Feiten en context

Bij aanvang van de nieuwe legislatuur dient opnieuw een deontologische code vastgesteld te worden ingevolge artikels 74 en 83, 112 juncto artikels 39 en 55 van het Decreet over het lokaal bestuur (hierna: DLB).

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Raadsbeslissing van 21 maart 2019, met wijziging op 16 maart 2023.

 

Adviezen

Er zijn geen adviezen.

 

Argumentatie

Bij aanvang van de nieuwe legislatuur dient opnieuw een deontologische code vastgesteld te worden ingevolge artikels 74 en 83, 112 juncto artikels 39 en 55 DLB.

 

Het vast bureau opteert ervoor om ingevolge artikel 83 de deontologische code voor de OCMW-raad integraal over te nemen, zodat er geen nood is aan het opstellen van een aparte code voor het vast bureau.

 

Het bijzonder comité voor de sociale dienst opteert ervoor om ingevolge artikel 112 de deontologische code voor de OCMW-raad integraal over te nemen, zodat er geen nood is aan het opstellen van een aparte code voor het BCSD.

 

Het is belangrijk voor de raad, de voorzitter en de algemeen directeur om snel over een deontologische code te kunnen beschikken en duidelijkheid te hebben over praktisch-organisatorische aspecten op korte termijn: de aanpassingen aan de vorige versie zijn bijgevolg minimaal (rol voorzitter deontologische commissie).

 

Heden wordt een gelijklopende deontologische code voor de gemeenteraad en het college goedgekeurd.

 

De raad kan te allen tijde deze deontologische code wijzigen en het is de bedoeling om deze code na een jaar werking te evalueren.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De OCMW-raad stelt in toepassing van artikels 74 en 83, 112 juncto artikels 39 en 55 van het DLB het “Deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst van Tielt-Winge” vast, luidende als volgt:

 

Deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn, vast bureau en bijzonder comité voor de sociale dienst van Tielt-Winge (versie 20.03.2025)

 

1. Definities en toepassingsgebied

 

Artikel 1

§1. Deze code geeft voor de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt-Winge uitvoering aan de artikels 74, 83 en 112 van het Decreet over het lokaal bestuur. Het vast bureau en het bijzonder comité voor de sociale dienst hebben naar analogie dezelfde deontologische code als de code die wordt aangenomen voor de raad voor maatschappelijk welzijn.

Deze deontologische code omvat het geheel van beginselen, gedragsregels, richtlijnen en principes, die de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen tot leidraad dienen bij de uitoefening van hun mandaat en bij de dienstverlenende activiteiten ten behoeve van de bevolking. Onder raadsleden moet in het kader van deze code ook worden verstaan de leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst. Onder uitvoerende lokale mandatarissen wordt begrepen de voorzitter en de leden van het vast bureau en de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst.

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen engageren zich ten volle om de bestaande wettelijke regels die deontologische plichten vastleggen ten volle te respecteren.

§2. Raadsleden die krachtens een beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn andere mandaten bekleden (bijvoorbeeld in het kader van een intergemeentelijk samenwerkingsverband), zijn er in die hoedanigheid, en ongeacht het bestaan van een eigen deontologische code voor dat of die mandaten, eveneens toe gehouden de bepalingen van deze deontologische code na te leven.

Deze code is ook van toepassing voor groepen van raadsleden die aan collectieve dienstverlening doen. De raadsleden engageren er zich toe deze regels ook te laten naleven door hun medewerkers of door derden die in hun opdracht handelen.

Raadsleden die ook een ander openbaar mandaat bekleden (bijvoorbeeld provincieraadslid of een parlementair mandaat) houden zich, gelet op een zekere samenhang en functionele wisselwerking tussen deze mandaten, aan de deontologische code voor al hun dienstverlenende activiteiten, ook als zij die uitoefenen uit hoofde van hun ander mandaat. De raadsleden moeten erover waken dat zij, ook buiten hun politieke activiteiten en in het licht van deze code, geen dienstverlenende activiteiten ontplooien die de eer en de waardigheid van hun mandaat kunnen schaden.

§3. Het doel van deze gedragscode is de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen een houvast te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur. De code bevat regels zowel voor de raad voor maatschappelijk welzijn, het bijzonder comité voor de sociale dienst, als voor het vast bureau in hun geheel, als voor de leden ervan afzonderlijk.

De code geeft niet per definitie regels die rechtskracht hebben, maar heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie. Raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen zijn op de naleving van gedragscodes aanspreekbaar en wanneer zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor hun positie.

Naast deze code bestaan er voorschriften die in wet of elders geregeld zijn, bijvoorbeeld over fraude, valsheid in geschrifte, over overheidsopdrachten, over onverenigbaarheden. Dergelijke voorschriften zijn niet uitputtend in deze code opgenomen, maar gelden uiteraard onverminderd de bepalingen van deze code.

§4. Wanneer in deze code gemakshalve telkens gesproken wordt over de burger of bevolking, moet dit wel degelijk zo worden begrepen dat het niet enkel over een persoon kan gaan, maar ook over een groep, een vereniging of een bedrijf.

 

2. Algemene plichten, doelstellingen en uitgangspunten

 

Artikel 2

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen zullen voor de omschrijving van hun eigen dienstverleningsactiviteiten geen termen gebruiken die verwarring creëren met officieel door overheden ingestelde dienstverlening (dus bijvoorbeeld niet de termen 'ombudsman', 'ombudsdienst', ‘klachtenbehandeling’, klachtendienst', 'klachtenmanagement' of andere vergelijkbare samenstellingen met 'ombud' en 'klacht').

 

Artikel 3

Bij hun optreden als raadslid in en buiten het bestuur en in hun contacten met individuen, groepen, instellingen en bedrijven geven de raadsleden voorrang aan het algemeen belang boven particuliere belangen en zij vermijden elke vorm van belangenvermenging.

Het algemeen belang van het OCMW Tielt-Winge is belangrijker dan het particuliere belang van wie dan ook. De eer en de waardigheid van het mandaat komen in het gedrang als een raadslid of de uitvoerende lokale mandataris handelt in strijd met dit algemeen belang en als hij of zij zichzelf of andere persoonlijk voordeel wil toekennen ten koste van het OCMW. Ook buiten hun politieke activiteiten houden uitvoerende mandatarissen rekening met de eer en de waardigheid van hun mandaat.

Elke vorm van rechtstreekse dienstverlening, informatiebemiddeling of doorverwijzing gebeurt zonder enige materiële of geldelijke tegenprestatie van welke aard ook en mag geen vorm van cliëntenwerving inhouden.

 

Artikel 4

Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit

Raadsleden en uitvoerende mandatarissen stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van het OCMW -en in het verlengde daarvan die van de burgers- zijn het primaire richtsnoer.

Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-mandatarissen, de raad voor maatschappelijk welzijn, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie de uitvoerende mandatarissen hun functie vervullen.

Een aantal kernbegrippen is daarbij richtinggevend leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief:

 

Dienstbaarheid

Het handelen van een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris is altijd en volledig gericht op het belang van het OCMW en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.

 

Functionaliteit

Het handelen van een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.

 

Onafhankelijkheid

Het handelen van een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.

 

Openheid

Het handelen van een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van het raadslid / de uitvoerende lokale mandataris en zijn / haar beweegredenen daarbij.

 

Betrouwbaarheid

Op een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

 

Zorgvuldigheid

Het handelen van een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.

 

Respect

De mandatarissen tonen respect in hun relaties binnen en buiten hun ambt. Zij drukken zich respectvol uit en bewaren hun zelfbeheersing. Ze onthouden zich van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag.

 

Gedragingen van de mandatarissen moeten aan deze zeven kernbegrippen afgetoetst kunnen worden.

 

Artikel 5

Het raadslid en de uitvoerende lokale mandataris moeten op dezelfde gewetensvolle manier ten dienste staan van alle burgers die op hun dienstverlening een beroep doen, zonder onderscheid van geslacht, ras, huidskleur, afstamming, sociale stand, nationaliteit, filosofische overtuiging, partijvoorkeur of persoonlijke gevoelens jegens hen.

Tussenkomsten bij gerechtelijke en politionele instanties om de juridische besluitvorming in individuele dossiers te beïnvloeden, bijvoorbeeld om een proces-verbaal te laten seponeren, zijn verboden.

 

3. Specifieke bepalingen

 

A. Het raadslid en de uitvoerende lokale mandataris als informatiebemiddelaar en als doorverwijzer

 

Artikel 6

Het behoort tot de wezenlijke taken van de raadsleden en de uitvoerende lokale mandataris om informatie te ontvangen en te verstrekken en om door te verwijzen naar de geëigende diensten of instanties.

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen stellen informatie ter beschikking over de werking van ombudsdiensten, de diensten die instaan voor het behandelen van klachten van de burger over het optreden van de overheid, en de gemeentelijke communicatiedienst. Tevens verstrekken ze informatie over bestaande communicatie- of informatiediensten waar de burger voor informatie terecht kan.

Bestuurlijke en gerechtelijke informatie waarop de vraagsteller geen recht heeft, die de goede werking van de administratie of het gerecht kan doorkruisen of die de privacy van anderen in het gedrang kan brengen, mag door de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen niet worden doorgegeven.

In het kader van hun algemene luisterbereidheid kunnen raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen de rol vervullen van vertrouwenspersoon.

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen proberen, waar mogelijk, vraagstellers door te verwijzen naar de geëigende diensten van de administratie, het gerecht, ..., zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke communicatiedienst, de ombudsdiensten en informatieambtenaren die van overheidswege ingesteld zijn om de problemen van de vraagstellers op te lossen, of naar particuliere en overheidsdiensten die professioneel gespecialiseerd zijn in het oplossen van de opgeworpen problemen.

 

B. Het raadslid en de uitvoerende lokale mandataris als administratieve begeleider en ondersteuner

 

Artikel 7

Raadsleden en uitvoerende lokale mandatarissen kunnen de burgers ondersteunen en begeleiden in hun relatie met de administratie of met betrokken instanties: zij kunnen de burgers helpen om, via de daartoe geëigende kanalen en procedures, een aanvraag te richten tot de gemeentelijke (of andere) overheid, informatie te verkrijgen over de stand van zaken van een dossier, daarover verdere uitleg en verantwoording te vragen, en voorafgaande vragen te stellen over de administratieve behandeling van dossiers.

Omdat steeds meer overheidsdiensten en gespecialiseerde diensten een ombudsdienst of klachtendienst hebben ingesteld ter oplossing van conflicten, moeten de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen de burger in eerste instantie doorverwijzen naar de bevoegde ombuds- of klachtendienst en hem informeren over het gemeentelijke systeem van klachtenbehandeling, zoals geregeld in artikels 302 en 303 van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 8

Raadsleden en uitvoerende lokale mandatarissen hebben het recht vragen te stellen naar concrete toelichting bij de bestaande regelgeving of een genomen beslissing, naar de stand van zaken van een dossier of de verantwoording voor het niet-beantwoorden van vragen door de burger gesteld.

Bij het ondersteunen en begeleiden van vraagstellers, respecteren de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen de onafhankelijkheid van de ambtenaren en diensten, de objectiviteit van de procedures en de termijnen die als normaal beschouwd worden voor de afhandeling van soortgelijke dossiers.

 

C. Tussenkomsten

 

Artikel 9

§1. ‘Bespoedigingstussenkomsten’, waarbij de raadsleden en de uitvoerende lokale mandataris een administratieve of gerechtelijke procedure proberen te versnellen in dossiers die zonder die tussenkomst weliswaar een langere verwerkingsperiode, maar toch een gunstig gevolg zouden krijgen, zijn niet toegestaan indien het bespoedigen van het dossier van de ene het vertragen van de behandeling van andere dossiers inhoudt (wat een vorm van favoritisme is).

Worden niet beschouwd als bespoedigingstussenkomsten en zijn derhalve toegestaan:

         vragen naar de redenen en oorzaken van de langdurige of laattijdige behandeling van een dossier

         het vestigen van de aandacht op of het meedelen, aan de behandelende ambtenaar of dienst, van bijzondere gegevens en relevante informatie die een versnelde behandeling van het dossier, gelet op de hoogdringendheid ervan, objectief rechtvaardigen

         vragen om toelichting bij de toepasselijke regelgeving

         vragen met betrekking tot de aan een genomen beslissing ten grondslag liggende elementen en motieven

§2. Verzoeken van een raadslid of van een uitvoerende lokale mandataris om een burger onrechtmatig te begunstigen zijn verboden. Het betreft hier tussenkomsten waarbij het raadslid zijn voorspraak aanwendt teneinde de afloop of het resultaat van een zaak of van een dossier te beïnvloeden in de door de belanghebbende burger gewenste zin zonder dat dit wettelijk gezien mogelijk zou zijn.

Worden niet beschouwd als begunstigingstussenkomsten en zijn derhalve toegestaan:

         het inwinnen en verstrekken van informatie en inlichtingen omtrent de modaliteiten, voorwaarden en organisatie van selectieprocedures, examens, geschiktheids- en bekwaamheidstests en de procedures inzake benoemingen, aanstellingen en bevorderingen

         het uitoefenen van toezicht op het correcte verloop en de objectiviteit van de in het vorig lid bedoelde procedures, examens en tests, zonder zich in het verloop ervan te mengen of er in te interveniëren met het oog op de beïnvloeding van het resultaat en/of de beoordeling

         het informeren van de belangstellenden met betrekking tot werkaanbiedingen en vacatures in de particuliere en overheidssector

 

Artikel 10

Tussenkomsten bij selectievoerende instanties, die tot doel hebben het onterecht bevorderen van kansen op benoeming, aanstelling en bevordering in de administratie en binnen de gerechtelijke sector, zijn niet toegestaan.

Als raadsleden of uitvoerende lokale mandatarissen om steun gevraagd worden door of voor kandidaten die een bepaalde functie of bevordering ambiëren, dan delen de mandatarissen aan de kandidaten mee dat de benoeming of bevordering gebeurt op basis van de vastgelegde criteria en verwijzen ze de kandidaten door naar de geëigende instanties. In de mate zij zelf zullen beslissen over de functie of bevordering in kwestie zullen zij er zich voor hoeden geen toezeggingen te doen waaraan zij zelf geen goed gevolg kunnen verlenen.

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen mogen informatie inwinnen en doorgeven omtrent de voorwaarden en de organisatie van examens en bekwaamheidstests en de procedures voor benoemingen, aanstellingen en bevorderingen.

De raadsleden mogen zich engageren tot het uitoefenen van toezicht op de objectiviteit van examens of bekwaamheidstests. Om die objectiviteit te garanderen, kunnen zij inlichtingen inwinnen over de evaluatieprocedures en -criteria. Bij de eigenlijke selecties komen zij niet tussenbeide. Nadien kunnen zij wel vragen stellen over de objectiviteit van het examen of de test, of over de objectiviteit van de evaluatie of de selectie, en in geval van overtreding of van vermoeden van overtreding, kunnen zij de tekortgedane partij bijstand verlenen, als die via de geëigende kanalen beroep aantekent.

 

Artikel 11

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen mogen werkzoekenden op de hoogte stellen van werkaanbiedingen in de particuliere en de overheidssector. Voor die informatietaak mogen zij geen enkele tegenprestatie, van welke aard ook, beloven of leveren aan de betrokken werkgevers. Zij moeten zich ook onthouden van enige aanbeveling, zowel schriftelijk als mondeling.

 

D. Onrechtmatige en onwettelijke voordelen

 

Artikel 12

Elke poging tot bevoordeling, waarbij de burger door toedoen van een raadslid of de uitvoerende lokale mandataris iets probeert te bereiken wat onrechtmatig of wettelijk niet toelaatbaar is, is verboden.

Tussenkomsten van raadsleden met de bedoeling de toewijzing van overheidsopdrachten of de uitvoering van contractuele verbintenissen met de overheid te beïnvloeden, zijn eveneens verboden.

Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het raadslid / de uitvoerende lokale mandataris (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

Een raadslid of uitvoerende lokale mandataris die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van werken, leveringen of diensten aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende (overheids)opdracht.

Een raadslid of uitvoerende mandataris neemt van een aanbieder van werken, leveringen of diensten aan het OCMW geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.

 

E. Schijndienstbetoon en ongevraagd dienstbetoon

 

Artikel 13

Alle vormen van schijndienstbetoon, waarbij de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen bewust, maar onterecht, de indruk wekken dat zij bij de goede afloop van een dossier daadwerkelijk tussenbeide gekomen zijn (eventueel zonder dat de betrokken burger om een tussenkomst heeft gevraagd) zijn niet toegestaan. Wanneer een burger daar niet om heeft gevraagd, zal het raadslid of de uitvoerende lokale mandataris hem niet aanschrijven om hem, in plaats van of naast de officiële kennisgeving, op de hoogte te brengen van de beslissing die genomen werd in een dossier.

 

Artikel 14

Alle vormen van ongevraagd dienstbetoon, waarbij de raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen wel degelijk daadwerkelijk optreden om de goede afloop van een persoonlijk dossier te waarborgen, maar zonder dat de betrokken burger daarom gevraagd heeft, zijn niet toegestaan.

 

F. Bekendmaking dienstverlening

 

Artikel 15

Het lokaal bestuur zal op geregelde tijdstippen de lijst van alle raadsleden en van de uitvoerende lokale mandatarissen met hun contactadressen bekendmaken bij de bevolking via de gemeentelijke website: “www.tielt-winge.be”. Het is de raadsleden verboden om publiciteit te maken voor dienstverlenende activiteiten.

 

Zij kunnen, aanvullend op de informatieverstrekking door de lokale overheid, bekendheid geven aan hun bereikbaarheid voor de bevolking. Deze bijkomende informatieverstrekking houdt het bekendmaken van een of meer contactadressen, naam en mandaat van de raadsleden, telefoon- en faxnummer, e-mailadres, adres van een website, en een openbaar ambt waardige foto in. In ieder geval kan er geen melding gemaakt worden van de aard van de dienstverlening waarin zij eventueel gespecialiseerd zijn. Die regels gelden niet voor ledenbladen van politieke partijen, eigen politieke publicaties of verkiezingsdrukwerk. Publiciteit voor dienstverlening is niet toegestaan in het gemeentelijk informatieblad, andere periodieken, uitgaande van het gemeentebestuur of andere openbare of private instanties, op lokale en regionale radiozenders en op televisiezenders.

 

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen stellen zich verder zeer terughoudend op inzake de publicatie van ‘geposeerde’ of ‘individualiseerbare’ foto’s, in het gemeentelijk informatieblad en andere gemeentelijke communicatiekanalen, die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de uitoefening van hun functie of enige andere vorm van dienstverlening.

 

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen maken in hun verkiezingscampagnes en -mailings, die gericht zijn op individuen, geen melding van de diensten die zij eventueel voor de betrokkenen hebben verricht. In geen geval mogen zij de indruk wekken dat zij om steun vragen in ruil voor bewezen diensten. Zij schikken zich hierbij tevens naar de wettelijke bepalingen inzake verkiezingsuitgaven.

 

Elk raadslid en elke uitvoerende lokale mandataris onthoudt zich van het vermelden van beweerde politieke overtuigingenvanindividuele ambtenaren (bij naam of anderszins, waarbij het duidelijk is dat het over een bepaald ambtenaar gaat) in de openbare zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn, in persinterviews of in politieke publicaties en periodieken.

 

G. Nevenfuncties

 

Artikel 16

Een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van het OCMW.

 

Een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris vervult uit eigen beweging zijn verplichtingen jegens het Rekenhof inzake mandatenlijst en vermogensaangifte.

 

De kosten die een raadslid en een uitvoerende lokale mandataris maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend.

 

F. Informatie

 

Artikel 17

Een raadslid of een uitvoerende lokale mandataris gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt. Hij/zij verstrekt geen geheime informatie.

Een raadslid of een uitvoerende lokale mandataris houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van de reglementering openbaarheid van bestuur.

 

Een raadslid of een uitvoerende lokale mandataris maakt niet ten eigen bate of voor zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

 

G. Aannemen van geschenken en giften

 

Artikel 18

Geschenken en giften die een raadslid of een uitvoerende lokale mandataris uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van het OCMW. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.

 

Indien een uitvoerend mandataris als zodanig geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd.

 

Geschenken en giften worden niet op het thuisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld aan de raad voor maatschappelijk welzijn, aan de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of aan het vast bureau, waar een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen.

 

H. Bestuurlijke uitgaven / indienen kostennota’s en schuldvorderingen

 

Artikel 19

Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Het aantonen dient steeds te gebeuren via het indienen van een schuldvordering of onkostennota op basis van schriftelijke stukken (factuur, ontvangstbewijs, kastickets).

 

Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke  uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd:

 met de uitgave is het belang van het OCMW gediend en

 de uitgave vloeit voort uit de functie.

 

Uitgaven worden vergoed voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht door de raad voor maatschappelijk welzijn of het vast bureau.

 

Het raadslid en de uitvoerende lokale mandataris dient geen onkostennota’s of schuldvorderingen in die reeds op andere wijze worden vergoed.

 

Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure.

 

Een declaratie wordt ingediend bij het vast bureau, met toevoeging van een betalingsbewijs (factuur, ontvangstbewijs, kastickets) en vermelding van de functionaliteit van de uitgave.

 

Gemaakte kosten worden binnen een maand gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voor zover mogelijk binnen een maand afgerekend.

 

De algemeen directeur is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van uitvoerend mandatarissen worden administratief afgehandeld door een daartoe door de algemeen directeur aangewezen ambtenaar.

 

Het gebruik van gemeentelijke kredietkaarten en vergelijkbare producten is niet mogelijk.

 

Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is niet toegestaan. Het is raadsleden en uitvoerende mandatarissen wel toegestaan gebruik te maken van de gemeentelijke faciliteiten (in ruime zin) bij de vervulling van hun taken, verbonden aan hun mandaat.

 

Raadsleden en uitvoerende lokale mandatarissen kunnen geen fax, mobiele telefoon, computer of ander informaticamaterieel in bruikleen ter beschikking krijgen.

 

Als het belang van het OCMW daarmee is gediend kan het college besluiten dat raadsleden of uitvoerende lokale mandatarissen voor hun dienstreizen gebruik maken van een dienstauto. Het gebruik van deze voorziening wordt centraal geregistreerd.

 

Raadsleden en uitvoerende mandatarissen springen zuinig om met het gebruik van gemeentelijke voorzieningen.

 

4. Naleving, controle, werking deontologische commissie en sanctionering

 

Artikel 20

De raadsleden en de uitvoerende lokale mandatarissen verbinden er zich toe deze deontologische code na te leven.

De naleving van deze deontologische code veronderstelt openbaarheid als enige fundamenteel structurele oplossing om ongeoorloofde tussenkomsten te verhinderen.

 

Artikel 21

Het vast bureau zal erop toezien dat de dossierbehandelende ambtenaren elke tussenkomst (onder meer uitgaande van politieke mandatarissen en partijfunctionarissen op alle niveaus, vertegenwoordigers van drukkingsgroepen en publieke, semi-publieke of privé-hulpverleners) toevoegen aan het desbetreffende administratieve dossier.

 

Artikel 22

De deontologische commissie waakt over de naleving van deze deontologische code.

De commissie is bevoegd voor:

         Het formuleren van een gemotiveerd advies aan de raad over het vermoeden van een schending van deze code door personen die door deze code gevat worden.

         Het geven van adviezen en aanbevelingen aan de raad over de inhoud van deze code met het oog op het bijsturen ervan.

 

Inzake deontologische kwesties vergadert deze deontologische commissie naar gelang van de noodwendigheden en met gesloten deuren, tenzij het betrokken raadslid of de betrokken uitvoerende lokale mandataris de openbaarheid van de vergadering vraagt.

De voorzitter van de deontologische commissie is verantwoordelijk voor de oproeping en stelt de agenda op.

De voorzitter is daarenboven gehouden de commissie bijeen te roepen op aanvraag van minstens een derde van haar leden.

De oproepingen vermelden in elk geval de plaats, de dag, het tijdstip en de agenda van de vergadering en worden tenminste 8 dagen voor de vergadering aan de leden bezorgd. In geval van hoogdringendheid, te beoordelen door de voorzitter, wordt de bijeenroeping tenminste 3 dagen voor de vergadering bezorgd. De agendapunten moeten voldoende duidelijk omschreven zijn. Voor elk agendapunt wordt het dossier dat erop betrekking heeft, ter beschikking van de leden van de commissie vanaf de verzending van de agenda.

De bezorging van de oproeping, de agenda en de dossier gebeurt op dezelfde wijze als dat gebeurt in de raad, met als verschil dat enkel de leden van de deontologische commissie deze oproep, agenda en dossiers ontvangen.

De leden van de commissie werken volgens volgende principes:

         De handhaving is onpartijdig.

         Men is terughoudend met publiciteit.

         Men gaat zorgvuldig om met de vermeende schender.

 

Voor zover niets bepaald in deze code rond procedure, is het huishoudelijk reglement van de raad van toepassing.

 

Artikel 23

Ambtenaren of andere personen die geconfronteerd worden met een inmenging van een mandataris of derde die zij in strijd achten met deze deontologische code, worden verzocht hiervan binnen de vijftien dagen melding te maken bij de algemeen directeur. Kopie van de melding wordt onverwijld ter kennis gebracht van het betrokken raadslid.

Wanneer de voorzitter van de commissie en de algemeen directeur besluiten dat de melding onontvankelijk is dan betekent dit meteen het einde van de procedure die gestart werd naar aanleiding van dit vermoeden. De commissieleden worden hierover wel geïnformeerd. Anonieme klachten zijn onontvankelijk.

De algemeen directeur legt deze meldingen voor aan de deontologische commissie bij zijn eerstvolgende vergadering.

De deontologische commissie onderzoekt die meldingen op hun gegrondheid. Daarbij moet het recht van verdediging van het betrokken raadslid worden gevrijwaard. Het raadslid of de uitvoerende lokale mandataris mag zich laten bijstaan door een raadsman. Uitspraak moet geschieden binnen dertig dagen na ontvangst. De termijnen in dit artikel worden verdubbeld in vakantieperiodes.

Ook mogelijke getuigen kunnen gehoord worden. Niemand kan daartoe verplicht worden.

Na het horen van betrokkenen bespreekt de commissie het vermoeden van schending en wordt een gemotiveerd advies overgemaakt aan de raad.

Enkel de raad kan zich uitspreken of een mandataris een schending heeft begaan. Dat kan op basis van het gemotiveerd advies van de deontologische commissie. Als de raad beslist om af te wijken van het advies dan moet de vermeende schender de kans krijgen om door de raad zelf gehoord te worden vooraleer de raad ten gronde besluit.

Wanneer de raad vaststelt dat deze code geschonden werd door een mandataris, dan kan de raad:

         zich uitdrukkelijk distantiëren van het gedrag van een raadslid.

         vragen dat het raadslid zich verontschuldigt.

         beslissen een melding te doen bij het parket of Audit Vlaanderen.

         bij een kennelijk wangedrag of grove nalatigheid van de voorzitter of een lid van het vast bureau, de voorzitter of een lid van het bijzonder comité of de raadsvoorzitter een dossier overmaken aan de Vlaamse regering zodat die een tuchtonderzoek kan instellen.

 

5. Varia

 

Artikel 24

§1. Deze deontologische code doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van strafrechtelijke vervolging van raadsleden of van uitvoerende lokale mandatarissen wegens schending van het beroepsgeheim, overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.

 

§2. Deze deontologische code doet evenmin afbreuk aan de draagwijdte van artikel 74 juncto 27 van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 25

Deze deontologische code zal worden bekendgemaakt bij de burger en de ambtenaren van de gemeentelijke administratie via de gemeentelijke website en het gemeentelijk informatieblad.

 

Artikel 2

Deze deontologische code treedt in werking vanaf  21 maart 2025 en wordt bekend gemaakt conform artikel 286 DLB.

 

Artikel 3

De deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn, het vast bureau en het BCSD, zoals aangenomen bij raadsbeslissing van 21 maart 2019, zoals gewijzigd op 16 maart 2023, wordt met onmiddellijke ingang opgeheven door deze deontologische code.

 

Artikel 4

De OCMW-raad evalueert het voorliggende deontologische code in de loop van 2026.

 

Artikel 5

Deze beslissing is onderworpen aan de toepassing van het bestuurlijk toezicht zoals blijkt uit artikels 330 e.v. van het DLB.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.