals gesteld door bezwaarindienster is bijgevolg geen sprake.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● De kracht van gewijsde van het vonnis van 18 oktober 2023, de grondwettelijke medewerkingsplicht, de scheiding der machten en de ratio legis van het Gemeentewegendecreet worden door de gemeente niet gerespecteerd.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Gemeentewegendecreet en de procedure van de artikelen 16 en volgenden staan los van de parallelle burgerlijke procedures en de daarin vervatte uitspraken.
De gemeenteraad kan immers op grond van artikel 8 van het Decreet Gemeentewegen, als enige, het tracé van de wegen bepalen – ook in afwijking van rechterlijke vonnissen.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Een gemeentelijk rooilijnplan betreft uit zichzelf een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid. Het gemeentelijk rooilijnplan geeft een openbare bestemming aan de gronden die in de gemeenteweg opgenomen zijn of opgenomen zullen worden.
● Een rooilijnplan is op de betrokken percelen niet van toepassing. Het statuut is reeds bepaald in het vonnis van 18 oktober 2023.
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Zoals reeds veelvuldig gesteld in de bespreking van het bezwaarschrift kan de bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Gemeentewegendecreet niet worden uitgesloten.
Het vonnis van 18 oktober 2023 verwijst expliciet naar artikel 13§4 van het Gemeentewegendecreet dat bepaalt dat als het dertigjarige gebruik door het publiek is vastgesteld in een uitvoerbare rechterlijke uitspraak, de verplichting tot de opmaak van een rooilijnplan en de vestiging van een publiek recht van doorgang rechtstreeks uit die uitspraak voortvloeien.
Krachtens het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 23 december 1931 volgt dat er onder de vorm van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang, een gemeenteweg met een breedte van 1 meter aanwezig is op het perceel A341C van bezwaarindienster, langsheen/nabij de perceelsgrens met het perceel A340N.
De gemeenteraad zal middels voorgesteld rooilijnplan de gemeenteweg verbreden tot 1,6 meter, hetgeen een wijziging van de gemeenteweg inhoudt. In artikel 2, 12° betreft dit de aanpassing van de breedte van de bedding van een gemeenteweg, met uitsluiting van verfraaiings-, uitrustings- of herstelwerkzaamheden.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Artikel 26§3 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat bij de wijziging van een gemeenteweg op privaat domein de definitieve vaststelling van het rooilijn als titel voor de vestiging van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang geldt.
Bezwaarindienster stelt dat de zate van de weg een privaat karakter heeft. In dat geval valt de zijdelingse grens van de openbare weg niet samen met de grens van de openbare weg met de aanpalende eigendommen. Dit zou in strijd zijn met artikel 2,9° van het Gemeentewegendecreet betreffende de definiëring van de rooilijn.
Echter in het vonnis van 18 oktober 2023 wordt expliciet bevestigd dat het gaat om een gemeenteweg. Het gemeentewegendecreet omschrijft een gemeenteweg in artikel 2,6° als een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond.
Het vaststellen van het rooilijnplan is wel degelijk vereist.
Bezwaarindienster stelt dat het vonnis van 18 oktober 2023 bepaalt dat de gemeente Tielt-Winge niet gerechtigd is om de wegbedding van de gemeenteweg die over haar perceel A341C loopt op te nemen in het openbaar domein (p 25 t.e.m. 27).
In het vonnis staat genoteerd als conclusie omtrent de eigendom van de wegbedding dat de gemeente Tielt-Winge niet gerechtigd is om zich als eigenaar aan te duiden van de wegbedding van de gemeenteweg die over het perceel A341C loopt.
De gemeenteraad heeft middels de goedkeuring van onderhavig rooilijnplan niet de intentie om zich als eigenaar aan te duiden, maar beoogt de definitieve vaststelling van het rooilijnplan als titel voor de vestiging van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Het voorlopig vastgesteld plan is een “plan ter bespreking (ikv opmaak rooilijnplan)” en is geen ontwerp van rooilijnplan.
Het landmeterplan is niet conform het vonnis van 18 oktober 2023.
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Artikel 16 van het gemeentewegendecreet beschrijft in §2 en §3 aan welke voorwaarden het rooilijnplan moet voldoen. Aan deze decretale vereisten is voldaan.
Een exacte naamgeving is niet decretaal omschreven.
De bevoegdheid van de gemeenteraad op grond van artikel 8 van het Gemeentewegendecreet en de procedure van de artikelen 16 en volgenden staan los van de parallelle burgerlijke procedures en de daarin vervatte uitspraken.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Landmeter Rudi De Winter of diens landmeterskantoor Intertopo kon en mocht niet worden aangesteld. Het kantoor is niet onafhankelijk en onpartijdig in deze zaak vermits zij reeds opgetreden hebben in een procedure tussen de rechtsvoorganger van bezwaarindienster en haar buren.
Landmeter Rudi De Winter of diens landmetersbureau Intertopo gaat foutief verder op zijn eigen plan.
Foute intekening tracé van de publieke erfdienstbaarheid.
Breedte overige percelen is fout en onwettig
Foutieve gegevens op het plan:
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De betrokkenheid van de landmeter-expert in de eerdere procedures verhindert niet dat deze het rooilijnplan (en het schattingsverslag) kan/mag opstellen.
Het betreft immers louter de objectieve intekening van rooilijnen en bepaling van de vergoedingen, waarin geen sprake is van vooringenomenheid.
De landmeter heeft van het gemeentebestuur de opdracht gekregen om de huidige aanwezige feitelijke weg in kaart te brengen. Deze wegenis is breder dan degene die beschreven is in het vonnis van 18 oktober 2023.
Aangezien in het rooilijnplan evenwel een bredere rooilijnbreedte weerhouden wordt, diende er voor de bredere breedte (0,60 meter) een vergoeding berekend te worden.
Het dossier werd in die zin bijgestuurd met een aangepast schattingsverslag.
Bezwaarindienster verwijst naar de burgerlijke procedures die los staan van de rooilijnprocedure.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Het voorlopig vastgesteld plan bevat een onwettige inneming.
Het voorlopig vastgesteld plan bevat een onwettige verbreding van de publieke erfdienstbaarheid van doorgang op de private eigendom van bezwaarindiener.
Het tracé van de weg schendt private rechten:
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De gemeenteraadsbeslissing van 19 maart 2026 bevat een uitgebreide toetsing aan de doelstellingen en principes van het Gemeentewegendecreet zoals opgesomd in artikel 3 en 4.
De beschrijving in de beslissing rechtvaardigt het algemeen belang van de verbreding van de bedding tot 1,6 meter, waarin onder meer de verkeersveiligheid ten voordele van kruisend traag verkeer beschreven wordt.
De rooilijnprocedure is eigenstandig en berust op eigenstandige motieven. Dat er voorgaand gelijkaardige motieven over een verschillende feitelijke situatie zich aandienen, doet niet ter zake – dit aangezien er nooit een definitieve vaststelling van het rooilijnplan volgde.
De bedding moet over een breedte van 1,6 meter overeenkomstig de optekening in het rooilijnplan vrijgemaakt worden in de mate dat dit niet het geval zou zijn.
De aanduiding “inneming” op het rooilijnplan bevat de oppervlaktes waarop het rooilijnplan van toepassing is. Het gemeentebestuur heeft niet de intentie om de bedding te verwerven in eigendom zoals gesteld in de motivering van het besluit houdende de voorlopige vaststelling.
De vaststelling van de rooilijn heeft niet tot doel het eigendomsstatuut te wijzigen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Schending van het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel
Een verbreding van de publieke erfdienstbaarheid op het perceel van bezwaarindiener was niet verplicht en is tegenstrijdig met een eerdere beleidsbeslissing.
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Dat er een ‘strijdigheid’ is met de voorgaande plannen doet niet ter zake. De rooilijnprocedure betreft een eigen grondslag en eigen motivering, waardoor ‘afgeweken’ kan en mag worden.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● De gemeente voert een foute, onzorgvuldige en tegenstrijdige motivering
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Bezwaarindienster concludeert dat het gemeentebestuur een gelijkaardige motivering hanteert bij een breedte van 1,6 meter als bij 1 meter.
De besluiten van 21 november 2024 verschilt in dit opzicht wezenlijk van de beslissing van 19 maart 2026. Er wordt immers duidelijk gemotiveerd dat over een wegbreedte van 1 meter breed slechts 1 voetganger of 1 fietser passage kan nemen, terwijl bij een wegbreedte van 1,6 meter kruisend verkeer door voetgangers en fietsers mogelijk is.
Het is voor de hand liggend dat op het noordelijk deel tussen Houwaartsebergweg 20 en Haldertstraat 157 in beide gevallen dit type verkeer gehanteerd en afgewogen wordt, vermits de breedte van de wegbedding bijvoorbeeld geen autoverkeer toelaat. De breedte van de wegbedding bepaalt het type gebruik dat mogelijk is.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Er was geen noodzaak om over te gaan tot een verbreding van de publieke erfdienstbaarheid op het perceel van bezwaarindiener en een verbreding heeft een negatieve impact
Beoordeling van dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Bezwaarindienster stelt dat de toegang tot het perceel in haar eigendom wordt belemmerd en ingeperkt.
Het is niet denkbaar dat de weg zou zorgen voor een belemmering of een inperking. Het opzet is om een toegankelijke bedding te bewerkstelligen zonder belemmeringen. De toegang op het eigen perceel van bezwaarindienster wordt niet gehinderd.
Er wordt gesteld dat de conventionele, private erfdienstbaarheid van overgang verzwaar wordt door de overlapping met de publieke erfdienstbaarheid. De eigendom waarop deze erfdienstbaarheid gevestigd is, behoort niet tot de eigendom van bezwaarindienster.
De uitoefening van het recht op de erfdienstbaarheid van overgang door bezwaarindienster wordt niet gehinderd. Het opzet is het creëren van een bedding zonder belemmeringen.
Het besluit houdende de voorlopige vaststelling duidt de maatschappelijke meerwaarde van de vaststelling van het huidig rooilijnplan. Hierbij werden de doelstellingen en principes die de leidraad vormen in artikel 3 en 4 van het Gemeentewegendecreet gebezigd als uitgangspunt.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Het gebrek aan consensus
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Een gebrek aan consensus doet niet ter zake – het betreft een eigenstandige procedure met eigen motieven. Bovendien wordt een openbaar onderzoek georganiseerd om net inspraak te garanderen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Ontbreken verplichte gegevens op het plan. Het rooilijnplan moet de actuele en toekomstige rooilijn bevatten.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Er is tot op heden nooit een rooilijnplan conform de rooilijnprocedure vastgesteld voor de wegenis, waardoor de bestaande rooilijn niet ingetekend kan worden.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● De waardebepaling is fout en onwettig
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De waardebepaling op de percelen 340N en 341C betreft de schatting van 60 centimeter die het verschil uitmaakt tussen de publieke erfdienstbaarheid zoals beschreven in het vonnis van 18 oktober 2023 en de publieke erfdienstbaarheid zoals opgetekend in het huidige ontwerp.
Voor het perceel 340N gaat het om 2 m², voor het perceel 341C om 44 m².
Op de grondstrook van 1 meter werd de vrijstelling van vergoed vastgesteld.
Het gemeentebestuur zal de wegbedding niet verwerven.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
2) Bezwaarschrift 02_160526 van 16 mei 2026 (ingekomen op 16 mei 2026):
De voetweg dient minimaal 1,6 meter te bedragen.
Beoordeling over dit bezwaarschrift:
De gemeenteraad merkt vooreerst op dat uit het bezwaarschrift niet duidelijk blijkt op welk specifiek gedeelte van het voorziene tracé het bezwaar betrekking heeft.
Uit de plannen blijkt evenwel dat de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft.
De wegbedding is 1,6 meter breed ter hoogte van Houwaartsebergweg 20. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 341C en 344 is dit 1,6 meter. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 340M en 345A is dit minstens 3,3 meter breed. Ter hoogte van de Haldertstraat bedraagt de breedte van de weg 3 meter.
Aangezien de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft en op verschillende plaatsen zelfs aanzienlijk breder is, wordt voldaan aan de in het bezwaarschrift aangehaalde minimale breedtevereiste.
Daarnaast dient de gemeenteraad bij de door haar gemaakte opportuniteits- en beleidskeuze na te gaan of de principes en doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen worden gewaarborgd. Zoals reeds toegelicht, heeft het voorliggende rooilijnplan tot doel de bestaande feitelijke toestand juridisch te verankeren en aldus een trage verbinding tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat tot stand te brengen. Het voorziene tracé beschikt daarbij over een breedte die de verkeersveiligheid niet in het gedrang brengt, mede gelet op het snelheidsregime dat zal worden verlaagd en de voldoende gegarandeerde zichtbaarheid langs het traject.
Aan de in het bezwaarschrift geformuleerde bemerkingen is voldaan.
3) Bezwaarschrift 03_160526 van 16 mei 2026 (ingekomen op 16 mei 2026):
● De weg wordt 40 centimeter versmald tot 1,6 meter. Dit is niet zinvol.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift
Uit de afmetingen wordt afgeleid dat het bezwaarschrift handelt over het noordelijk gedeelte van de weg tussen de Haldertstraat 157 en Houwaartsebergweg 20.
Tussen deze twee uiterste grenzen kent het tracé een breedte van 1,74 meter ter hoogte van de Houwaartsebergweg, vervolgens een tracé van 1,6 meter over het perceel 341C tot aan de rechterperceelgrens van het perceel 340M.
De gemeenteraad wenst erop te wijzen dat een breedte van 1,6 meter (het smalste stuk) voldoende breed is om de nodige ruimte te bieden voor wandelaars en fietsers.
Gelet een fietser maximaal een breedte inneemt van 0,75 m, resteert er voldoende ruimte.
Bij een weg van 1,6 meter breed kunnen wandelaars en fietsers elkaar passeren. De veiligheid komt niet in het gedrang. De gebruiker kan perfect een tegenligger zien aankomen en indien gewenst even halt houden. Het traject ligt weliswaar in een helling maar vanuit het lager gelegen punt is de top zichtbaar. De verkeersveiligheid blijft gegarandeerd.
Het is de gemeenteraad die overeenkomstig artikel 8 van het Decreet Gemeentewegen op exclusieve wijze beslist over het gemeentelijk wegennet, waarbij zij vaststelt dat de voorziene minimale breedte van 1,6 m geen negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid waardoor er dan ook geen noodzaak aanwezig is om een wegenis te voorzien in een breedte van 2 m.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Vrij van obstakels
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
4) Bezwaarschrift 04_160526 van 16 mei 2026 (ingekomen op 16 mei 2026):
Uitvoering van niet-reglementaire werken op de weg
Beoordeling over het bezwaarschrift:
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
5) Bezwaarschrift 05_170526A en 05_170526B van 17 mei 2026 (ingekomen op 17 mei 2026):
● Er wordt enkel verwezen naar de procedure met ministeriële vernietiging. De daaropvolgende uiteenlopende beslissingen worden niet vermeld.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De voorlopige vaststelling van het rooilijnplan op 21 november 2025 kan niet langer als geldig uitgangspunt worden gehanteerd, aangezien het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan bij gebrek aan een tijdige definitieve vaststelling van rechtswege is vervallen.
Het raadsbesluit van 20 november 2026 houdende de voorlopige vaststelling van de rooilijn tussen Houwaartsebergweg en Haldertstraat werd ingetrokken op 19 maart 2026.
Deze besluiten zijn niet relevant voor de beoordeling van onderhavig dossier vermits deze niet geleid hebben tot definitieve vaststellingen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● L-elementen verhinderen de weg/ beperken plaatselijk de breedte
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
● De verwijzing naar artikel 13§2 van het Gemeentewegendecreet is niet van toepassing.
De gemeente kan niet meer op wettige wijze op haar besluit van 18 februari 2021 steunen.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het vonnis van 18 oktober 2023 verklaarde het gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2021 buiten toepassing in zoverre dit betrekking had op de percelen van bezwaarindienster, en enkel in de gegeven mate (erfdienstbaarheid van 1 meter).
Het gemeenteraadsbesluit is voor het overige gedeelte behouden gebleven, waardoor hier wel degelijk (gedeeltelijk) op gesteund kan worden.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
● Incoherente besluitvorming. De gemeente hanteert dezelfde gedachtengang die goed is om 1 meter te verschonen, de andere keer om 1,6 meter te verdedigen.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Bezwaarindiener concludeert dat het gemeentebestuur een gelijkaardige motivering hanteert bij een breedte van 1,6 meter als bij 1 meter.
De besluiten van 21 november 2024 verschilt in dit opzicht wezenlijk van de beslissing van 19 maart 2026. Er wordt immers duidelijk gemotiveerd dat over een wegbreedte van 1 meter breed slechts 1 voetganger of 1 fietser passage kan nemen, terwijl bij een wegbreedte van 1,6 meter kruisend verkeer door voetgangers en fietsers mogelijk is.
Het is voor de hand liggend dat op het noordelijk deel tussen Houwaartsebergweg 20 en Haldertstraat 157 in beide gevallen dit type verkeer gehanteerd en afgewogen wordt, vermits de breedte van de wegbedding bijvoorbeeld geen autoverkeer toelaat. De breedte van de wegbedding bepaalt het type gebruik dat mogelijk is.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt niet bijgetreden.
6) Bezwaarschrift 06_170526 van 17 mei 2026 (ingekomen op 17 mei 2026):
Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
7) Bezwaarschrift 07_170526 van 17 mei 2026 (ingekomen op 17 mei 2026):
De voetweg dient minimaal 1,6 meter te bedragen.
Beoordeling over dit bezwaarschrift:
Uit de plannen blijkt evenwel dat de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft.
De wegbedding is 1,6 meter breed ter hoogte van Houwaartsebergweg 20. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 341C en 344 is dit 1,6 meter. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 340M en 345A is dit minstens 3,3 meter breed. Ter hoogte van de Haldertstraat bedraagt de breedte van de weg 3 meter.
Aangezien de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft en op verschillende plaatsen zelfs aanzienlijk breder is, wordt voldaan aan de in het bezwaarschrift aangehaalde minimale breedtevereiste.
Daarnaast dient de gemeenteraad bij de door haar gemaakte opportuniteits- en beleidskeuze na te gaan of de principes en doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen worden gewaarborgd. Zoals reeds toegelicht, heeft het voorliggende rooilijnplan tot doel de bestaande feitelijke toestand juridisch te verankeren en aldus een trage verbinding tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat tot stand te brengen. Het voorziene tracé beschikt daarbij over een breedte die de verkeersveiligheid niet in het gedrang brengt, mede gelet op het snelheidsregime dat zal worden verlaagd en de voldoende gegarandeerde zichtbaarheid langs het traject.
Aan de in het bezwaarschrift geformuleerde bemerkingen is voldaan.
8) Bezwaarschrift 08_180526A en 08_180526B van 17 mei 2026 (ingekomen op 18 mei 2026):
● De inrichting van een weg met een breedte van 1,6 meter tussen Houwaartsebergweg 20 en Haldertstraat 157 wordt als een positief gegeven ervaren.
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Uit de plannen blijkt evenwel dat de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft.
De wegbedding is 1,6 meter breed ter hoogte van Houwaartsebergweg 20. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 341C en 344 is dit 1,6 meter. Ter hoogte van de perceelsgrens tussen de perceelnummers 340M en 345A is dit minstens 3,3 meter breed. Ter hoogte van de Haldertstraat bedraagt de breedte van de weg 3 meter.
Aangezien de weg over het volledige tracé een minimale breedte van 1,6 meter heeft en op verschillende plaatsen zelfs aanzienlijk breder is, wordt voldaan aan de in het bezwaarschrift aangehaalde minimale breedtevereiste.
Daarnaast dient de gemeenteraad bij de door haar gemaakte opportuniteits- en beleidskeuze na te gaan of de principes en doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van het Decreet Gemeentewegen worden gewaarborgd. Zoals reeds toegelicht, heeft het voorliggende rooilijnplan tot doel de bestaande feitelijke toestand juridisch te verankeren en aldus een trage verbinding tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat tot stand te brengen. Het voorziene tracé beschikt daarbij over een breedte die de verkeersveiligheid niet in het gedrang brengt, mede gelet op het snelheidsregime dat zal worden verlaagd en de voldoende gegarandeerde zichtbaarheid langs het traject.
Aan de in het bezwaarschrift geformuleerde bemerkingen is voldaan.
● Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
● Afpaling van de weg
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
De afpalingsprocedure kan in overweging genomen worden nadat er uitsluitsel is over de rooilijnprocedure.
Over dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt in deze fase nog geen uitspraak gedaan.
● Naamgeving
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Zoals eerder opgemerkt omvat de voorliggende beslissing slechts een beslissing in de zin van artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen en wordt uitspraak gedaan over de goedkeuring van het rooilijnplan en de ligging/breedte van het wegtracé. Pas na het afronden van deze procedure zal er overgegaan worden tot de naamgeving van de weg.
Over dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt in deze fase nog geen uitspraak gedaan.
9) Bezwaarschrift 09_180526 van 18 mei 2026 (ingekomen op 18 mei 2026)
● Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
● Naamgeving
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Zoals eerder opgemerkt omvat de voorliggende beslissing slechts een beslissing in de zin van artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen en wordt uitspraak gedaan over de goedkeuring van het rooilijnplan en de ligging/breedte van het wegtracé. Pas na het afronden van deze procedure zal er overgegaan worden tot de naamgeving van de weg.
Over dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt in deze fase nog geen uitspraak gedaan.
10) Bezwaarschrift 10_180526 van 18 mei 2026 (ingekomen op 18 mei 2026):
● Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
● Naamgeving
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Zoals eerder opgemerkt omvat de voorliggende beslissing slechts een beslissing in de zin van artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen en wordt uitspraak gedaan over de goedkeuring van het rooilijnplan en de ligging/breedte van het wegtracé. Pas na het afronden van deze procedure zal er overgegaan worden tot de naamgeving van de weg.
Over dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt in deze fase nog geen uitspraak gedaan.
11) Bezwaarschrift 11_180526 van 18 mei 2026 (ingekomen op 18 mei 2026):
● Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
● Naamgeving
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Zoals eerder opgemerkt omvat de voorliggende beslissing slechts een beslissing in de zin van artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen en wordt uitspraak gedaan over de goedkeuring van het rooilijnplan en de ligging/breedte van het wegtracé. Pas na het afronden van deze procedure zal er overgegaan worden tot de naamgeving van de weg.
Over dit onderdeel van het bezwaarschrift wordt in deze fase nog geen uitspraak gedaan.
12) Bezwaarschrift 12_180526 van 18 mei 2026 (ingekomen op 18 mei 2026).
Het tracé moet bruikbaar zijn over een breedte van 1,6 meter:
Beoordeling over dit onderdeel van het bezwaarschrift:
Het voorliggende rooilijnplan is tot stand gekomen volgens de procedure vervat in de artikelen 16 e.v. van het Decreet Gemeentewegen, waarbij de beslissing om het rooilijnplan al dan niet goed te keuren berust op artikel 17, §5 van het Decreet Gemeentewegen.
Het voorliggende rooilijnplan omvat enkel als doelstelling om het statuut van de wegenis vast te stellen alsook de nodige duidelijkheid te bieden aangaande de ligging van het tracé en de breedte. Hetgeen, gelet op het verordenend karakter van het rooilijnplan, tevens de functie omvat om de gronden te ‘bestemmen’ als gemeenteweg.
Immers wordt hiertoe enkel de rooilijn vastgesteld zoals gedefinieerd in artikel 2, 9e van het Decreet Gemeentewegen, zonder dat de voorliggende beslissing de uitvoering van enige werkzaamheden bevat.
De gestelde opmerking/bezwaar heeft betrekking op hetzij het beheer van de gemeenteweg (art. 34 Decreet Gemeentewegen), hetzij het handhaven (art. 38 e.v. Decreet Gemeentewegen) van de vrije breedte van het wegenistracé, dewelke noodzaken dat eerst een beslissing over het statuut van de wegenis genomen wordt en de ligging/breedte duidelijk vastgesteld wordt– hetgeen het voorwerp van de voorliggende beslissing uitmaakt.
Indien de noodzaak zich voordoet zal de gemeenteraad het nodige doen om de beheersbevoegdheid, dan wel de handhavingsbevoegdheid, uit te oefenen.
Dit onderdeel van het bezwaarschrift zal na de definitieve vaststelling onderzocht worden.
Financiële gevolgen
Budgetjaar | Budgetsleutel | Geraamde uitgaven | Beschikbaar budget op datum van 3 maart 2026 |
2026 | 060000/61420110 | 2.500 euro | 40.307,50 euro |
Bijlagen
● Vonnis 31 maart 1931
● Vonnis 25 november 1931
● 2017 houdende het slopen van de bestaande woning en het bouwen van een eengezinswoning
● Verzoekschrift van 18 december 2020 conform artikel 13§2 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en 57 verklaringen in deze zin.
● Gemeenteraadsbesluit van 18 februari 2021
● Collegebesluit van 8 juni 2021
● Vonnis vredegerecht 19 april 2022
● Arrest van de Raad van State van 28 april 2023
● Vonnis van de burgerlijke rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 18 oktober 2023
● Ontwerp rooilijnplan
● Schattingsverslag van 3 maart 2026
● Bezwaarschriften
Besluit:
eenparig aangenomen.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het ontwerp van het gemeentelijk rooilijnplan van de hierin beschreven weg tussen de Houwaartsebergweg en de Haldertstraat definitief vast.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere uitvoering van deze beslissing.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt aan het publiek op de volgende manieren:
● publicatie van het besluit op de gemeentelijke website gedurende 30 dagen;
● aanplakking van het besluit bij het gemeentehuis en ter plaatse, minstens aan het begin- en eindpunt van het betrokken wegdeel;
● verzending van de bekendmaking ter kennisgeving met een beveiligde zending naar iedereen die in het kader van het openbaar onderzoek een standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend;
● verzending van het besluit en de bijbehorende plannen elektronisch aan de deputatie van de provincie en met een beveiligde zending naar het departement MOW en De Lijn.
Artikel 4
De gemeente publiceert het besluit van de gemeenteraad tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan in het Belgisch Staatsblad en op de gemeentelijke website:
● hetzij na het verlopen van de beroepstermijn, zonder dat er een beroepsprocedure werd opgestart;
● hetzij na het verwerpen van het beroep door de Vlaamse Regering. Het besluit heeft uitwerking 14 dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 5
Dit besluit is onderworpen aan de toepassingen van het bestuurlijk toezicht overeenkomstig artikels 330 e.v. van het DLB.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.