Gemeenteraad van Tielt-Winge

15 december 2025

Notulen

 

Aanwezig:

voorzitter:

Jo Smekens

burgemeester:

Katrien Houtmeyers

schepen:

Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme

raadslid:

Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen, Tom Craeninckx, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet, Fons Lemmens

algemeen directeur:

Kurt Yskout

 

Verontschuldigd:

raadslid:

Gerry Caluwaerts

 

 

Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Goedkeuring notulen vorige gemeenteraad

 

Conform met het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van 20 maart 2025, keurt de gemeenteraad de notulen van de zitting van 20 november 2025 goed.

 

Bijlagen

         Ontwerpnotulen gemeenteraad van 20 november 2025 (via Meeting.mobile).

         Audioverslag GR van 20 november 2025.

         Index audioverslag GR van 20 november 2025.

         Mondelinge vragen GR en OR - 20 november 2025.

         Agenda gemeenteraad van 15 december 2025.

 

" "

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Kennisneming van het verder zetelen van raadslid Raf Alaerts als onafhankelijk raadslid

Motivering

 

Feiten en context

Op 2 januari 2025 werd Raf Alaerts geïnstalleerd en beëdigd als raadslid voor de lijst nr. 3 (cd&v + Groen).

 

Bij schrijven van 1 december 2025 wordt aan de voorzitter van de raden gemeld door de fractieleider van cd&v + Groen (Jasper Trompet) dat raadslid Raf Alaerts per direct in gemeenteraad (en de raad voor maatschappelijk welzijn) geen deel meer uitmaakt van de fractie cd&v + Groen.

 

Het betrokken raadslid zal dus gaan zetelen als onafhankelijk raadslid (en de betrokken fractie per direct verlaten).

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Gelet op de installatie en eedaflegging van 2 januari 2025 van de heer Raf Alaerts als gemeenteraadslid voor de lijst nr. 3 (cd&v + Groen).

 

Bij schrijven van 1 december 2025 wordt gemeld aan de voorzitter van de raden door raadslid Jasper Trompet, fractieleider van cd&v + Groen, dat raadslid Raf Alaerts per direct de fractie cd&v + Groen verlaat, en dat hij bijgevolg in de gemeenteraad (en de raad voor maatschappelijk welzijn) dus verder zal zetelen als onafhankelijk raadslid.

 

Overwegende dat geen enkele juridische regel kan verhinderen dat een gemeenteraadslid zijn oorspronkelijke fractie verlaat (op eigen initiatief) of door de fractie uit de fractie wordt gezet en daarop gaat zetelen als onafhankelijke (antwoord van Vlaams minister-vice-president Geert Bourgeois op parlementaire vraag nr. 66 van 5 november 2010 van Vlaams parlementslid Patricia De Waele). Dit laatste houdt in dat de fractie zelf (in casu bij monde van deze fractieleider) hiervan kennis geeft aan de voorzitter van de raad.

 

Juridisch is het raadslid verkozen op basis van dezelfde lijst als de collega-fractieleden. Dat is onveranderlijk in een lopende bestuursperiode. Er wordt in de praktijk wel aanvaard dat men als raadslid de fractie kan verlaten. Wel kan men tijdens de bestuursperiode nooit overstappen naar een andere fractie. Wie uit de fractie stapt zal dus zetelen als onafhankelijk raadslid. Onafhankelijke raadsleden kunnen ook samen geen fractie vormen.

 

Dit houdt wel in dat betrokken raadslid niet kan deelnemen aan de gemeenteraadscommissie omdat hij tot geen enkele fractie meer behoort (artikel 37 §3 lid 2 DLB).

 

Het betaamt om de gemeenteraad ook formeel van deze gewijzigde situatie te laten kennisnemen en het heden in casu de eerste gemeenteraad is dat dit kan.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

Schrijven van fractieleider Jasper Trompet van 1 december 2025.

 

Besluit:

De gemeenteraad neemt kennis van de melding van 1 december 2025 van de fractieleider van cd&v + Groen dat gemeenteraadslid Raf Alaerts de fractie cd&v + Groen per direct verlaat en neemt tevens kennis van het feit dat hij vanaf heden als onafhankelijk raadslid verder zal zetelen in de raden." "

Zetelen van Raf Alaerts als onafhankelijk raadslid.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Kennisneming beleidsnota lokaal bestuur Tielt-Winge 2025-2030

Motivering

 

Feiten en context

Ter voorbereiding van het meerjarenplan 2026-2031 heeft het college van burgemeester en schepenen/vast bureau een tekst opgemaakt die de belangrijkste voornemens van het bestuur samenvat in een beleidsnota voor de huidige bestuursperiode 2025-2030. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd kennis te nemen van dit programma.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Collegebeslissing (kennisneming) van 7 oktober 2025

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De 'Beleidsnota lokaal bestuur Tielt-Winge' voor de bestuursperiode 2025-2030, zoals voorbereid en gefinaliseerd op politiek niveau (bestuursmeerderheid) vormt het politieke/beleidsmatige uitgangspunt van het meerjarenbeleidsplan 2026-2031 en de daaraan gekoppelde beleidsrapporten/bijlagen (zoals o.m. de doelstellingenboom).

 

Deze beleidsnota is een visietekst, die een aanzet geeft voor het meerjarenplan 2026-2031. In tegenstelling tot het meerjarenplan is het geen verplicht document. Het is echter wel de tekst op basis waarvan het bestuur de uitdagingen voor ons lokaal bestuur de volgende jaren wil aangaan en de acties die daarvoor zullen worden opgezet. Bij de vaststelling van het meerjarenplan en het bepalen van de beleidsruimte zal duidelijk worden welk uitvoeringsritme we daarvoor kunnen volgen.

 

Het betaamt dan ook dat dit politiek document ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad van 15 december 2025. De beleidsmatige en cijfermatige vertaling ervan in het meerjarenplan zal hierna aan de goedkeuring van de raden worden voorgelegd.

 

Dit document zal ook ter kennis worden gebracht van de bevolking.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct toewijsbare financiële gevolgen. De uitvoering van deze beleidsnota zal financieel/budgettair tot uiting komen in het meerjarenplan 2026-2031, dat later in deze zitting aan de raden wordt voorgelegd voor beslissing.

 

Bijlagen

Beleidsnota 2025-2030 lokaal bestuur Tielt-Winge

 

Besluit:

De gemeenteraad neemt kennis van de beleidsnota lokaal bestuur Tielt-Winge voor de bestuursperiode 2025-2030." "

De gemeenteraad neemt kennis van de beleidsnota lokaal bestuur Tielt-Winge voor de bestuursperiode 2025-2030.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW

Motivering

 

Feiten en context

Het decreet van 22 december 2017 bepaalt dat gemeente en OCMW voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen, een meerjarenplan moeten vaststellen. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.

Concreet moet er een meerjarenplan worden gemaakt voor de periode 2026-2031.

 

Het meerjarenplan wordt opgemaakt volgens de regels van de nieuwe BBC 3.0-regelgeving die van toepassing is vanaf het boekjaar 2026.

 

De administratie werkt samen met het uitvoerend orgaan het ontwerp van het meerjarenplan uit. De algemeen directeur en financieel directeur stellen het op in overleg met het managementteam.

 

Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031 (en de daarbij horende stukken) werden conform artikel 249 §2 van het DLB tijdig op digitale en beveiligde wijze (via Meeting.mobile) ter beschikking gesteld van de raadsleden door de algemeen directeur.

 

De gemeente en OCMW hebben samen een geïntegreerd meerjarenplan maar hebben elk hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft aangepast, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

 

De raad voor maatschappelijk welzijn stelde in zitting van heden al eerder zijn eigen deel van het meerjarenplan vast.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Besluit Vlaamse regering van 30 maart 2018 en 14 juli 2023 betreffende de BBC.

         Ministerieel besluit van 26 juni 2018 en 8 december 2023 betreffende de BBC.

         Omzendbrief KBB/ABB 2025 betreffende de meerjarenplannen 2026-2031.

 

Adviezen

Positief advies van het managementteam van 14 november 2025.

 

Argumentatie

Het meerjarenplan geeft de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties weer voor het extern en intern te voeren beleid. Verder bevat het eveneens de financiële vertaling hiervan en de weergave hoe het bestuur het financieel evenwicht zal bewaren. Het meerjarenplan van gemeente en OCMW vormt een geïntegreerd geheel. De kredieten (op een hoog niveau vastgesteld) zijn gekoppeld aan doelstellingen, actieplannen en acties.

 

Het vaststellen van de beleidsrapporten (waaronder het meerjarenplan) behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de raad. Met de vaststelling van het meerjarenplan geeft de raad toestemming aan het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau om de opgenomen uitgaven en ontvangsten te verrichten.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 voldoet aan de evenwichtsvoorwaarden gesteld in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief en de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

 

De gemeenteraad dient zich apart uit te spreken over het gedeelte gemeente (artikel 1) en de globaliteit (artikel 2): er zijn bijgevolg 2 stemmingen aan de orde.

 

Financiële gevolgen

De financiële implicaties volgen uit de bijgevoegde beleidsrapporten.

 

Bijlagen

         MJP 2026-2031

         Documentatie_Omgevingsanalyse

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage1

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage2

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage3

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage4

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage5

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage9

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage10

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage11

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage12

         Documentatie_Omgevingsanalyse_bijlage13

         Documentatie_Overzicht_alle_beleidsdoelstellingen-actieplannen-acties

         Documentatie_Overzicht_werkings-investeringssubsidies

         Documentatie_Overzicht_Beleidsdomeinen-beleidsvelden-beleidsitems

         Documentatie_Opbrengst_belastingsoort

         Documentatie_Opbrengst_retributiesoort

         Documentatie_uitgaven-ontvangsten_per_beleidsitem

 

Besluit:

over artikel 113 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
7 stemmen tegen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen, Tom Craeninckx en Raf Alaerts.
 

 

over artikel 213 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
7 stemmen tegen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen, Tom Craeninckx en Raf Alaerts.
Artikel 1 (gewone stemming)

De gemeenteraad keurt zijn deel van het meerjarenplan 2026-2031 van gemeente en OCMW goed.

 

Artikel 2 (gewone stemming)

De gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031, dat door de raad van maatschappelijk welzijn heden al werd vastgesteld, goed, waardoor tevens het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel wordt vastgesteld.

 

Artikel 3

Het meerjarenplan 2026-2031 voldoet aan de evenwichtsvoorwaarden gesteld in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Het geraamde beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief en de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

 

Artikel 4

Dit dossier is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, geregeld door het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017." "

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 goed.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Herziening verdeelsleutel gemeentelijke bijdrage in de politiezone

Motivering

 

Feiten en context

De politiezone 5389 Hageland is een meergemeentepolitiezone bestaande uit de gemeenten Bekkevoort, Geetbets, Glabbeek, Kortenaken en Tielt-Winge.

 

Wanneer de politiezone niet over voldoende middelen beschikt om haar uitgaven te dekken, wordt het tekort gedragen door de deelnemende gemeenten, elk volgens hun aandeel in de gemeentelijke dotatie.

 

Elke gemeenteraad dient de toelage goed te keuren die aan het lokaal politiekorps wordt toegekend en in de gemeentelijke begroting wordt ingeschreven. Deze toelage moet overeenstemmen met de ontvangstenzijde van de politiebegroting.

 

Het politiecollege van de politiezone Hageland heeft in zijn zitting van 3 november 2025 beslist om de bestaande verdeelsleutel te herzien, rekening houdend met recentere socio-economische gegevens. De herziening is noodzakelijk om de bijdragen van de deelnemende gemeenten op een evenwichtige en actuele manier vast te stellen.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst op twee niveaus (WGP), inzonderheid artikel 40

         Koninklijk besluit van 5 september 2001 houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale politie

         Omzendbrief BA/2001/13 van 7 september 2001 – Nieuwe Lokale Politie – administratief toezicht

         Omzendbrief BA/2001/12 betreffende het administratief toezicht op de gemeenten en politiezones, gewijzigd bij decreet van 15 juli 2002

         Omzendbrief PLP 12 van 8 oktober 2001 betreffende de rol van de gouverneur inzake toezicht op de politiezones

         Koninklijk besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone, inzonderheid artikel 3

 

Adviezen

Het positieve advies van de begrotingscommissie van de politiezone Hageland werd uitgebracht op 17 november 2025.

 

Het politiecollege heeft in zijn vergadering van 3 november 2025 de voorgestelde verdeelsleutel unaniem goedgekeurd en voorgelegd aan de deelnemende gemeenten ter bekrachtiging door de gemeenteraden.

 

Argumentatie

Wanneer de politiezone niet over voldoende middelen beschikt om haar wettelijke taken te vervullen, dienen de deelnemende gemeenten bij te dragen via gemeentelijke dotaties.

Deze bijdragen worden vastgelegd volgens een overeengekomen verdeelsleutel die in onderling overleg tussen de gemeenten wordt vastgesteld.

 

Volgens het koninklijk besluit van 7 april 2005 wordt de verdeelsleutel, bij gebrek aan een onderling akkoord tussen de gemeenten, bepaald op basis van drie factoren:

 

1. De KUL-norm (60%)

2. Het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner (20%)

3. Het gemiddeld kadastraal inkomen (20%)

 

De nieuwe verdeelsleutel houdt rekening met drie objectieve parameters, met de volgende gewichten:

         60% op basis van de KUL-norm

         20% op basis van het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner (2022)

         20% op basis van het gemiddeld kadastraal inkomen (2024).

 

Deze berekening leidt tot volgende verdeling:

 

Gemeente

Verdeelsleutel (%)

Tielt-Winge

28,8426%

Glabbeek

14,7112%

Bekkevoort

18,5874%

Geetbets

17,2572%

Kortenaken

20,6016%

 

Deze aangepaste sleutel weerspiegelt een evenwichtige verdeling van de lasten, rekening houdend met de actuele sociaaleconomische gegevens van de deelnemende gemeenten.

 

Financiële gevolgen

Budgetjaar

Budgetsleutel

Geraamde uitgaven

Beschikbaar budget op datum van 31 december 2025

2026

64900110/04000

€ 997.371

€ 997.371

 

Bijlagen

E-mail van de politiesecretaris met toelichting bij de berekening en de voorstellen van het politiecollege.

 

Besluit:

19 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen, Tom Craeninckx, Marleen De Vry, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
1 stem tegen: Raf Alaerts.
Artikel 1

De berekening van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke dotaties aan de politiezone 5389 Hageland wordt goedgekeurd op basis van:

         60% de KUL-norm

         20% het gemiddeld belastbaar inkomen per inwoner van de gemeente van 2022

         20% het gemiddeld kadastraal inkomen in de schoot van de gemeente van 2024.

 

Artikel 2

De herverdeling van de gemeentelijke dotaties aan de politiezone 5389 Hageland (Bekkevoort, Geetbets, Glabbeek, Kortenaken en Tielt-Winge) wordt vastgesteld als volgt:

 

Gemeente

Verdeelsleutel (%)

Tielt-Winge

28,8426 %

Glabbeek

14,7112 %

Bekkevoort

18,5874 %

Geetbets

17,2572 %

Kortenaken

20,6016 %

 

Artikel 3

Dit besluit is onderworpen aan het toezicht, zoals georganiseerd in het Decreet Lokaal Bestuur en de Wet op de Geïntegreerde Politiedienst (WGP), inzonderheid artikel 71." "

Goedkeuring van de herziening van de verdeelsleutel voor de gemeentelijke dotaties aan de politiezone 5389 Hageland, op basis van de actualisering van de KUL-norm, het gemiddeld belastbaar inkomen (2022) en het gemiddeld kadastraal inkomen (2024).

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Gemeentelijke dotatie 2026 aan Politiezone 5389 Hageland

Motivering

 

Feiten en context

Krachtens artikel 40 van de WGP komt de begroting van een meergemeentezone ten laste van de verschillende gemeenten van de zone en de federale Staat. Wanneer de meergemeentezone niet over voldoende middelen beschikt om de uitgaven te dekken die voortkomen uit de vervulling van haar opdracht, wordt het verschil gedragen door de gemeenten die er deel van uitmaken.

 

Elke gemeenteraad van de zone stemt de toelage die aan het lokaal politiekorps moet worden toegekend en die aan de politiezone wordt gestort. De toelage wordt in de uitgaven van elk meerjarenplan ingeschreven. De toelage vermeld in het besluit van de gemeenteraad, de toelage ingeschreven in de uitgaven van het meerjarenplan en de toelage ingeschreven in de ontvangsten van de politiebegroting dienen overeen te stemmen.

 

Krachtens artikel 71 van de WGP worden de gemeenteraadsbesluiten betreffende de bijdrage aan de politiezone en de gemeenteraadsbesluiten betreffende de wijzigingen van de toelage voor goedkeuring naar de gouverneur gestuurd.

 

Krachtens artikel 76 van de WGP spreekt de gouverneur zich uit binnen een termijn van vijfentwintig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van deze beslissing bij de gouverneur.

 

Krachtens artikel 72 van de WGP wijzigt de gouverneur gelijktijdig met de ambtshalve inschrijving of schrapping in het meerjarenplan het bedrag van de bijdrage van elk van de gemeenten die deel uitmaken van de betrokken meergemeentezone.

 

De gouverneur brengt zijn besluit ter kennis van de gemeenteoverheid uiterlijk de laatste dag van de voormelde goedkeuringstermijn. Wanneer die termijn is verstreken, wordt de gouverneur geacht zijn goedkeuring aan de beslissing te hebben verleend.

 

Het besluit van de gouverneur wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering.

 

De artikelen 73 en 74 van de WGP regelen eveneens het beroep bij de minister van Binnenlandse Zaken tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of niet-goedkeuring. Krachtens artikel 73 van de WGP kan de gemeenteraad tegen het besluit van de gouverneur tot aanpassing van de bijdrage of tegen zijn besluit houdende niet-goedkeuring hoger beroep instellen bij de minister van Binnenlandse Zaken binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het versturen van het besluit naar de gemeenteoverheid.

 

Krachtens artikel 74 van de WGP spreekt de minister van Binnenlandse Zaken zich uit over het ingesteld beroep binnen een termijn van veertig dagen die ingaat op de dag na het inkomen ervan. Hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn naar de gemeenteraad.

 

Wanneer die termijn is verstreken, is het beroep ingewilligd. Het besluit van de minister wordt aan de gemeenteraad meegedeeld tijdens zijn eerstvolgende vergadering. Krachtens artikel 75 zijn de artikelen 72 tot 74 eveneens van toepassing op de besluiten van de gemeenteraad houdende wijziging van de gemeentelijke bijdrage aan de politiezone.

 

Echter in geval van wijziging is de goedkeuringstermijn, conform artikel 75, tweede lid, gelijk aan de termijn die is vastgesteld voor het toezicht op de begrotingswijzigingen van de gemeenten van de zone, te verminderen met vijf dagen.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst op twee niveaus, zoals gewijzigd, hierna genoemd WGP.

         Koninklijk Besluit van 7 april 2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 5 augustus 2006.

         Koninklijk Besluit van 5 september 2001 houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale politie.

         Ministeriële omzendbrief PLP 65 (nog niet gepubliceerd) betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting voor 2025 ten behoeve van de politiezones.

         Omzendbrief BA/2001/13 van 7 september 2001 - Nieuwe Lokale Politie - eengemeentezones en meergemeentezones - administratief toezicht.

         Omzendbrief BA – 2002/12 betreffende het administratief toezicht op de gemeenten en politiezones wijzigingen aan het decreet van 28 april 1993 door het decreet van 15 juli 2002.

         Omzendbrief PLP 12 van 8 oktober 2001 betreffende de rol van de Gouverneur in het kader van het algemeen specifiek toezicht voorzien door de WGP.

 

Adviezen

Positief advies begrotingscommissie politiezone van 17 november 2025.

 

Argumentatie

De gemeente Tielt-Winge maakt deel uit van de politiezone 5389 Hageland.

 

Het percentage in het aandeel van elke gemeente in de globale gemeentelijke dotatie aan de meergemeentepolitiezone wordt bepaald, hetzij in onderling akkoord tussen de verscheidene gemeenteraden, hetzij in tweede orde door het percentage, zoals omschreven in de bijlage bij voornoemd Koninklijk Besluit.

 

Voor Tielt-Winge gaat het om 28,8426% (voordien 28,5328%).

 

De voorliggende ontwerp-politiebegroting werd goedgekeurd op de politieraad van 3 december 2025.

 

De beslissing tot vaststelling van de dotatie 2026 kan genomen worden op basis van deze voorgaande beslissingen en overwegingen en schept duidelijkheid over het financiële engagement naar de politiezone toe.

 

Deze financiële middelen worden voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan 2026-2031.

 

Financiële gevolgen

Budgetjaar

Budgetsleutel

Geraamde uitgaven

Beschikbaar budget MJP 2026-2031

2026

64900100/040000

€ 997.371

€ 997.371

 

Bijlagen

Begroting 2026 - PZ Hageland

 

Besluit:

19 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen, Tom Craeninckx, Marleen De Vry, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
1 stem tegen: Raf Alaerts.
Artikel 1

De gemeentelijke dotatie van Tielt-Winge aan de meergemeentepolitiezone BEKKEVOORT, GEETBETS, GLABBEEK, KORTENAKEN, TIELT-WINGE (Zone 5389 Hageland) voor het begrotingsjaar 2026 wordt vastgesteld op 997.371 euro.

 

Artikel 2

De nodige financiële middelen worden ingeschreven in het gemeentelijk meerjarenplan 2026 - 2031 onder beleidsitem 040000, algemene rekening 64900100.

 

Artikel 3

Deze beslissing is onderworpen aan het toezicht, zoals dit georganiseerd wordt in het Decreet Lokaal Bestuur en aan het in de WGP georganiseerd toezicht, inzonderheid artikel 71.

 

Artikel 4

Afschrift van deze beslissing wordt tevens overgemaakt aan politieraad en politiecollege van de meergemeentepolitiezone BEKKEVOORT, GEETBETS, GLABBEEK, KORTENAKEN, TIELT-WINGE (Zone 5389 Hageland)." "

De gemeentelijke dotatie van Tielt-Winge aan de meergemeentepolitiezone BEKKEVOORT, GEETBETS, GLABBEEK, KORTENAKEN, TIELT-WINGE (Zone 5389 Hageland) voor het begrotingsjaar 2026 wordt goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Kohierbelasting op masten, pylonen en draagconstructies voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031

Motivering

 

Feiten en context

Masten, pylonen en draagconstructies verstoren het open karakter van het landschap.

De aanwezigheid van masten, pylonen en draagconstructies op het grondgebied van de gemeente Tielt-Winge heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en recreatieve bestemming.

 

Er wordt gevraagd een belasting op masten, pylonen en draagconstructies in te voeren vanaf 2026. De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze lokale belasting.

 

Juridische gronden

         Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, het laatst gewijzigd bij decreet van 3 mei 2024 tot wijziging van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, genaamd het proceduredecreet.

         Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019

         Omzendbrief BB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentelijke fiscaliteit.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De aanwezigheid van masten, pylonen en draagconstructies op het grondgebied van de gemeente Tielt-Winge heeft een substantiële invloed op de aantrekkingskracht van de gemeente als woonomgeving en recreatieve bestemming. De belasting op masten, pylonen en draagconstructies is dan ook vanuit dit oogpunt gerechtvaardigd.

 

In overeenstemming met de omzendbrief van 15 februari 2019 houdende de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit wordt een vrijstelling voorzien voor windmolens omdat een belasting op windmolens in strijd is met het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid en diverse Europese richtlijnen, die bepalen dat het gebruik van hernieuwbare energiebronnen moet bevorderd worden.

 

Constructies die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten of defensie, constructies voor openbare verlichting alsook constructies voor de verlichting van sport- en recreatieterreinen en constructies voor louter recreatief gebruik, zonder commercieel oogmerk en de constructies die eigendom zijn van de gemeente worden vrijgesteld van deze belasting.

 

Het tarief van 5.000 euro per mast of pyloon per jaar voor de periode 2026-2031 komt tegemoet aan de evolutie in de kostenontwikkeling van het lokaal bestuur.

 

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen voor de uitvoering van het meerjarenbeleidsplan 2026-2031.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze belasting geldt als algemene en verplichte bijdrage van de burger, opgelegd door de gemeenteraad, aan de algemene uitgaven van het lokaal bestuur (en waartegenover geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid staat en/of geheven wordt voor een dienstverlening die het algemeen belang dient) ter uitvoering van het meerjarenplan.

 

De opbrengst wordt geraamd op jaarlijks 50.000 euro voor tien masten/pylonen/draagconstructies in het meerjarenplan 2026 - 2031 op algemene rekening 73609000 en beleidsitem 002000.

 

Bijlagen

Geen bijlage.

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 onthoudingen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1. Aanslagjaar en belastbaar feit

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op masten, pylonen en andere draagconstructies geplaatst op het grondgebied van de gemeente, in open lucht en zichtbaar vanaf een publiek toegankelijke plaats.

 

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

         Mast: een vaststaande verticale structuur, ongeacht de hoogte, die al dan niet geplaatst wordt op een dak of een andere bestaande constructie en met een hoogte van minstens 15 meter, te meten vanaf het maaiveld.

         Pyloon: een individuele en vaststaande verticale constructie of steuntoren die opgericht wordt op het niveau van het maaiveld, met een hoogte van minstens 15 meter.

         Draagconstructie: iedere individuele op zichzelf staande verticale structuur, met uitsluiting van gebouwen, die opgericht is op het niveau van het maaiveld en die hoofdzakelijk dient als draagstructuur, en met een hoogte van minstens 15 meter.

 

Artikel 3. Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast, pyloon of andere draagconstructie op 1 januari van het aanslagjaar. De eigenaar van de constructie en/of de grond waarop de mast, pyloon of andere draagconstructie werd opgericht, evenals de derde-uitbater hiervan, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4. Aanslagvoet en berekeningsbasis

De belasting wordt vastgesteld op 5.000 euro per mast, pyloon of andere draagconstructie. De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan als de mast, pyloon of andere draagconstructie in de loop van het jaar wordt weggenomen.

 

Artikel 5. Vrijstellingen

Volgende masten, pylonen en andere draagconstructies zijn vrijgesteld van de belasting:

         Constructies voor het produceren van windenergie of andere vormen van groene stroom.

         Constructies die gebruikt worden voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten of defensie.

         Constructies voor openbare verlichting.

         Constructies voor de verlichting van sport- en recreatieterreinen.

         Constructies voor louter recreatief gebruik, zonder commercieel oogmerk.

         Constructies die eigendom zijn van de gemeente.

 

Artikel 6. Inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7. Aangifteplicht

De aangifte kan gedaan worden op het formulier dat door het gemeentebestuur ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website of via een document dat volgende gegevens bevat:

         naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;

         datum van oprichting;

         kadastrale gegevens van de plaats waar de mast of pyloon zich bevindt.

 

De aangifte moet gebeuren op volgend adres: Gemeentebestuur Tielt-Winge, Kruisstraat 2, 3390 Tielt-Winge, of per mail aan fin@tielt-winge.be.

 

Artikel 8. Procedure van ambtshalve vaststelling en belastingverhoging

Bij gebrek aan aangifte binnen de vastgestelde termijn of bij onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden op basis van de door het gemeentebestuur gekende gegevens en conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008. De belastingplichtigen of hun vertegenwoordigers moeten te allen tijde op verzoek van de met de controle belaste persoon van het gemeentebestuur de nodige inlichtingen verstrekken.

 

De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een administratieve boete van 1.000 euro.

 

De administratieve geldboete wordt gevestigd en ingevorderd volgens dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op de kohierbelasting.

Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.

Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. Dit betekent dat de belastingplichtige alsnog de kans krijgt om aan te tonen dat hij wel degelijk tijdig aangifte gedaan heeft en /of dat zijn aangifte wel degelijk juist, volledig en nauwkeurig was.

Indien de aangifte alsnog laattijdig wordt ingediend dan kan de gemeente desgewenst en gemotiveerd afzien van de administratieve boete bij de ambtshalve vestiging.

 

Artikel 9. Betaaltermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 10: Bezwaarprocedure

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag en verhoging bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgeleverd binnen vijftien dagen na de indiening.

Indien de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger dit vraagt in het bezwaarschrift, zal hij/zij uitgenodigd worden op een hoorzitting.

Het college van burgemeester en schepenen zal uitspraak doen binnen een termijn van zes maanden en te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De beslissing wordt per aangetekende brief betekend aan de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger. Beroep is mogelijk bij de rechtbank van eerste aanleg.

 

Artikel 11: Regelgeving

Zonder afbreuk te doen aan het decreet van 30 mei 2008, inclusief alle wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn van overeenkomstige toepassing op de provincie- en gemeentebelastingen:

1° de bepalingen van titel VII, hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7 en 8, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, voor zover deze niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen;

2° het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet- fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019, met uitzondering van artikel 43 tot en met 48.

 

Artikel 12: Bekendmaking

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

Artikel 13: Uitvoering

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 14: Toezicht

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het belastingreglement kohierbelasting masten, pylonen en draagconstructies is goedgekeurd voor aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement voor invorderingskosten van de fiscale en niet-fiscale vorderingen voor 2026-2031

Motivering

 

Feiten en context

Het is noodzakelijk om de bepalingen die zijn opgenomen in het bestaande retributiereglement op de invordering van niet-fiscale ontvangsten, ook van toepassing te maken op de invordering van fiscale ontvangsten en aan te passen.

 

De invordering van de retributie of belasting gaat gepaard met kosten welke gemaakt worden voor het verzenden van betalingsherinneringen en aangetekende zendingen. Het is billijk om deze kosten op de nalatige debiteuren te verhalen.

 

Juridische gronden

         De wet van 20 februari 2017 tot wijziging van artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de herinneringsbrieven voor onbetaalde inkomstenbelastingen heeft ook gevolgen voor de invordering van gemeentelijke belastingen.

         Het Wetboek Economisch Recht, boek XIX

         Het decreet van 22 december 2017 en latere wijzigingen over het Lokaal Bestuur, met inzonderheid artikel 177.

         Het besluit van de gemeenteraad van 21 april 2022 houdende goedkeuring van de retributie op de invorderingskosten van de fiscale en niet-fiscale ontvangsten.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Het voorstel is om bij de tweede herinnering de algemene kost te behouden op 10 euro. Indien nog nodig wordt een aangetekende ingebrekestelling verstuurd, hiervoor wordt voorgesteld om de algemene kost van 10 euro op te trekken naar 20 euro. De retributie omvat zowel administratie- als verzendkosten.

 

Er wordt voor de invordering van zowel fiscale als niet-fiscale ontvangsten hetzelfde tarief aangerekend voor de kosten van de tweede herinnering en de aangetekende ingebrekestelling.

 

Het volledig invorderingsproces wordt opgenomen in het organisatiebeheerssysteem. Als omkadering wordt een deel van de minnelijke fase invorderingsprocedure weergegeven:

 

         Deel van de minnelijke invorderingsprocedure en tarieven bij een fiscale schuldvordering (belastingen):

         Versturen van het aanslagbiljet te betalen binnen twee maanden;
Versturen van een eerste kosteloze herinnering tot betalen na 21 dagen na vervaldag van de openstaande vordering;

         Versturen van een tweede herinnering tot betalen na 30 dagen na het versturen van de eerste herinnering (dus 51 dagen na vervaldag van de openstaande vordering), in dit laatste geval wordt 10 euro kosten aangerekend;

         Versturen van een aangetekende ingebrekestelling (laatste aanmaning) 20 dagen na het versturen van de tweede herinnering (dus 71 dagen na vervaldag van de openstaande vordering), bijkomend wordt 20 euro kosten aangerekend (totaal 30 euro kosten);

         Opstarten van de gedwongen invorderingsprocedure.

 

         Deel van de minnelijke invorderingsprocedure en tarieven bij een niet-fiscale schuldvordering:

         Versturen van een factuur te betalen binnen 30 dagen;

         Versturen van eerste kosteloze herinnering tot betalen na 21 dagen na vervaldag van de openstaande vordering;

         35 dagen na vervaldag van de openstaande vordering wordt de facturerende dienst gecontacteerd, dit om 10 euro kosten trachten te vermijden;

         Versturen van een tweede herinnering tot betalen na 30 dagen na het versturen van de eerste herinnering (dus 51 dagen na vervaldag van de openstaande vordering),in dit laatste geval wordt 10 euro kosten aangerekend;

         Indien mogelijk wordt telefonisch contact opgenomen met de debiteur of de desbetreffende/facturerende dienst om na te gaan waarom er niet betaald wordt. Hiervoor wordt een periode van 7 dagen voorzien alvorens over te gaan tot de laatste stap van de minnelijke invorderingsprocedure;

         Versturen van een aangetekende ingebrekestelling (laatste aanmaning) 20 dagen na het versturen van de tweede herinnering (dus 71 dagen na vervaldag van de openstaande vordering), bijkomend wordt 20 euro kosten aangerekend, totaal 30 euro kosten;

         Opstarten van de gedwongen invorderingsprocedure.

 

Financiële gevolgen

De opbrengst wordt geraamd op 2.500 euro. De ontvangst wordt voorzien in het exploitatiebudget onder beleidsitem 011100 (fiscale en financiële diensten)gekoppeld aan de AR 75900050 (Andere financiële opbrengsten).

 

Bijlagen

Geen bijlagen

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad stelt het Retributiereglement voor invorderingskosten (versie 15.12.2025) vast, luidende als volgt:

 

Artikel 1. - Heffingstermijn:

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de kosten verbonden aan de invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.

 

Artikel 2. - Definities:

1. Fiscale schuldvordering: de ontvangsten uit belastingen, inclusief belastingverhogingen.

2. Niet-fiscale schuldvordering voor gemeenten: de ontvangsten uit retributies, huurgelden, schadevergoedingen en terugvorderingen van ten onrechte betaalde bedragen, …

 

Artikel 3. - Tarieven:

         Gratis voor het opmaken en verzenden van het aanslagbiljet of een niet-fiscale vordering en het opmaken en verzenden van een eerste herinnering;

         10 euro voor het opmaken en verzenden van de tweede herinnering;

         Bijkomend 20 euro voor het opmaken en aangetekend verzenden van de ingebrekestelling.

 

Artikel 4. - Diverse bepalingen:

Bij gedeeltelijke betaling worden eerst de volgens dit retributiereglement aangerekende kosten aangezuiverd en vervolgens de openstaande fiscale of niet-fiscale schuld (hoofdsom).

 

Het tarief zal in voorkomend geval ingevorderd worden via dwangbevel, zoals bepaald in artikel 177 2° DLB, of via gerechtelijke weg.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.

 

§2. Het reglement, zoals goedgekeurd bij gemeenteraadsbeslissing van 21 april 2022, wordt opgeheven door deze beslissing per 1 januari 2026.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het Lokaal Bestuur." "

Het retributiereglement "Retributie voor de invorderingskosten van de fiscale en niet-fiscale vorderingen" is goedgekeurd voor de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Wijziging rechtspositieregeling (en bijlagen) voor de personeelsleden van het lokaal bestuur Tielt-Winge

Motivering

 

Feiten en context

De rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Tielt-Winge is een dynamisch instrument dat op regelmatige basis onderworpen is aan een evaluatie.

 

De rechtspositieregeling, met haar talrijke en belangrijke bijlagen, is het normerende en geïntegreerde HR-instrument, die het kader vormt voor het personeel van de gemeente en het OCMW Tielt-Winge.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023 houdende de vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale voorwaarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel.

         Beslissing van de gemeenteraad van 15 mei 2025 houdende de wijziging van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Tielt-Winge.

         Beslissing van de gemeenteraad van 18 november 2021 houdende het gezamenlijk organogram voor het lokaal bestuur Tielt-Winge.

 

Adviezen

Voorliggende wijzigingen werden onderhandeld met de vakbondsorganisaties op 9 december 2025.

 

Argumentatie

De rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Tielt-Winge is een dynamisch instrument dat op regelmatige basis onderworpen is aan een evaluatie.

 

De rechtspositieregeling, met haar talrijke en belangrijke bijlagen, is het normerende en geïntegreerde HR-instrument, die het kader vormt voor het personeel van de gemeente en het OCMW Tielt-Winge. De rechtspositieregeling is een dynamisch document waarbij we streven naar modern personeelsbeleid in het kader van de geldende wetgeving. Aanpassing van dit document op regelmatige basis is dan ook noodzakelijk.

 

Het betreft in casu aanpassingen m.b.t. het toepassingsgebied, de selectieprocedure, het vakantiegeld en het omstandigheidsverlof. Alsook de aanpassingen na overleg met onze PAPS van het agressieprotocol, gebeurtenissenbeleid en het welzijnsbeleid waaronder het aanwezigheidsbeleid en re-integratiebeleid. Een herwerking van het arbeidsreglement werd ook toegevoegd alsook een toevoeging van een rookbeleid.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

         Aanpassingen rechtspositieregeling

         Arbeidsreglement

         Agressieprotocol

         Gebeurtenissenbeleid

         Rookbeleid

         Welzijnsbeleid waaronder aanwezigheidsbeleid en re-integratiebeleid

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad stelt de wijzigingen van de rechtspositieregeling voor het personeel van het lokaal bestuur Tielt-Winge (als bijlage bij deze beslissing en er integraal deel van uitmakend) vast.

 

Artikel 2

De datum van inwerkingtreding is vastgesteld op 1 januari 2026. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

 

Artikel 3

Dit reglement wordt bekend gemaakt conform artikel 285 van het decreet over het lokaal bestuur.

 

Artikel 4

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg.

 

Artikel 5

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals geregeld door het decreet over het lokaal bestuur, inzonder artikel 330." "

Wijziging RPR - 20251215.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Gratis grondafstand Sint-Jorisveld

Motivering

 

Feiten en context

Het verdient aanbeveling dat de gemeente het hierna vermelde goed gelegen te Tielt-Winge, 4e afdeling inlijft binnen het openbaar domein:

         Een weg, gelegen Sint-Jorisveld, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk D, nummer 100D2P0000, met een oppervlakte volgens meting van 1 hectare 17 are 52 centiare.

         Een perceeltje grond, gelegen aan het Sint-Jorisveld, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk D, nummer 100E2P0000, met een oppervlakte volgens meting van 2 are 9 centiare.

         Een perceeltje grond, gelegen aan het Sint-Jorisveld, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk D, nummer 100ZP0000, met een oppervlakte volgens meting van 5 are 76 centiare.

         Een perceeltje grond, gelegen aan het Sint-Jorisveld, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk D, nummer 104F6P0000, met een oppervlakte volgens meting van 2 are 89 centiare.

         Een perceeltje grond, gelegen aan het Sint-Jorisveld, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk D, nummer 104Y6P0000, met een oppervlakte volgens meting van 12 are 5 centiare.

 

Deze goederen komen voor op een metingsplan ervan opgemaakt door Richard Dewit, landmeter-expert, op 2 juni 2025.

Dit plan is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 24101/10232.

 

De bedoelde goederen worden gratis afgestaan aan het gemeentebestuur, in het kader van de uitbreiding van het openbaar domein.

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De bedoelde goederen zijn in eigendom van Matexi, met maatschappelijke zetel te Franklin Rooseveldtlaan 180 te 8790 Waregem.

 

De goederen zijn overeenkomstig het gewestplan Aarschot-Diest gesitueerd in woongebied met landelijk karakter en woonuitbreidingsgebied.

 

Het openbaar domein zal ter plaatse in zijn huidige vorm overgenomen worden.

 

In artikel 3 van de verkavelingsvergunning met referentie 302/V/80 van 7 juni 1984 was opgenomen:

De gronden dienende als wegbedding worden kosteloos afgestaan aan de Gemeente Tielt-Winge. De wegverharding, waterleiding en alle andere wegenisuitrusting en/of nutswerken, welke zich op de afgestane gronden bevinden, worden eveneens tegenover het gemeentebestuur afgedragen.

 

Voor de goederen werden blanco bodemattesten afgeleverd.

 

Het perceelnummer 100D2 is deels gesitueerd in overstromingsgevoelig gebied. Er wordt een perceelscore D toegekend, er bestaat een middelgrote kans op overstromingen onder het huidig klimaat.

 

Notaris de Vuyst, geassocieerde van de besloten vennootschap Van den Bossche & de Vuyst, met kantoren te Diestsevest 58, 3000 Leuven zal de akte verlijden.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

Ontwerpakte met bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan het voorliggende ontwerp (als bijlage bij deze beslissing) van akte houdende de gratis overdracht van wegenis en enkele gronden, gelegen ter hoogte van het Sint-Jorisveld – Tielt-Winge, de kadastraal gesitueerde percelen te 4e afdeling, sectie D, nummers 100D2P0000, 100E2P0000, 100ZP0000, 104F6P0000 en 104Y6P0000 aan de gemeente Tielt-Winge.

 

Artikel 2

Notaris Laurent de Vuyst zal de akte verlijden.

 

Artikel 3

De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om de akte te ondertekenen namens het gemeentebestuur.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid de artikels 326 en volgende." "

De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan het voorliggende ontwerp (als bijlage bij deze beslissing) van akte houdende de gratis overdracht van wegenis en stukjes grond, gelegen ter hoogte van het Sint-Jorisveld – Tielt-Winge, de kadastraal gesitueerde percelen te 4e afdeling, sectie D, nummers 100D2P0000, 100E2P0000, 100ZP0000, 104F6P0000 en 104Y6P0000 aan de gemeente Tielt-Winge.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Voorlopige vaststelling gedeeltelijke wijziging gemeentewegen 74 en 82 opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem

Motivering

 

Feiten en context

Het Attenrodschenvoetpad is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem als weg nummer 74.

Deze weg is overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen 1,65 meter breed.

De weg situeert zich tussen gemeenteweg 34 (zijstraat Binkomstraat) en de grens met de gemeente Glabbeek. Ter hoogte van de gemeentegrens maakt deze weg een verbinding met gemeenteweg 43 opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Glabbeek.

Op het grondgebied van de gemeente Tielt-Winge maakt deze weg tevens een verbinding met de Attenrodestraat via gemeenteweg 80 opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem.

 

De Kalenbergweg is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem als weg nummer 82.

Deze weg is overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen 3,3 meter breed.

De weg situeert zich tussen gemeenteweg 75 (Nyselrhodevoetpad) en de Binkomstraat.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De huidige toestand

Overeenkomstig de plannen van de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem is het te verplaatsen wegsegment van gemeenteweg 74 gelegen op het kadastraal gesitueerde perceel te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummer 88A, gelegen De Doornveld. Dit perceel maakt deel uit van een landbouwbedrijf.

De weg is aangeduid in een volle lijn geflankeerd door een stippellijn, hetgeen duidt op een openbare doch private wegbedding.

Op de plannen deel uitmakend van het dossier is weergegeven dat de weg is gelegen in een boomgaard en dat her en der bomen zijn aangeplant op de bedding.

 

Op de luchtfoto's is sinds 1971 een boomgaard waarneembaar. Hoewel de luchtfoto niet zeer zuiver is, is een weg waarneembaar tussen de fruitplantage. Op de luchtfoto 1979-1990 is diezelfde weg waarneembaar.

In de praktijk vertoont de weg een kronkelend verloop terwijl de bedding in de Atlas der Buurtwegen een rechte lijn vormt.

Aangenomen kan worden dat de wegbedding minstens sinds het begin van de jaren '70 her en der beplant is.

De gemeenteweg is duidelijk minstens gedeeltelijk in onbruik geraakt gedurende meer dan 30 jaar. Hierover is bij kennis van het gemeentebestuur geen rechterlijke beslissing genomen.

 

Overeenkomstig de plannen van de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem is het ter verplaatsen wegsegment van gemeenteweg 82 gelegen op de kadastraal gesitueerde percelen te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummers 114M, 114L, 114Z en 114A2, gelegen Spikdoornveld en Spikdoorneveld.De weg is gesitueerd tussen enkele akkers en langs een landbouwbedrijf.

De weg is aangeduid in een volle lijn geflankeerd door een stippellijn, hetgeen duidt op een openbare doch private wegbedding.

 

Heden is er geen connectie tussen gemeentewegen 75 en 74. Indien er een verbinding zou zijn tussen deze 2 gemeentewegen zou dit een ontsluiting van het volledige binnengebied tussen de Nijselrodestraat en de Attenrodestraat kunnen betekenen.

 

De gewenste toestand

Het algemeen belang heeft baat bij een toegankelijke gemeenteweg 74 zodat de verbinding tussen gemeenteweg 43 te Attenrode en gemeenteweg 34 te Meensel-Kiezegem terug mogelijk wordt.

 

Tevens is het algemeen belang gebaat bij een verbinding gerealiseerd tussen de Nijselrodestraat via gemeenteweg 75, de Hoefstraat via gemeenteweg 43, de Attenrodestraat via gemeenteweg 80 en de Binkomstraat via gemeenteweg 34.

Deze laatste zou een herstel betekenen van de op 20 december 1876 afgeschafte verbinding tussen het traject van gemeentewegen 82 en 34 uit de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem.

 

1) Wat betreft gemeenteweg 74

Op het plan wordt de verbinding geplaatst ter hoogte van de zuid-, oost- en noordelijke perceelsgrenzen van de kadastraal gesitueerde perceel te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummer 88A.

 

Het decreet op de gemeentewegen stelt dat het gemeentebestuur dient te waken over de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. De structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen moet gevrijwaard en verbeterd worden, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften van mobiliteit te voldoen.

Het gemeentewegendecreet en de doelstellingen erin opgenomen kunnen niet los gezien worden van de algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het beleid is gericht op een duurzame ontwikkeling waarbij de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen worden.

 

Naar mening van de gemeenteraad zijn er 2 verschillende maatschappelijke activiteiten die dienen afgewogen te worden, namelijk mobiliteit en landbouw.

Wat mobiliteit betreft is de gewenste maatschappelijke activiteit het gebruik van gemeenteweg 74 ten einde de verplaatsingen in het binnengebied tussen de Nijselrodestraat - Hoefstraat - Attenrodestraat - Binkomstraat te garanderen. Overeenkomstig de luchtfoto's lijkt dit al niet meer mogelijk op de initiële bedding minstens sinds de jaren '70. Sinds 1971 is de boomgaard waarneembaar op de luchtfoto.

Ondanks het jarenlange onbruik van de initiële wegbedding blijft het wat betreft het mobiliteitsaspect wenselijk om deze verbinding te behouden.

 

Het landbouwaspect uit zich in het gegeven dat een boomgaard is aangeplant op het perceel. Het perceel is gesitueerd in agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteit wordt uitgevoerd in het kader van een in uitbating zijnd leefbaar landbouwbedrijf.

De activiteit is functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.

 

Gezien de opname van de weg in de Atlas der Buurtwegen en de inkleuring van het perceel als agrarisch gebied op basis van het gewestplan Aarschot - Diest oordeelt de gemeenteraad dat de maatschappelijke activiteiten gelijkwaardig zijn.

 

Het decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

Overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen maakt de weg deel uit van een trage wegverbinding tussen de Binkomstraat - Attenrodestraat en Hoefstraat. Om te waken over de uitbouw en het behoud van een veilig wegennet op lokaal niveau is het aangewezen dat deze verbinding overeenkomstig de Atlasligging of licht gewijzigde ligging behouden blijft.

 

De Binkomstraat is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het betreft een betonbaan bestaande uit 2 rijvakken waar gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Hierlangs is een door een smalle grasberm afgescheiden fietspad gesitueerd. Ter hoogte van de kern van Meensel is dit fietspad aanliggend zonder grasbermpje.

 

De Nijselrodestraat is een smalle landelijke weg die gelegen is buiten de bebouwde kom. De rijweg is aangelegd in asfalt en bevat 1 rijvak. Deze straat beschikt niet over voetgangers- en fietsvoorzieningen.

 

Hetzelfde geldt voor de Hoefstraat, met dit verschil dat deze straat aangelegd is in beton.

 

 De Attenrodestraat is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het betreft een betonbaan bestaande uit 2 rijvakken waar gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Hierlangs is een aanliggend fietspad gesitueerd.

 

Het ontvlechtingsprincipe is een belangrijk verkeersplanologisch systeem tot het realiseren van veilig verkeer. Door de nieuwe verbinding, de wegbreedte bedraagt 1,65 meter, wordt autobereikbaarheid onrechtstreeks en extern ingevuld. Deze nieuwe korte weg wordt weerhouden voor fietsers en voetgangers.

 

Het nieuwe tracé van gemeenteweg 74 heeft een inpassing gekregen in het netwerk tussen de gemeentewegen 34, 75, 80 en 43, opgenomen in de atlas der buurtwegen van Meensel-Kiezegem en Attenrode.

 

De basisstructuur van het wegennet kan aldus als veilig beschouwd worden. Er stelt zich geen probleem in het licht van artikel 3,1° van het Gemeentewegendecreet.

 

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.

Het plan geeft weer dat de bedding overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen beplant is met fruitbomen.

 

Gezien de aanplant sinds de jaren '70 is het aangewezen dat de gemeenteraad maatregelen neemt ter herwaardering en bescherming van de gemeenteweg.

 

De gemeenteraad oordeelde reeds dat het maatschappelijk belang van het aspect van mobiliteit (omwille van de opname in de atlas der buurtwegen) en de landbouwactiviteit (gezien de gewestplanbestemming van het perceel) gelijkwaardig zijn.

 

Een herwaardering van de weg bestaat in een verplaatsing van de bedding naar de perceelsgrens zoals weergegeven op het plan.

 

Een verplaatsing naar de perceelsgrens dient de beide maatschappelijke belangen, namelijk het mobiliteitsaspect wat betreft de volledige toegankelijkheid van de bedding conform een officieel goedgekeurd plan; anderzijds het landbouwaspect vermits de landbouwer in kwestie optimaal gebruik kan maken van het landbouwperceel.

 

Dergelijke maatregel staat ten dienste van de bescherming van het fijnmazig netwerk vermits de ontsluiting en connectie tussen de Binkomstraat - Attenrodestraat en Hoefstraat gegarandeerd blijven.

 

De verplaatsing is minimaal en slechts richting de perceelsgrenzen. In de huidige toestand is de officiële bedding minstens sinds de jaren '70 niet bruikbaar. De trage weggebruiker heeft baat bij de aanleg van een duidelijk en officieel traject. De minimale wijziging brengt de behoefte van de trage weggebruiker niet in het gedrang, diens behoefte is immers zich kunnen verplaatsen in het binnengebied. De bedding van gemeenteweg 74 is overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen 1,65 meter breed; de gewijzigde bedding hanteert dezelfde wegbreedte.

 

Het toekomstig gebruiksgenot wordt bijgevolg niet geschaad.

 

De bedding overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen is 232 m² groot; de bedding overeenkomstig de nieuwe ligging is 379 m² groot.

 

Gelet op de bijgevoegde plannen en motivatienota van 26 maart 2024, zoals opgemaakt door landmeetkantoor Van De Velde - Peeters.

 

Het lokaal bestuur dient hiervoor de beleidsrichtlijnen uit artikel 4 van het Decreet houdende Gemeentewegen af te toetsen. De principes uit artikel 4 luiden als volgt:

1. Wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

2. Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

3. De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

4. Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

5. Bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

 

Volgens de eerste voorwaarde dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste van het algemeen belang te staan.

Als algemene omschrijving kan het algemeen nu gezien worden als het tegemoetkomen aan een behoefte die bijdraagt tot een (noodzakelijke) verbetering van de samenleving en de leefomstandigheden van de gemeenschap, en waaraan door privéinitiatief geen oplossing wordt geboden (M. BOSMANS, E. BUYS, J. GHYSELS, J. MOERKERKE, & R. PALMANS, Onteigeningen: de voorafgaande fase, Antwerpen, Intersentia, 2006, 47).

 

Dit principe veronderstelt, in elk concreet dossier, een belangenafweging aangaande het al dan niet aanwezig zijn van algemeen belang, waarbij veelal ook private belangen aan de orde zijn. Deze belangenafweging dient de doelstellingen van het decreet in acht te nemen en zal leiden tot een gemotiveerde beslissing van de gemeenteraad.

 

Dergelijke belangenafweging diende ook reeds te worden doorgevoerd onder het regime van de Buurtwegenwet, in hoofdzaak wanneer een vraag tot afschaffing of wijziging voorlag. Zo stelde de Raad van State dat bij de beraadslaging van de gemeenteraad alle in het geding zijnde belangen moesten worden afgewogen, waarbij het openbaar belang primeert. De Raad van State behield zich in deze materie een marginaal toetsingsrecht voor.

 

Het algemeen belang heeft baat bij het herwaarderen van de gemeenteweg zodat de ontsluiting van het binnengebied terug mogelijk wordt. De bedding is in de officiële atlasregistratie niet meer bruikbaar sinds de jaren '70. Het openbaar belang heeft echter profijt bij de bereikbaarheid van het gebied en de herwaardering van de weg.

 

De minimale wijziging schaadt het algemeen belang niet. Er zijn enkel positieve gevolgen voor de toegankelijkheid. Heden is de weg niet toegankelijk gezien de aanplant.

 

De bedding overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen is gelegen tussen de fruitbomen. De gewijzigde bedding is gelegen aan de rand van de fruitplantage en aan de rand van een bosje. Naar belevingswaarde is hier geen verschil.

 

Overeenkomstig de topografische kaarten zijn de beide inplantingen gesitueerd op dezelfde hoogtelijnen.

 

Het private belang van de betrokken landbouwer is wellicht het afschaffen van de weg en het niet aanpassen van de fruitplantage. Het is echter zo dat de bedding al sinds de jaren '70 onbruikbaar is overeenkomstig de Atlasregistratie. De landbouwer heeft geen belang bij een heropening van de weg op zijn perceel gezien het onbruik, maar heeft geen bezwaar tegen de heropening op de voorgestelde locatie.

 

Door de verplaatsing van de wegbedding primeert bijgevolg het algemeen belang.

 

Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd.

De ruimtelijke context van de omgeving is agrarisch gebied en natuurgebied. De betrokken weg is gesitueerd in agrarisch gebied. Het perceel waarop de weg zich bevindt is volledig aangeplant met een boomgaard.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

 

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteit wordt uitgevoerd in het kader van een in uitbating zijnd leefbaar landbouwbedrijf.

 

De activiteit is functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.

 

Zoals reeds eerder gesteld zijn zowel het landbouwkundig belang gezien de gewestplanbestemming van het gebied als het mobiliteitsbelang gezien de registratie van de weg in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem gelijkwaardig.

 

Het is niet denkbaar dat de gebruiker van de weg een nadeel zal ondervinden van de wijziging. De wijziging is minimaal en bevindt zich op hetzelfde perceel. De weg zal niet meer dwars over het perceel en dwars door de plantage gesitueerd zijn maar aan de rand van de plantage.

 

Het is eerder denkbaar dat de gebruiker een voordeel zal ondervinden bij deze verplaatsing. Hij wordt niet meer dwars door een fruitplantage gestuurd. Dit komt de veiligheid van de gebruiker van de weg ten goede. Door de verplaatsing van de weg naar de zijkant van het perceel worden conflictsituaties met landbouwvoertuigen gereduceerd. Zoals weergegeven op het plan doorkruist de weg overeenkomstig de Atlasligging meerdere rijen fruitbomen. Zowel de landbouwer als de gebruiker zouden op meerdere kruisingen van weg en rijen bomen attentief moeten zijn op een beperkte uitwijkruimte. Dit wordt vermeden aan de zijdelingse grenzen, waar men over meer uitwijkruimte beschikt.

 

De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen.

De verplaatsing komt de verkeersveiligheid op het perceel ten goede.

 

De gebruiker van de weg wordt niet meer dwars door een fruitplantage gestuurd. Dit is veiliger voor de gebruiker. Door de verplaatsing van de weg naar de zijkant van het perceel worden conflictsituaties met landbouwvoertuigen gereduceerd. Zoals weergegeven op het plan doorkruist de weg overeenkomstig de Atlasligging meerdere rijen fruitbomen. Zowel de landbouwer als de gebruiker zouden op meerdere kruisingen van weg en rijen bomen attentief moeten zijn op een beperkte uitwijkruimte. Dit wordt vermeden aan de zijdelingse grenzen, waar men over meer uitwijkruimte beschikt.

 

Zoals reeds eerder is gesteld is de aanwezigheid van de weg in het trage wegennet gewenst vermits deze zorgt voor een trage ontsluiting van het binnengebied Nijselrodestraat - Binkomstraat - Attenrodestraat - Hoefstraat.

 

De minimale verplaatsing heeft geen impact op de ontsluiting van andere percelen. De verplaatsing wordt uitgevoerd op hetzelfde perceel. De verbindingen met de aansluitende wegen 34, 80 en 43 blijven behouden.

 

Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief.

Gemeenteweg 74 is gelegen ter hoogte van de grens met de gemeente Glabbeek en maakt de verbinding met gemeenteweg 43 op het grondgebied van deze gemeente.

 

In het verleden benadrukte het gemeentebestuur reeds het belang van het behoud van deze verbinding met Glabbeek aan de hand van gemeenteweg 43. De gemeente Glabbeek besloot op 31 december 2022 tot de gedeeltelijke opheffing en verlegging van deze weg. Door de koppeling van dit dossier aan huidig voorliggend dossier kan de gebruiker zich begeven van Glabbeek naar Tielt-Winge of omgekeerd.

 

De gekende bedding in de Atlas der Buurtwegen is minstens sinds begin jaren '70 niet bruikbaar. Het is aangewezen de weg te herwaarderen naar de voorgestelde ligging rekening houdend met de gelijkwaardige maatschappelijke activiteiten en het spelend algemeen belang gezien de waarde in het gemeentegrensoverschrijdend trage wegennetwerk.

 

Bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

Op de luchtfoto's is sinds 1971 een boomgaard waarneembaar. Hoewel de luchtfoto niet zeer zuiver is, is een weg waarneembaar tussen de fruitplantage. Op de luchtfoto 1979-1990 is diezelfde weg waarneembaar.

In de praktijk vertoont de weg een kronkelend verloop terwijl de bedding in de Atlas der Buurtwegen een rechte lijn vormt.

Aangenomen kan worden dat de wegbedding minstens sinds het begin van de jaren '70 her en der beplant is.

De gemeenteweg is duidelijk minstens gedeeltelijk in onbruik geraakt gedurende meer dan 30 jaar. Hierover is bij kennis van het gemeentebestuur geen rechterlijke beslissing genomen.

 

Naar mening van de gemeenteraad zijn er 2 verschillende maatschappelijke activiteiten die dienen afgewogen te worden, namelijk mobiliteit en landbouw.

Wat mobiliteit betreft is de gewenste maatschappelijke activiteit het gebruik van gemeenteweg 74 ten einde de verplaatsingen in het binnengebied tussen de Nijselrodestraat - Hoefstraat - Attenrodestraat - Binkomstraat te garanderen. Overeenkomstig de luchtfoto's lijkt dit al niet meer mogelijk op de initiële bedding minstens sinds de jaren '70. Sinds 1971 is de boomgaard waarneembaar op de luchtfoto.

Ondanks het jarenlange onbruik van de initiële wegbedding blijft het wat betreft het mobiliteitsaspect wenselijk om deze verbinding in deze of gewijzigde zin te behouden. De ruimtelijke behoefte van de weggebruiker is het beschikbaar zijn van een veilige wegbedding die een kwalitatieve breedte heeft.

Dit wordt aan de gebruiker aangeboden aan de hand van voorliggend wijzigingsvoorstel. De bedding is 1,65 meter breed en is gesitueerd aan de rand van een landbouwperceel waar de conflicten met landbouwvervoer tot een minimum herleid worden.

 

Het landbouwaspect uit zich in het gegeven dat een boomgaard is aangeplant op het perceel. Het perceel is gesitueerd in agrarisch gebied.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteit wordt uitgevoerd in het kader van een in uitbating zijnd leefbaar landbouwbedrijf.

De ruimtelijke behoefte van de uitbater van de plantage is het gebruik van zijn perceel op een efficiënte wijze. Dit zal zich tevens uiten in een verplaatsing van de weg richting de perceelsrand vermits de weg op deze wijze de plantage niet meer doorkruist.

 

Het is niet denkbaar dat de behoefte in de toekomst zal wijzigen. De weg is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen, de mobiliteitsbehoefte is er bijgevolg. De bestemming van het perceel, agrarisch gebied, laat geen andere dan landbouwactiviteiten toe.

 

De wijziging komt de ruimtelijke behoefte van alle verschillende maatschappelijke activiteiten ten goede.

 

2) Wat betreft gemeenteweg 82

Op het plan wordt de verbinding geplaatst ter hoogte van de zuidelijke perceelsgrenzen van het kadastraal gesitueerde perceel te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummers 108, 107C, 95A, 97A en 98A.

 

Het decreet op de gemeentewegen stelt dat het gemeentebestuur dient te waken over de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau. De structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen moet gevrijwaard en verbeterd worden, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften van mobiliteit te voldoen.

Het gemeentewegendecreet en de doelstellingen erin opgenomen kunnen niet los gezien worden van de algemene visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het beleid is gericht op een duurzame ontwikkeling waarbij de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen worden.

 

Naar mening van de gemeenteraad zijn er 2 verschillende maatschappelijke activiteiten die dienen afgewogen te worden, namelijk mobiliteit en landbouw.

Wat mobiliteit betreft is de gewenste maatschappelijke activiteit het gebruik van gemeenteweg 82 ten einde de verplaatsingen in het binnengebied tussen de Nijselrodestraat en de Binkomstraat via gemeenteweg 75, tevens opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem.

 

Parallel aan het traject van gemeentewegen 75 en 82 is het traject van de gemeentewegen 34, 74 (Meensel-Kiezegem) en 43 (Attenrode) gelegen tussen de Binkomstraat en de Hoefstraat, op het grondgebied van de gemeente Glabbeek.

 

Momenteel is er geen connectie tussen de beide trajecten.

 

Dit is vatbaar voor verbetering door een connectie te maken tussen deze trajecten zodat het volledige binnengebied ontsloten wordt.

 

Het landbouwaspect uit zich in het gegeven dat de percelen waarop de weg gesitueerd is, gesitueerd zijn in agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk ontginningsgebied.

De percelen worden bewerkt als akker.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteiten wordt uitgevoerd in het kader van in uitbating zijnde leefbare landbouwbedrijven.

De activiteiten zijn functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.

 

Gezien de opname van de weg in de Atlas der Buurtwegen en de inkleuring van het perceel als agrarisch gebied op basis van het gewestplan Aarschot - Diest oordeelt de gemeenteraad dat de maatschappelijke activiteiten gelijkwaardig zijn.

 

Het decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

Overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen maakt de weg deel uit van een trage wegverbinding tussen de Binkomstraat en de Nijselrodestraat. Om te waken over de uitbouw en het behoud van een veilig wegennet op lokaal niveau is het aangewezen dat deze verbinding overeenkomstig de Atlasligging of licht gewijzigde ligging behouden blijft.

 

De Binkomstraat is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het betreft een betonbaan bestaande uit 2 rijvakken waar gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Hierlangs is een door een smalle grasberm afgescheiden fietspad gesitueerd. Ter hoogte van de kern van Meensel is dit fietspad aanliggend zonder grasbermpje.

 

De Nijselrodestraat is een smalle landelijke weg die gelegen is buiten de bebouwde kom. De rijweg is aangelegd in asfalt en bevat 1 rijvak. Deze straat beschikt niet over voetgangers- en fietsvoorzieningen.

 

Hetzelfde geldt voor de Hoefstraat, met dit verschil dat deze straat aangelegd is in beton.

 

De Attenrodestraat is deels binnen en deels buiten de bebouwde kom gelegen. Het betreft een betonbaan bestaande uit 2 rijvakken waar gemotoriseerd verkeer mogelijk is. Hierlangs is een aanliggend fietspad gesitueerd.

 

Door de verlegging van gemeenteweg 82, opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem worden deze trajecten onderling verbonden en dient men zich niet meer langs de Binkomstraat, Nijselrodestraat en Hoefstraat te begeven om deze trajecten aan te doen.

 

Het ontvlechtingsprincipe is een belangrijk verkeersplanologisch systeem tot het realiseren van veilig verkeer. Door de nieuwe verbinding, de wegbreedte bedraagt 1,65 meter, wordt autobereikbaarheid onrechtstreeks en extern ingevuld. Deze nieuwe korte weg wordt weerhouden voor fietsers en voetgangers.

 

Het nieuwe tracé van gemeenteweg 82 heeft een inpassing gekregen in het netwerk tussen de gemeentewegen 34, 74, 75, 80 en 43, opgenomen in de atlas der buurtwegen van Meensel-Kiezegem en Attenrode.

 

De basisstructuur van het wegennet kan aldus als veilig beschouwd worden. Er stelt zich geen probleem in het licht van artikel 3,1° van het Gemeentewegendecreet.

 

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.

Het plan geeft weer dat de bedding overeenkomstig de ligging Atlas der Buurtwegen aanwezig is op terrein. De weg is noch belemmerd, noch afgesloten.

 

De gemeenteraad oordeelde reeds dat het maatschappelijk belang van het aspect van mobiliteit (omwille van de opname in de atlas der buurtwegen) en de landbouwactiviteit (gezien de gewestplanbestemming van het perceel) gelijkwaardig zijn.

 

Het trage wegennet heeft de potentie om geoptimaliseerd te worden door een verbinding te creëren tussen de trajecten van gemeentewegen 34, 74, 80 en 43 enerzijds en het traject 75 en 82 anderzijds.

 

Hierdoor wordt het volledige binnengebied tussen de Nijselrodestraat, Binkomstraat, Attenrodestraat en Hoefstraat ontsloten.

 

Deze realisatie zou echter in het nadeel zijn van de aanwezige landbouwactiviteit, waarvan zoals reeds gesteld geconcludeerd wordt dat deze op gelijke voet staat met de mobiliteitsfactor.

De creatie van een bijkomende weg zou een veelheid aan wegen binnen het gebied betekenen en de aanwezige landbouwsector onevenredig belasten. Aan de hand van de luchtfoto kan geconcludeerd worden dat de kadastraal gesitueerde percelen te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummers 95A, 97A, 98A, 105B, 106C, 106D, 107B, 107C, 108, 109, 110, 111E (deels), 112G (deels), 112H (deels), 114A2, 11G2 (deels), 114H2 (deels), 114L2 (deels), 114N (deels), 114P (deels) en 114Z bewerkt worden als 1 perceel met uitzondering van de wegbedding van gemeenteweg 82.

 

Aan deze disproportionaliteit kan tegemoet gekomen worden door de huidige bedding van gemeenteweg 82 af te schaffen en te verplaatsen tussen de gemeentewegen 75 en 74.

 

Een verplaatsing naar de perceelsgrens ter hoogte van de kadastraal gesitueerde percelen te Tielt-Winge, 3e afdeling, sectie C, nummers 108, 107C, 95A, 97A en 98A dient de beide maatschappelijke belangen, namelijk het mobiliteitsaspect wat betreft de volledige toegankelijkheid van het binnengebied conform een officieel goedgekeurd plan; anderzijds het landbouwaspect vermits de landbouwer in kwestie optimaal gebruik kan maken van het landbouwperceel.

 

Het ontwerp met diens keuze voor verplaatsing naar de voorliggende locatie overtroeft het behoud en de herwaardering van de weg op de locatie overeenkomstig deze in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem. Immers wordt een verbinding van het binnengebied tussen de gemeentewegen 74 en 75 gerealiseerd, daar waar het overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen totaal gescheiden trajecten waren. Door het verleggingsdossier wordt een netwerk gecreëerd.

 

Dergelijke maatregel staat ten dienste van de bescherming van het fijnmazig netwerk vermits de ontsluiting en connectie tussen de Nijselrodestraat - Binkomstraat - Attenrodestraat en Hoefstraat gegarandeerd blijven.

 

De trage weggebruiker heeft baat bij de aanleg van een netwerk. De afschaffing van de huidige bedding van weg 82 brengt de behoefte van de trage weggebruiker niet in het gedrang, diens behoefte is immers zich kunnen verplaatsen in het binnengebied.

 

Het toekomstig gebruiksgenot wordt bijgevolg niet geschaad.

 

De bedding overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen is 789 m² groot; de bedding overeenkomstig de nieuwe ligging is deze 618 m² groot.

 

Gelet op de bijgevoegde plannen en motivatienota van 26 maart 2024, zoals opgemaakt door landmeetkantoor Van De Velde - Peeters.

 

Het lokaal bestuur dient hiervoor de beleidsrichtlijnen uit artikel 4 van het Decreet houdende Gemeentewegen af te toetsen. De principes uit artikel 4 luiden als volgt:

1. Wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

2. Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

3. De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

4. Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

5. Bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

 

Volgens de eerste voorwaarde dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste van het algemeen belang te staan.

Als algemene omschrijving kan het algemeen nu gezien worden als het tegemoetkomen aan een behoefte die bijdraagt tot een (noodzakelijke) verbetering van de samenleving en de leefomstandigheden van de gemeenschap, en waaraan door privéinitiatief geen oplossing wordt geboden (M. BOSMANS, E. BUYS, J. GHYSELS, J. MOERKERKE, & R. PALMANS, Onteigeningen: de voorafgaande fase, Antwerpen, Intersentia, 2006, 47).

 

Dit principe veronderstelt, in elk concreet dossier, een belangenafweging aangaande het al dan niet aanwezig zijn van algemeen belang, waarbij veelal ook private belangen aan de orde zijn. Deze belangenafweging dient de doelstellingen van het decreet in acht te nemen en zal leiden tot een gemotiveerde beslissing van de gemeenteraad.

 

Dergelijke belangenafweging diende ook reeds te worden doorgevoerd onder het regime van de Buurtwegenwet, in hoofdzaak wanneer een vraag tot afschaffing of wijziging voorlag. Zo stelde de Raad van State dat bij de beraadslaging van de gemeenteraad alle in het geding zijnde belangen moesten worden afgewogen, waarbij het openbaar belang primeert. De Raad van State behield zich in deze materie een marginaal toetsingsrecht voor.

 

De private belangen in dit dossier betreffen de afschaffing en verplaatsing van gemeenteweg 82 opgenomen in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem. Het private belang zou echter enkel een voordeel halen uit het zuiver afschaffen van de gemeenteweg 82. Op die manier zou het perceelgebruik van de kwestige eigendommen worden geoptimaliseerd. Dit is echter niet het geval. In het voorliggende ontwerp wordt de afschaffing echter gekoppeld aan een verplaatsing van deze weg in het verlengde van gemeenteweg 75 richting gemeenteweg 74 waardoor zoals eerder gesteld een netwerk gecreëerd wordt. Het is duidelijk dat het algemeen belang primeert.

 

Het bijkomend creëren van een nieuwe weg zonder de verplaatsing van de bestaande zou maken dat de verhouding tussen de maatschappelijke activiteiten mobiliteit en landbouw volledig scheef getrokken zou worden. De gemeenteraad oordeelde dat deze zich op gelijke voet verhouden. De afwezigheid van een verlegging van weg 82 zou nefast negatieve gevolgen hebben voor de landbouwsector door het overaanbod aan wegen ten opzichte van bewerkbaar landbouwareaal dat verdwijnt.

 

Het algemeen belang wordt des te meer vermoed vermits op de nieuw aan te leggen bedding een publiek recht van doorgang gecreëerd wordt.

 

Een arrest van de Raad van State (RvS 16 december 2003, nr. 126.447, VZW Durme) geeft als volgt invulling aan het begrip algemeen belang: belang van het algemeen om als vanouds van het landschappelijk schoon te kunnen blijven genieten. Deze stelling is minstens gelinkt aan de ladder van Lansink, namelijk behoud, verplaatsing, afschaffing. Door het verplaatsen van de gemeenteweg waardoor een verbinding in het binnengebied tussen de gemeentewegen 74 en 75 zal men kunnen blijven genieten van de rust en stilte die hier aanwezig is. Het traject is gesitueerd langs een bosje dat in eigendom van Natuurpunt is en ook door deze instantie beheerd wordt. Er bevinden zich tevens ook heel wat boomgaarden langs de bedding.

 

Het algemeen belang wordt beter gediend door het verleggen van de gemeenteweg.

 

Er zijn enkel positieve gevolgen voor de toegankelijkheid. De bereikbaarheid van het binnengebied wordt geoptimaliseerd.

 

De bedding overeenkomstig de Atlas der Buurtwegen is gelegen in een veld. De gewijzigde bedding is gelegen de rand van dit veld en aan de rand van een bosje. Naar recreatieve belevingswaarde is hier geen verschil.

 

Overeenkomstig de topografische kaarten zijn de beide inplantingen gesitueerd op verschillende hoogtelijnen.

De huidige ligging van gemeenteweg 82 kent een hellend verloop. Dit heeft zowel voor- als nadelen.

Het voordeel is de uitzichtwaarde op het hoogste punt, dat een uitzicht biedt over de open ruimte in de omgeving. Hetzelfde uitzicht wordt echter geboden vanaf het parallel punt op gemeenteweg 34. In dat opzicht wordt het voordeel geneutraliseerd.

Een nadeel is de toegankelijkheid voor bepaalde groepen van trage weggebruikers die zich moeten wagen aan de helling en meer baat hebben bij een vlak parcours zoals het voorstel omtrent de verlegging van weg 82 tussen de wegen 74 en 75.

 

Het private belang van de betrokken landbouwer is wellicht het afschaffen van de weg zodat de akker zonder meer in totaliteit kan bewerkt worden. De landbouwer heeft geen bezwaar tegen de heropening op de voorgestelde locatie.

 

Door de verplaatsing van de wegbedding primeert bijgevolg het algemeen belang.

 

Een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd.

De ruimtelijke context van de omgeving is agrarisch gebied, agrarisch gebied met overdruk ontginningsgebied en natuurgebied. De betrokken weg is gesitueerd in agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk ontginningsgebied.

 

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

 

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteit wordt uitgevoerd in het kader van een in uitbating zijnde leefbare landbouwbedrijven.

 

De activiteit is functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.

 

Zoals reeds eerder gesteld zijn zowel het landbouwkundig belang gezien de gewestplanbestemming van het gebied als het mobiliteitsbelang gezien de registratie van de weg in de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem gelijkwaardig.

 

Het is niet denkbaar dat de gebruiker van de weg een nadeel zal ondervinden van de voorgestelde wijziging. De wijziging bevindt zich aansluitend op gemeenteweg 75 en biedt een verbinding aan met gemeenteweg 74.

 

Het is eerder denkbaar dat de gebruiker een voordeel zal ondervinden bij deze verplaatsing. Hij moet niet meer langs de drukke Binkomstraat of Nijselrodestraat om aansluitend de trage wegen 34, 74 en 43 te bezoeken. Dit komt de veiligheid van de gebruiker van de weg ten goede.

Door de verplaatsing van de weg naar de zijkant van het perceel worden conflictsituaties met landbouwvoertuigen tevens gereduceerd. Dit wordt vermeden aan de zijdelingse grenzen, waar men over meer uitwijkruimte beschikt.

 

De verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen.

De verplaatsing komt de verkeersveiligheid op het perceel ten goede.

 

De trage weggebruiker moet niet meer langs de drukke Binkomstraat of Nijselrodestraat om aansluitend de trage wegen 34, 74 en 43 te bezoeken. Dit komt de veiligheid van de gebruiker van de weg ten goede.

Door de verplaatsing van de weg naar de zijkant van het perceel worden conflictsituaties met landbouwvoertuigen tevens gereduceerd. Dit wordt vermeden aan de zijdelingse grenzen, waar men over meer uitwijkruimte beschikt.

 

Zoals reeds eerder is gesteld is de aanwezigheid van de weg in het trage wegennet gewenst vermits deze zorgt voor een trage ontsluiting van het binnengebied Nijselrodestraat - Binkomstraat - Attenrodestraat - Hoefstraat.

 

De minimale verplaatsing heeft geen impact op de ontsluiting van andere percelen. De betrokken eigenaars zijn akkoord met de voorgestelde wijziging zodat kan geconcludeerd worden dat de ontsluiting van de percelen geen probleem vormt.

 

De verplaatsing wordt uitgevoerd op in de onmiddellijke omgeving. De verbindingen met de aansluitende weg 75 wordt behouden. De verbinding met de wegen 34, 74, 80 (op het grondgebied van Tielt-Winge) en 43 (op het grondgebied van Glabbeek) wordt gerealiseerd.

 

Wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief.

Gemeenteweg 82 is gelegen in de buurt van de grens met de gemeente Glabbeek via gemeenteweg 75.

 

In het verleden benadrukte het gemeentebestuur reeds het belang van de creatie van een netwerk en pleitte voor een licht gewijzigd behoud van gemeenteweg 74 (Tielt-Winge) en het licht gewijzigd behoud van gemeenteweg 43 (Glabbeek).

Door de koppeling van dit dossier aan huidig voorliggend dossier kan de gebruiker zich begeven van Glabbeek naar Tielt-Winge of omgekeerd.

 

Het is aangewezen de weg te herwaarderen naar de voorgestelde ligging rekening houdend met de gelijkwaardige maatschappelijke activiteiten en het spelend algemeen belang gezien de waarde in het gemeentegrensoverschrijdend trage wegennetwerk.

 

Bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

Naar mening van de gemeenteraad zijn er 2 verschillende maatschappelijke activiteiten die dienen afgewogen te worden, namelijk mobiliteit en landbouw.

 

Wat mobiliteit betreft is de gewenste maatschappelijke activiteit het gebruik van gemeenteweg 82 ten einde de verplaatsingen in het binnengebied tussen de Nijselrodestraat en de Binkomstraat te garanderen.

 

De potentiële waarde van het te verplaatsen wegdeel is groot. Door de verplaatsing wordt een netwerk gecreëerd tussen de Binkomstraat, de Hoefstraat, de Nijselrodestraat en de Attenrodestraat. Dit wordt niet gerealiseerd in de huidige toestand.

 

De ruimtelijke behoefte van de weggebruiker is het beschikbaar zijn van een veilige wegbedding die een kwalitatieve breedte heeft.

 

Dit wordt aan de gebruiker aangeboden aan de hand van voorliggend wijzigingsvoorstel. De bedding is 1,65 meter breed en is gesitueerd aan de rand van een landbouwperceel waar de conflicten met landbouwvervoer tot een minimum herleid worden en langs waar andere verbindingen met trage wegen mogelijk zijn.

 

Het landbouwaspect uit zich in het gegeven dat de percelen waarop de weg gesitueerd is gesitueerd zijn in agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk ontginningsgebied.

De percelen worden bewerkt als akker.

De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin.

De op het perceel uitgevoerde maatschappelijke activiteit past binnen deze ruimtelijke bestemming. De activiteiten wordt uitgevoerd in het kader van in uitbating zijnde leefbare landbouwbedrijven.

De activiteiten zijn functioneel inpasbaar in de bestaande context, in de onmiddellijke omgeving worden meerdere gronden bewerkt voor agrarische doeleinden.

De ruimtelijke behoefte van de landbouwsector is het gebruik van zijn perceel op een efficiënte wijze. Dit zal zich tevens uiten in een verplaatsing van de weg richting de perceelsrand vermits de weg op deze wijze de akker niet meer doorkruist.

 

Het is niet denkbaar dat de behoefte in de toekomst zal wijzigen. De weg is opgenomen in de Atlas der Buurtwegen, de mobiliteitsbehoefte is er bijgevolg. De bestemming van het perceel, agrarisch gebied en agrarisch gebied met overdruk ontginningsgebied, laat geen andere dan landbouwactiviteiten toe.

 

De wijziging komt de ruimtelijke behoefte van alle verschillende maatschappelijke activiteiten ten goede.

 

De betrokken percelen zijn in eigendom van:

         114M en 114L: Valerius Puttevils, wonende te Kerkstraat 59, 3391 Tielt-Winge

         114Z:   Valerius Puttevils, wonende te Kerkstraat 59, 3391 Tielt-Winge.

Johan Puttevils, wonende te Keelstraat 18, 3391 Tielt-Winge

         107C, 108 en 114A2: Van Elven - Rely, wonende te Binkomstraat 65, 3391 Tielt-Winge

         95A en 97A en 98A: Stillaert Maria, wonende te Kastanjelaan 6, 2061 ER Bloemendaal, Nederland

         88A: Gunther Stockx, wonende te Hoefstraat 1A, 3384 Glabbeek.

 

Uit het schattingsverslag van Intertopo Landmetersbureau van 5 juni 2024 blijkt:

         Meerwaarde:

         114M: 572 euro

         114L: 450 euro

         114Z: 200 euro

         114A2: 709 euro.

 

         Minwaarde:

         108: 594 euro

         107C: 1.220 euro

         95A: 243 euro

         97A: 902 euro

         98A: 378 euro.

 

Op het perceel 88A is er geen meerwaarde aangezien de voetweg verlegd wordt op hetzelfde perceel (en dus dezelfde eigenaar).

 

De bovenvermelde eigenaars nemen de kosten voor de procedure ten laste.

 

Financiële gevolgen

De exacte financiële gevolgen zijn nog niet gekend, deze zijn afhankelijk van de te maken kosten naar aanleiding van onder meer het openbaar onderzoek.

 

Bijlagen

         Het verleggingsdossier van gemeentewegen 74 en 82 uit de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem.

         Motivatienota

         Fotoreportage

         Schattingsverslag

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad stelt het ontwerp van grafisch plan tot verlegging en het rooilijnplan van de gemeenteweg, gekend als wegen nummers 74 en 82 uit de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem, respectievelijk het Attenrodschenvoetpad en de Kalenbergweg, voorlopig vast.

 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het grafisch plan tot opheffing van een gemeenteweg aan een openbaar onderzoek dat minstens binnen een ordetermijn van dertig dagen na de voorlopige vaststelling start. Het openbaar onderzoek vindt plaats van 12 januari 2026 tot en met 10 februari 2026.

 

Artikel 3

Deze beslissing is onderworpen aan de regels van bestuurlijk toezicht, zoals bepaald in het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad stelt de verlegging van gemeentewegen 74 en 82 uit de Atlas der Buurtwegen van Meensel-Kiezegem voorlopig vast.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Winar - Aanpassing statuten en beleidsplan ingevolge uittreden van Begijnendijk en Tremelo

Motivering

 

Feiten en context

Erfgoed Winar is een projectvereniging die tot doel heeft het beleid voeren, het behouden, het beheren, het onderzoeken en het ontsluiten van het onroerend, cultureel en immaterieel erfgoed op het grondgebied van de aangesloten gemeenten.

 

Boortmeerbeek en Tremelo besloten uit Winar te stappen.

 

Dit vereist een aanpassing van de statuten van Winar.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, specifiek artikel 403.

         Artikel 17 van de huidige statuten.

         Gemeenteraadsbeslissing van 18 september 2025.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Over het wijzigen van de statuten kan slechts geldig beraadslaagd worden wanneer twee derde van de leden aanwezig is. De beslissingen worden genomen met twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen. De voorgestelde wijziging zijn slechts rechtsgeldig na goedkeuring van de statuten door de respectievelijke gemeenteraden.

 

Ten gevolge van de uittreding zijn de resterende leden Begijnendijk, Bekkevoort, Haacht, Herent, Holsbeek, Kortenberg, Rotselaar en Tielt-Winge.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

         Statuten en bijlagen

         Beleidsplan

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 onthoudingen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1

De gemeenteraad keurt de aangepaste statuten van Erfgoed Winar goed.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt het aangepaste beleidsplan van Erfgoed Winar goed.

 

Artikel 3

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan Erfgoed Winar.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan de regels van bestuurlijk toezicht, zoals bepaald in het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad keurt de statuten en het beleidsplan van Erfgoed Winar goed.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement voor inzameling asbest aan huis

Motivering

 

Feiten en context

EcoWerf organiseert de inzameling van asbesthoudende golfplaten en leien van particulieren, lokale besturen, verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project via platen- of kuubzakken of per container.

 

De Vlaams minister van Omgeving keurde op 27 oktober 2025 de projectaanvraag van EcoWerf, intergemeentelijk milieubedrijf Oost-Brabant, goed om via huis-aan-huis-inzameling de asbestafbouw in Vlaanderen te versnellen.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 40§3 en 41, lid 2, 14°;

         Ministerieel besluit van 27 oktober 2025 tot toekenning van een subsidie aan EcoWerf voor een bronophalingsproject van asbestcement in het kader van het asbestafbouwbeleid (Dossiernummer 25/0203);

         Gemeenteraadsbeslissing van 20 maart 2025 over deze retributie.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

EcoWerf organiseert de inzameling van asbesthoudende golfplaten en leien van particulieren lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project via platen- of kuubzakken (maximaal 8 zakken wat overeenstemt met ca. 240 m² dak) of per container (maximum 2 containers wat overeenstemt met ca. 480 m² dak).

 

De werkwijze is als volgt:

 

  1. De inwoner vult op de website een formulier in.
  2. De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning indien de container niet op het eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.
  3. EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.

 

Particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project.

 

Er wordt een tarief geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:

         de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door de EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

         de ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.

 

Bij de aankoop van minstens één asbestzak/container zijn twee veiligheidskits inbegrepen.

 

De organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest.

 

De organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden.

 

Eenzelfde retributiereglement gold voor het aanslagjaar 2025.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Het retributiereglement inzameling asbest aan huis wordt door de gemeenteraad goedgekeurd voor de periode 1 maart 2026 t.e.m. 31 december 2027, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, luidende als volgt:

 

Retributiereglement voor de inzameling asbest aan huis (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

Voor een termijn startend op 1 maart 2026 en eindigend op 31 december 2027 wordt een retributie geheven op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

 

Artikel 2 – Tarief

§1. De retributie bedraagt voor een:

         kuubzak (1 m³): 40 euro

         plaatzak (1 m³): 40 euro

         container: 170 euro

 

§2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.

 

Artikel 3 – Procedure

De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:

  1. Inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf;
  2. Asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek;
  3. De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling;
  4. De inwoner vult de zak(ken)/container(s) korte tijd voor de ophaaldag;
  5. EcoWerf komt de zak(ken)/container(s) ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.

 

Artikel 4 – Betalingsmodaliteiten

EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze, met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 maart 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 20 maart 2025 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement voor inzameling asbest aan huis is goedgekeurd voor 1 maart 2026 tot en met 2027.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement uitlenen containers voor 2026 tot en met 2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019.

         Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

         Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen 17 februari 2012 (VLAREMA);

         Besluit van de Vlaamse Regering van 26 mei 2023 tot vaststelling van het uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030 (Lokaal Materialenplan);

         Politieverordening van 21 november 2024 betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 december 2023 over deze retributie.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De protectie van het milieu en de kosten van de afvalproblematiek vereisen dat het nog geproduceerde afval ernstig belast wordt.

 

Deze retributie moet de vervuiler doen betalen, de ophaal- en verwerkingskosten moeten zo gedekt worden.

 

Bij het organiseren van evenementen wordt vaak een aanzienlijke hoeveelheid afval geproduceerd. Het aanbieden van dit afval voor ophaling op een legale manier vormt vaak een probleem. Het aanbieden van een container door de gemeente tegen betaling kan hiervoor een goede oplossing bieden.

 

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

Een soortgelijk retributiereglement gold voor het aanslagjaar 2025.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt volgende retributie geheven, luidende als volgt:

 

"Retributiereglement voor het gebruik van een afvalcontainer bij de organisatie van evenementen/activiteiten voor 2026 t.e.m. 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

§1. Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van afvalcontainers.

 

§2. Onder het gebruik van afvalcontainers moet worden verstaan het gebruik van een restafvalcontainer van 1.100 liter of een gft-bak van 120 liter bij de organisatie van evenementen/activiteiten (zoals openlucht fuiven, kermissen, eetdagen enzovoort).

 

Artikel 2 – Tarief

De retributie wordt berekend als volgt:

         Ingezameld afval, gewogen door EcoWerf bij de lediging, aan de op dat moment geldende tarieven van EcoWerf;

         Vaste kostprijs (levering en ophaling): 20 euro

Er kunnen 5 containers gelijktijdig geleverd worden, vanaf de 6de container zal er bijkomend 20 euro aangerekend worden.

 

Artikel 3 – Indexering van de tarieven/ van de retributies voor de periode 2026-2031

  1. De in dit reglement vastgestelde tarieven (enkel vaste kostprijs) worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, zoals vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, de inwerkingtreding van het nieuwe tarief wordt bepaald op 1 januari.
  2. De aanvangsindex voor de jaarlijkse herziening wordt vastgelegd op de index van november 2025.
  3. De jaarlijkse aanpassing gebeurt volgens de volgende formule:

 

 

  1. De aldus berekende bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde 1 euro (vanaf 0,5 -> afronding naar boven).
  2. De berekening van de nieuwe tarieven gebeurt in december voorafgaand aan de inwerkingtreding

 

Artikel 4 – Betalingsmodaliteiten

De retributie wordt via factuur betaald bij de aanvraag.

 

Artikel 5

De aanvraag voor het huren van een container dient minstens één week op voorhand te gebeuren bij de dienst omgeving-milieu of via het evenementenformulier.

 

Artikel 6

Indien een organisatie van een evenement geen gebruik maakt van een container dient het afval verwijderd te worden via de normale kanalen van de afvalophaling in de gemeente. Gebeurt dit niet, zal een PV worden opgesteld.

 

Artikel 6 - Restafval

§1. De restafvalcontainer is enkel geschikt voor restafval, zoals bepaald door het gemeentelijk politiereglement en de voorschriften van EcoWerf. Volgende afvalstromen mogen niet in de restafvalcontainer:

 

         klein gevaarlijk afval van vergelijkbare bedrijfsmatige oorsprong;

         glasafval;

         papier- en kartonafval;

         etensresten en levensmiddelen (nog verpakt voedsel);

         gebruikte dierlijke en plantaardige oliën en vetten;

         groenafval;

         textielafval;

         afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;

         afvalbanden;

         puin;

         afgewerkte olie;

         gevaarlijke afvalstoffen;

         asbestcementhoudende afvalstoffen;

         afgedankte apparatuur en recipiënten die ozonafbrekende stoffen of gefluoreerde broeikasgassen bevatten;

         afvallandbouwfolies;

         afgedankte batterijen en accu’s;

         houtafval;

         metaalafval;

         pmd-afval;

         matrassen

         recycleerbare harde kunststoffen;

         geëxpandeerd polystyreen (zuiver piepschuim van verpakkingen met bolletjesstructuur);

         folies (folies die worden gebruikt als secundaire verpakking of tertiaire verpakking).

 

§2. Het restafval moet los of in transparante zakken in de container gedeponeerd worden.

 

Artikel 7 - GFT

De GFT-container is enkel geschikt voor groenafval, zoals bepaald door het gemeentelijk politiereglement en de voorschriften van EcoWerf. De gft-container mag maximaal 50 kg wegen.

 

Artikel 8 - PMD

Voor het PMD-afval dient de organisator van het evenement de nodige PMD-zakken aan te kopen en neemt deze na het evenement mee.

 

Artikel 9 - Papier en karton

De organisator neemt na afloop van het evenement het papier en karton mee. Deze kan hij in zijn gele container deponeren of gratis naar het recyclagepark brengen.

 

Artikel 10

Bij inbreuken op sorteerregels of het niet correct deponeren van restafval in de container, vastgesteld door EcoWerf, zal de boete doorgerekend worden aan de organisatoren van het evenement.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 21 december 2023 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement voor het gebruik van containers bij de organisatie van evenementen/activiteiten is goedgekeurd voor 2026 tot en met 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark - aanslagjaren 2026-2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze lokale belasting.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, zoals gewijzigd;

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;

         De wet van 29 juli 1991 inzake de motivering van beslissingen;

         De omzendbrief KB ABB-2019/2 Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019;

         Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;

         Besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);

         Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval van 16 september 2016, zoals gewijzigd;

         Besluit van de gemeenteraad van 15 april 2021 betreffende de verlenging van EcoWerf en de beheersoverdrachten aan EcoWerf voor de inzameling van verschillende afvalfracties en voor de exploitatie van het recyclagepark;

         Besluit van de gemeenteraad van 16 oktober 2025 betreffende het Contantbelastingsreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark - aanslagjaren 2026-2031.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De gemeente is toegetreden tot het DifTar-systeem van huis-aan-huisinzameling in containers alsook voor de brengmethode naar het recyclagepark.

 

De uitbating van het recyclagepark in de gemeente is geautomatiseerd waarbij de bezoeker wordt geïdentificeerd hetzij via de elektronische identiteitskaart hetzij via een toegangskaart.

 

De kosten voor inzameling van afval wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën.

 

De gemeentelijke inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.

 

De kosten voor de huis-aan-huis inzameling en de inzameling op het recyclagepark zullen verhaald worden op de aanbieders via een contantbelasting.

 

De invoering van een dergelijke gedifferentieerde contantbelasting laat de gemeente toe om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen, om alzo prioriteit te verlenen aan afvalvoorkoming en slechts in tweede instantie het hergebruik en tenslotte de recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen te stimuleren.

 

De automatische indexering in dit reglement gebeurt conform de aanbeveling in de omzendbrief van 15 februari 2019 betreffende de gemeentelijke fiscaliteit opgenomen onder punt 1.7.3 ‘Aandachtspunten van administratief-Bestuurlijke aard’, onder de titel ‘Transparantie en duidelijkheid van de regelgeving’.

 

Het lokaal bestuur Tielt-Winge is de enige (met uitzondering van Herent, vanaf het 16de bezoek) die het toegangstarief van het recyclagepark toepast. Aangezien Tielt-Winge en Scherpenheuvel-Zichem hetzelfde park gebruiken, is het volgens EcoWerf nuttig dat ook Tielt-Winge het toegangstarief schrapt. Bijkomend kan het toegangstarief enkel aangerekend worden bij betalende fracties. Hiervoor is eveneens een aanpassing van het reglement vereist.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct toewijsbare financiële gevolgen. Deze belasting geldt als algemene en verplichte bijdrage van de burger, opgelegd door de gemeenteraad, aan de algemene uitgaven van het lokaal bestuur (en waartegenover geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid staat en/of geheven wordt voor een dienstverlening die het algemeen belang dient) ter uitvoering van het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 stemmen tegen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1

Het hierna volgende contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark - aanslagjaren 2026 - 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad:

 

Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1

 

§ 1. Er wordt een contantbelasting gevestigd voor:

  1. de huis-aan-huisinzameling van het huisvuil, het pmd-afval, het gft-afval, het papier en karton, snoeihout en groot selectief afval (en het gelijkaardig bedrijfsafval);

 

  1. de inzameling via sorteerstraten;

 

  1. de inzameling van op het recyclagepark aangeboden afvalstoffen.

 

§ 2. Definities algemeen:

 

1° Aansluitpunt (ASP):

1) iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.

 

2) iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente mét een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.

 

3) iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente waarin een instelling van openbaar nut, een school, een vereniging die deel uitmaakt van de gemeentelijke cultuur-, sport- , jeugd-, senioren- of milieuraad, gevestigd is, die op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).

 

4) Iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een commerciële functie, waarin beroepsactiviteiten worden ontplooid (vrij beroep, handel, zorgactiviteiten, …) die op basis van de inschrijving in het bevolkingsregister/handelsregister van de gemeenten huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).

 

2° Aorta: de databank waarin EcoWerf per gezin of per onderneming registreert:

         de relevante identificatiegegevens van het gezin of de onderneming en de referentiepersoon van het betrokken gezin of onderneming

         de relevante DifTar-gegevens inzake inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, individueel en gedifferentieerd per afvalstroom, zodat ze afzonderlijk kunnen getarifeerd worden. De relevante gegevens zijn onder meer de aard van de aangeboden afvalstof, het gewicht ervan en het aantal afvalbewegingen.

 

Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is maximaal één registratie mogelijk.

 

Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt in Aorta een formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer en het EcoWerf-klantnummer. Er wordt geregistreerd of het formulier wordt aangemaakt voor een gezin, een tweede verblijf (met een ander verzendadres), een gemeenschap of voor een onderneming, vereniging, school, gemeentelijke overheid of andere overheid. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer/gsm-nummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.

 

Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval te ontvangen.

 

De gegevens van Aorta kunnen door EcoWerf worden aangewend voor het versturen van betalingsuitnodigingen t.a.v. de referentiepersoon.

 

Wanneer niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsafval wegens verhuis of overlijden, en dit door de gemeente gemeld wordt aan EcoWerf, zal EcoWerf de afvalcontainers blokkeren, de toegangskaart blokkeren of niet langer een toegangsmachtiging aan de identiteitskaart verlenen. Op vraag van de burger kan het eventuele onbestede tegoed op het rekeningnummer van de referentiepersoon terug betaald worden.

 

3° DifTar-rekening: de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:

         de volgens dit reglement verschuldigde contantbelasting;

         de volgens dit reglement verschuldigde kohierbelasting.

De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld of het tegoed is van het gezin of de onderneming.

 

4° Gebruikersgroep: een selectie van aansluitpunten die op basis van het domicilieadres geselecteerd worden, een elektronische toegangskaart toegewezen krijgen (of via eID) en op deze wijze toegang krijgen tot een sorteerstraat en/of recyclagepark(en).

 

5° Ondergrondse afvalcontainer: een ondergronds inzamelrecipiënt, voorzien van een inwerpzuil met, afhankelijk van de aangeboden fractie, een aangepaste inwerpopening.

 

6° Referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in Aorta als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:

         voor een gezin, wordt van rechtswege de persoon die, volgens de opgave van het rijksregister, als referentiepersoon van het gezin, vermeld staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, ook geregistreerd als referentiepersoon in de databank. Dit kan afwijken op vraag van de betrokken inwoner of op vraag van de gemeente

         voor een onderneming is het een meerderjarige natuurlijke persoon die geacht wordt de onderneming rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

 

7° Recyclagepark: een bij toepassing van VLAREMA vergunde inrichting waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht van op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren.

 

8° Sorteerstraat: een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, gft en papier & karton. Dit zowel ter vervanging als aanvullend aan de reguliere huis-aan-huis inzameling.

 

9° Toegangskaart: een elektronische kaart die wordt uitgereikt aan onderstaande doelgroepen:

         niet-particulieren: op naam van de referentiepersoon;

         in de gemeente gedomicilieerde inwoners die niet over een elektronische identiteitskaart beschikken: op naam van de referentiepersoon;

         particulieren met een tweede verblijf in de gemeente die geen rijksregisternummer hebben: op naam van de referentiepersoon;

         particulieren die gebruik maken van een ondergrondse sorteerstraat/afvalcontainer: op naam van de referentiepersoon.

 

§ 3. Definities afvalfracties

 

  1. Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken, en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2 van het VLAREMA, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1.000 volt bij wisselstroom en 1.500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie: apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur, apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd, en grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen.

 

  1. Asbestcement: alle voorwerpen uit gebonden asbest zoals eternieten golfplaten, schaliën, vlakke eterniet, … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van losse asbest, plastic golfplaten, …

 

  1. Boomstronken: alle boomstronken die, na ontdaan te zijn van wortels en aarde, kunnen worden ingezet in de groencompostering en/of kunnen worden verhakseld voor hergebruik.

 

  1. Cellenbeton: alle schuimbeton ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

  1. E.P.S.: zuiver witte piepschuim ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit met uitzondering van gekleurd piepschuim, verpakkingschips, verpakkingspiepschuim afkomstig van voedingsmiddelen, vervuild piepschuim, styrofoamplaten, …

 

  1. Frituurolie en afgelaten motorolie: alle soorten smeerolie en/of industriële olie, op minerale of synthetische basis ontstaan door de werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit in het bijzonder afgewerkte motorolie, frituurolie, met uitzondering van grote hoeveelheden motorolie, olie met pcb’s of andere giftige stoffen.

 

  1. Gips: bouwafval uit gips en kalk zoals gipsplaten, kalk, gips, bezetsel … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van cement, stenen, asfalt, …

 

  1. Glas: hol glas en vlak glas ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of gelijkaardige bedrijfsactiviteiten, ontdaan van dopsels, deksels en sluitingen, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen en hittebestendig glas, gewapend glas, kristal, opaal glas, rookglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, tl-lampen, stenen, tegels, porselein, aardewerk, beeldbuizen van tv’s, …

 

         hol glas betreft alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen ...;

         vlak glas betreft vlak glas uit de bouwsector, zoals venster- en deurglas en glas van gevelelementen. Hieronder valt niet het gelaagd glas (bijv. van voertuigen), loodglas, hittebestendig glas (bijv. pyrex, glas van kacheltjes), glas van zonnepanelen …

 

  1. Gras- en bladafval: alle vers gazonmaaisel en bladeren afkomstig van normaal tuinonderhoud, met uitzondering van oud en rot gazonmaaisel en gras vermengd met grond.

 

  1. Groente-, fruit- en tuinafval (gft): organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen; dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten; broodresten; koffiedik en papieren koffiefilters; papier van keukenrol; noten en pitten; vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen …); vaste zuivelproducten (kaasresten); eieren en eierschalen; fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout …); kamer- en tuinplanten; schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout; mest van kleine huisdieren (cavia, konijn, kat en hond) in beperkte hoeveelheden. Dit alles ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met een huishouden.

 

  1. Grofvuil: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, oude metalen, houtafval, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden, steenachtige fracties van bouw- en sloopafval, matrassen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

 

  1. Harde plastics: alle zuivere harde plastics zoals deuren, rolluiken, buizen, dakgoten, tuinmeubelen, bloempotten, plastic kleerhangers, speelgoed, wasmanden, emmers ... ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van plastic flessen en flacons (pmd), verpakkingen van gevaarlijke producten (kga), bouw- en isolatiematerialen, tuinslangen, verpakkingen van voedingswaren, plastic blisters en straps, cd’s, dvd’s en videobanden (restafval), ...

 

  1. Herbruikbare goederen: alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die worden aanvaard door het erkend Kringloopcentrum en geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken, elektronische informatiedragers, speelgoed, …

 

  1. Huishoudelijk afval: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

  1. Keramiek: alle keramiek ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit zoals wc-potten, lavabo’s, tegels, stenen borden en tassen, porselein, … met uitzondering van steenafval.

 

  1. Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1. van het VLAREMA.

 

  1. Kurk: alle afvalstoffen uit kurk, afkomstig van de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, zoals stopsels, deksels, sluitingen, tegels, wandbedekking, …

 

  1. Oude Metalen: alle ferro- en non-ferro metalen voorwerpen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van ferro- en non-ferroverpakkingen, kga en elektrische en elektronische toestellen.

 

  1. Papier en karton: alle dag-, week-, en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeizakken, …

 

  1. Pmd: flessen, flacons, schaaltjes, vlootjes, bakjes, potjes, tubes, folies, zakken, drank- en conservenblikken, spuitbussen voor voedingsmiddelen of cosmetica, aluminium bakjes en schaaltjes, deksels, doppen, kroonkurken en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit. De aangeboden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen geen kga, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.

 

  1. Houtafval: alle zuiver afvalhout afkomstig van constructiewerken, bouwmaterialen, meubilair en grote speeltuigen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geïmpregneerde houtsoorten (tuinmeubelen), hout vermengd met ijzer of glas, treinbilzen. A-hout en B-hout worden apart ingezameld op de recyclageparken van EcoWerf. A-hout is zuiver, onbehandeld en geverfd (maar geen loodverf) massief hout zoals massief houten meubels en schrijnwerk (houten stoelen, raamkader zonder glas, …), Europees hardhout (bv. eik), onbehandeld timmerhout (dakgebinten, balken en planken) en verpakkingshout (verpakkingskisten, kabelhaspels zonder metalen kern of andere materialen). B-hout omvat verwerkt of behandeld hout, dat niet geïmpregneerd is: Tropisch hardhout (Teak, Bankirai, Merbau, Afzelia, Padoek, Ipé, Afrormosia …), meubels bestaande uit honinggraatstructuur, laminaat, MDF, multiplex en triplex.

 

  1. Snoeihout: alle hout afkomstig van het normaal onderhoud van de tuin (met een diameter van minder dan 10 cm), haagscheersel.

 

  1. Steenafval: zuivere steenslag, (gewapend) beton, versteende cement, betonnen palen, … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vervuilde steenslag (bv. met grond), asfalt, keramiek, gips en kalk, cellenbeton, asbest, …

 

  1. Textiel: alle niet verontreinigde kleding, huishoudlinnen, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten …), beddengoed, schoeisel, handtassen en lederwaren ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

 

  1. Landbouwfolie: kuilfolie (zwart/wit/zwart-wit) of rek/wikkelfolie (groen/wit) die wordt gebruikt in het kader van een landbouw-, tuinbouw- of veeteeltactiviteit.

 

  1. Groot selectief afval: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particulier huishouden of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin- en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden en steenachtige fracties van bouw - en sloopafval.

 

Artikel 2

De contantbelasting is verschuldigd door de gebruiker op basis van de kostprijs van de specifieke dienstverlening en wordt aangerekend naar gelang van de soort en de hoeveelheid of het gewicht van het afval bij de huis-aan-huis-inzameling, de inzameling via het recyclagepark en de sorteerstraten.

 

Artikel 3

§ 1. Huis-aan-huisinzameling

 

De contantbelasting voor de huis-aan-huis inzameling in functie van de fractie en het volume/gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.

 

  1. Huisvuil

 

Inzameling en verwerking

 

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per kg gewogen huisvuil

0,30

0,30

Per aanbieding 40 L-container

0,63

0,63

Per aanbieding 120 L-container

0,63

0,63

Per aanbieding 240 L-container

1,26

1,26

Per aanbieding 360 L-container1

1,89

1,89

Per aanbieding 1.100 L-container

6,40

6,40

 

1 360 L-containers worden enkel geleverd per set van 3 en alleen na goedkeuring door of op aanraden van EcoWerf.

 

Gebruiksrecht container per maand

 

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,68

1,84

120 L-container

0,68

1,84

240 L-container

1,36

2,47

360 L-container

2,00

2,64

1.100 L-container

3,71

7,07

 

Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro

 

  1. Gft-afval

 

Inzameling en verwerking

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per kg gewogen gft

0,20

0,20

 

Gebruiksrecht container per maand

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,68

1,84

120 L-container

0,68

1,84

240 L-container

1,36

2,47

 

Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro

 

  1. Pmd

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per zak van 60 L

0,15

0,15

Per zak van 90 L

0,20

0,20

 

  1. Groot selectief afval

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Voorrijkost

20

30

Per begonnen 0,5 m³

10,50

10,50

1-persoonsbed

10,50

10,50

2-persoonsbed

21

21

Zetel: 1-zit

10,50

10,50

Zetel: 2-zit

21

21

Zetel: 3-zit

31,50

31,50

Stoel (2 stuks)

10,50

10,50

(Tuin-)tafel

10,50

10,50

 

  1. Snoeihout

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Per bussel

5

5

 

  1. Papier en karton

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

40 L-container

0,84

2,47

240 L-container

0,84

2,47

500 L-container2

2,08

3,21

1.100 L-container

4,58

7,07

 

2Dit formaat wordt enkel in zeer specifieke gevallen en alleen na goedkeuring door EcoWerf, toegekend.

 

§ 2. Inzameling via sorteerstraat op gewicht

 

De contantbelasting in functie van het gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in een sorteerstraat wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.

 

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Huisvuil (kg)

0,30

0,30

Gft (kg)

0,20

0,20

Beheerskost (maand)

3,23

6,46

 

§ 3. Inzameling via DifTar recyclagepark op gewicht

 

De contantbelasting in functie van het gewicht (per kg) van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen op het recyclagepark wordt hieronder weergegeven. Het minimaal aangerekende gewicht bedraagt 5 kg.

 

 

Particulieren (euro)

KMO (euro)

Grofvuil

0,30

0,30

Gras en blad

0,203

0,20

Harde plastics

0,08

0,12

Houtafval

0,08

0,12

Boomstronken

0,04

0,08

Snoeihout

0,04

0,08

Steenafval

0,04

0,08

Cellenbeton

0,04

0,08

Gips

0,04

0,08

Keramiek

0,04

0,08

Asbest

0

0

Autobanden

0

0

Landbouwfolie4

0,18

0,18

Tarief grote hoeveelheden

Vanaf een totale aanvoer op jaarbasis boven de 2.000 kg worden de KMO-tarieven van toepassing op de betrokken particulier

 

 

3 Tijdens de maanden oktober, november en december mag men gratis 300 kg gras en blad aanbieden. Bij overschrijding en buiten deze periode wordt het standaardtarief aangerekend.

 

4 De gemeente schrijft de land- en tuinbouwers aan. Met dit schrijven kan men zich tijdens de gecommuniceerde periodes aanbieden op één van volgende recyclageparken: Messelbroek, Wezersebaan (Zoutleeuw), Lubbeek, Haacht en Kortenaken.

 

Artikel 4

§1 De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:

 

k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15

 

waarbij:

P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2023

p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1

C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2023

c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1

x= aanslagjaar

 

Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte

 

De herziene bedragen kunnen echter nooit de maximumtarieven zoals vastgesteld door OVAM overschrijden. Bij overschrijding wordt automatisch het wettelijk vastgelegde maximumtarief gehanteerd.

 

De tarieven die voor indexering in aanmerking komen zijn de basistarieven. De tarieven van gebruiksrecht en aanbieding worden pro rata berekend aan de hand van het volume van de betrokken container.

 

         voor de huis-aan-huisinzameling betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft, aanbieding huisvuil en gebruiksrecht voor de fracties huisvuil, gft en papier en karton.

         voor de sorteerstraten betreft het de tarieven kg huisvuil, kg gft en gebruiksrecht

         voor het recyclagepark betreft het de tarieven:

         Kg grofvuil

         Kg gras en blad

         Kg harde plastics

         Kg houtafval

         Kg snoeihout

         Kg cellenbeton

         Kg gips

         Kg keramiek

         Kg steenafval

         Kg boomstronken

 

§2 Voor de inzameling van het groot selectief afval wordt de startindex vastgelegd op 1 januari 2026 en wordt de indexering als volgt toegepast op volgende onderdelen:

         Voorrijkost

         Tarief per 0,5 m³

 

De bedragen van de belasting worden jaarlijks ingaande per 1 januari geïndexeerd waarbij het geïndexeerde bedrag afgerond wordt op twee decimalen volgens de rekenkundige afronding (kleiner dan 5 afronding naar beneden, groter of gelijk aan 5, afronding naar boven) via onderstaande formule:

 

k = 0,4*(p/P) + 0,45*(c/C) + 0,15

 

waarbij:

P= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 januari 2023

p= PC121 Cat. 3.A (Ophaling afval, ledigen en reinigen van riolen, septische putten en reservoirs) op 1 juli van jaar x-1

C= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 januari 2026

c= consumptieprijsindex basisjaar 2013 op 1 juli van jaar x-1

x= aanslagjaar

 

Prijsherziening = (herzieningscoëfficiënt (k) - 1) * herzienbaar gedeelte

 

Artikel 5

Indien het afval wordt aangeboden door een gezin dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.

 

Indien het afval wordt aangeboden door een onderneming of vereniging dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming, zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.

 

Artikel 6

§1 De personen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking verschuldigd op het ogenblik dat de kiepbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen wordt geregistreerd. De contantbelasting betreffende het gebruik van de container is maandelijks verschuldigd.

 

§2 De gebruiker van de sorteerstraat is de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking van afvalstoffen verschuldigd op het ogenblik dat de gebruiker afvalstoffen aanbiedt aan de ondergrondse afvalcontainer en de elektronische toegangskaart van de gebruiker deze beweging registreert. De contantbelasting betreffende het gebruik van de sorteerstraat is maandelijks verschuldigd.

 

§3 Iedere gebruiker van een container/sorteerstraat dient vooraf een bedrag te storten op de DifTar-rekening en dit op basis van de ter beschikking staande containers:

 

Aantal en type containers

Voorschot (euro)

1 of meerdere 40 L- of 120 L-containers of een particuliere gebruiker van een sorteerstraat en een 240 L papier en karton-container

50

per container van 240 L of een niet-particuliere gebruiker van een sorteerstraat

100

per container van 1.100 L of per set van 3.360 L containers

500

per 240 L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is

25

per 1.100 L papier en karton-container indien dit de enige container op het aansluitpunt is

75

 

§4 Bij elke registratie van een kiepbeweging en het gewicht van het meegegeven afval of in geval van sorteerstraat bij een gewichtsmeting, zal de contantbelasting, in mindering worden gebracht van het vooraf betaald bedrag. De contantbelasting zal worden afgerond tot op 2 cijfers na de decimaal.

 

Artikel 7

§1 Iedere referentiepersoon die geregistreerd staat in Aorta beschikt over een DifTar-rekening waarmee voor bepaalde dienstverleningen van EcoWerf betaald kan worden.

Zodra het beschikbare bedrag lager is dan 10 euro wordt een betalingsuitnodiging gestuurd naar de referentiepersoon. Het aanzuiveren van de DifTar-rekening is mogelijk door betaling via overschrijving of door betaling met Bancontact in het recyclagepark.

 

Volgende betalingstermijnen worden gehanteerd:

         Betalingsuitnodiging: 20 kalenderdagen.

         Herinnering: 12 kalenderdagen + 5 dagen betalingsmarge.

 

De containers zullen niet meer geledigd worden of de sorteerstraat zal niet meer toegankelijk zijn van zodra de vervaldatum van de herinnering is verlopen en het beschikbare bedrag lager is dan 0 euro.

 

Indien de niet geledigde container niet tijdig wordt binnengehaald, kan die door of in opdracht van de gemeente worden geledigd aan het tarief vastgelegd in het gemeentelijk belastingreglement betreffende ambtshalve opruimen van sluikstorten.

 

Bij afmelding (verhuis, overlijden, …) wordt de DifTar-rekening gesloten en wordt het nog beschikbare bedrag teruggestort op rekeningnummer van de begunstigde, tenzij de begunstigde nog een openstaande schuld heeft aan de gemeente. Een eindafrekening wordt afgeleverd aan de begunstigde.

 

§2 De personen die gebruik maken van de voorgeschreven pmd-zakken, zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).

 

§3 Bij een DifTar gewichtspark is de contantbelasting verschuldigd door de bezoeker (particulier en KMO) die de afvalstoffen aanbiedt en is betaalbaar, na gewichtsbepaling, via de DifTar-rekening of met de betaalkaart (Bancontact).

 

Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering nog niet verlopen is, zal de bezoeker van het recyclagepark hierop attent gemaakt worden en nog slechts één maal de mogelijkheid hebben om het tarief voor betalende fracties via de DifTar-rekening te betalen. In dit geval zal ook steeds gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld.

 

Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering is verlopen, zal bij de ingang gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld. Indien het saldo niet wordt aangezuiverd zal hij/zij geen toegang krijgen tot het betalend gedeelte en zal de uitgang geweigerd worden met de vraag om het openstaande saldo aan te zuiveren. Men zal ook geen gebruik meer kunnen maken van de inzameling op afroep tot het saldo werd aangezuiverd.

 

§4 Voor de vervanging van een verloren, beschadigde en/of gestolen toegangskaart of een extra toegangskaart wordt een contantbelasting gevraagd van 5 euro. Dit bedrag zal aangerekend worden via de DifTar-rekening.

 

Niet-inwoners of toekomstige inwoners van de gemeente kunnen, voor het aanbrengen van afval afkomstig vanuit de gemeente, een kaart voor het recyclagepark aanvragen bij het gemeentebestuur. De kaarten worden uitgeleend voor een periode van maximum 3 maanden, tegen een waarborg van 50 euro.

 

Artikel 8

De contantbelastingen worden zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

 

De belasting is persoonsgebonden waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van het positief saldo op een ander particulier ASP betreffende dezelfde persoon/referentiepersoon om het negatief saldo aan te zuiveren, alvorens over te gaan tot inkohiering.

 

Artikel 9

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 10

Deze belasting zal definitief zijn indien geen tijdige dan wel ontvankelijke bezwaren ingediend werden.

 

Artikel 2

Het contantbelastingreglement op de inzameling van huishoudelijk afval huis-aan-huis en op het recyclagepark van 16 oktober 2025 wordt opgeheven vanaf de inwerkingtreding van dit reglement.

 

Artikel 3

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 5

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan EcoWerf.

 

Artikel 6

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Aanpassing van het contantbelastingreglement (ingevolge schrapping toegangstarief) voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huis inzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 is goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Bekrachtiging van de collegebeslissing van 25 november 2025 houdende vervangen van slechte beton door tweesporenbeton

Motivering

 

Feiten en context

In het kader van de Aquafin opdracht “afkoppeling Sassenbeek” werd een dringende procedure gegund door het college op 25 november 2025.

 

Juridische gronden

         Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 56, betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

         De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.

         Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

         Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.

         De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.

         De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° b) (dwingende spoed als gevolg van gebeurtenissen die voor de aanbestedende overheid onvoorzienbaar waren) en artikel 43.

         Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

         Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

         Collegebeslissing van 25 november 2025.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De motivering van de hoogdringendheid van de collegebeslissing van 25 november 2025 manifesteerde zich als volgt:

 

Argumentatie voor de toepassing van artikel 42, §1, 1° b) van de Wet overheidsopdrachten

 

Aangezien Aquafin reeds een aannemer heeft aangeduid voor het werk is het voor de gemeente onmogelijk om een andere aannemer aan te stellen voor dit werk.

 

De opdracht uitstellen en zelf een andere aannemer aanstellen getuigt niet van goed bestuur waardoor hoogdringend een gunning noodzakelijk is.

 

De gemeente zet sterk in op onthardingsprojecten en ziet ook hier een opportuniteit om de beton te vervangen door een tweesporenbeton met infiltratie tussen de 2 sporen.

 

V&V Infra bezorgde de gemeente een offerte voor dit werk ten bedrage van 87.037,78 euro incl. BTW.

 

Deze hoogdringende collegebeslissing (waarvan de gunning niet valt onder de contouren van het dagelijks bestuur, waarvoor het college bevoegd is, maar toebehoort aan de residuaire bevoegdheid van de gemeenteraad) dient heden aan de bekrachtiging door de raad te worden voorgelegd.

 

Artikel 269 DLB is evenwel niet van toepassing (zoals ook blijkt uit het visum van de wnd. financieel directeur van 25 november 2025) omdat het nodige (en voldoende) budget globaal wel voorhanden is in het meerjarenplan.

 

Financiële gevolgen

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in 020000/12 – 2240 0000.

 

Een aanvraag tot het verkrijgen van het vereiste visum werd ingediend op 13 november 2025. De waarnemend financieel directeur verleende een visum op 25 november 2025.

 

Bijlagen

         Offerte

         Visum

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van de collegebeslissing van 25 november 2025 houdende gunning van de dringende opdracht / gunning 'vervangen slechte beton door tweesporenbeton ' aan V&V Infra, Industriepark 20, 3290 Diest  en bekrachtigt deze collegebeslissing bij hoogdringendheid.

 

Artikel 2

Deze beslissing is onderworpen aan het algemeen bestuurlijk toezicht, zoals dit wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad neemt kennis van de collegebeslissing van 25 november 2025 houdende gunning van de dringende opdracht / gunning 'vervangen slechte beton door tweesporenbeton ' aan V&V Infra, Industriepark 20, 3290 Diest en bekrachtigt deze collegebeslissing bij hoogdringendheid.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Opmaak EPC-NR via raamovereenkomst VEB (door Vastgoedexperts) - aanduiding opdrachtencentrale

Motivering

 

Feiten en context

Sinds 1 januari 2025 mag het EPC Publiek niet meer gebruikt worden voor publieke gebouweenheden. Het EPC Publiek moet gradueel vervangen worden door een EPC Niet-Residentieel.

De oude EPC's die in de gemeentelijke gebouwen uithangen moeten dus vervangen worden.

 

Als lokaal bestuur kunnen we kiezen voor ondersteuning via het Vlaams Energiebedrijf (VEB).

 

Door in te stappen in de raamovereenkomst van het VEB moet er geen eigen aanbesteding gevoerd worden. Zij voeren de aanbesteding voor het lokaal bestuur en zorgen voor kwaliteitsbewaking. De EPC's kunnen via het energie-efficiëntieportaal geraadpleegd worden.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Het Energiebesluit van 19 november 2010 en latere wijzigingen.

 

Adviezen

Financieel directeur

 

Argumentatie

Om aan de gewijzigde wetgeving te voldoen, diende er voor alle publieke gebouwen een nieuw EPC opgemaakt te worden.

Bij collegebeslissing van 4 februari 2025 werd akkoord gegaan om de verplichte EPC's te laten opmaken via de raamovereenkomst van het Vlaams Energiebedrijf (VEB).

Echter werd er geen gemeenteraadbeslissing opgemaakt om goedkeuring te geven aan het VEB als opdrachtencentrale om Vastgoedexperts bv aan te stellen als opdrachtnemer.

 

De prijs van een EPC NR is afhankelijk van de bruto-vloeroppervlakte van het gebouw. Daarnaast wordt er door het VEB een kostendekkende vergoeding van 135 euro per certificaat aangerekend voor de dienstverlening:

Volgende gebouwen vallen onder EPC NR:

         Gemeentehuis: 895 euro + 135 euro = 1.030 euro

         GC De Maere: 895 euro + 135 euro = 1.030 euro

         OCMK: 675 euro + 135 euro = 810 euro

         Sporthal: 1.045 euro + 135 euro = 1.180 euro

         Sociaal huis: 675 euro + 135 euro = 810 euro

 

De prijs van een EPC KNR bedraagt 220 euro per certificaat. Daarnaast wordt er door het VEB een kostendekkende vergoeding van 123 euro per certificaat aangerekend voor de dienstverlening.

Volgende gebouwen vallen onder EPC KNR:

         Tekenacademie: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         IBO Tielt: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         Museum 44: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         Zaal Sint-Denijs: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         Huize Hageland: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         Voetbalkantine Meensel-Kiezegem: 220 euro + 123 euro = 343 euro

         Voetbalkantine TW3000: 220 euro + 123 euro = 343 euro

 

Prijzen exclusief btw.

 

Intussen zijn de EPC's in opmaak en komen de eerste facturen binnen.

Om deze rechtsgeldig te kunnen valideren, is deze gemeenteraadsbeslissing nodig.

 

Financiële gevolgen

Budgetjaar

Budgetsleutel

Geraamde uitgaven

Beschikbaar budget op datum van 28 januari 2025 (CBS van 4 februari 2025)

2025

019000/61030200

070000/61030400

070500/61030400

074200/61030400

082000/61030400

094500/61030400

€ 2.641,43 incl. btw

€ 415,03 incl. btw

€ 2.641,43 incl. btw

€ 2.257,86 incl. btw

€ 415,03 incl. btw

€ 415,03 incl. btw

€ 44.948,35

€ 1.000

€ 32.316,07

€ 29.833,75

€ 1.400

€ 17.855,38

 

Bijlagen

Algemene voorwaarden VEB.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord om beroep te doen op het VEB als opdrachtencentrale en met de toewijzing aan Vastgoedexperts BV op basis van het raamcontract.

 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

 

Artikel 3

Afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan VEB.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals dit wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad gaat akkoord om beroep te doen op het VEB als opdrachtencentrale en met de toewijzing aan Vastgoedexperts BV op basis van het raamcontract.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Gemeentelijke dotatie 2026 aan Hulpverleningszone Oost

Motivering

 

Feiten en context

De Hulpverleningszone Oost verleende goedkeuring aan de begroting 2026 gewone en buitengewone dienst bij beslissing van de zoneraad van 22 oktober 2025.

 

De benodigde financiële middelen werden voorzien in het MJP 2026-2031 van het lokaal bestuur.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Wet van 15 mei 2017 betreffende de civiele bescherming, inzonder artikel 23, artikel 68§3, artikel 134 en de ministeriële omzendbrief van 14 augustus 2014 betreffende gemeentelijke dotaties aan de hulpverleningszones.

         Koninklijk besluit van 19 april 2014 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de hulpverleningszones.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

In het MJP 2026-2031 van het lokaal bestuur Tielt-Winge werd 558.379,48 euro voorzien voor 2026 (exploitatie).

 

In het MJP 2026-2031 van het lokaal bestuur Tielt-Winge werd 78.223,36 euro voorzien voor 2026 (investeringen).

 

De definitieve (verhoogde) budgetcijfers zullen pas bij AMJP 1/2026 kunnen opgenomen worden.

 

Tielt-Winge wordt bediend door de Hulpverleningszone Oost en dient dan ook percentagegewijs (volgens de verdeelsleutel, bepaald door de federale regelgeving en de provinciegouverneur) pro rata financieel bij te dragen aan deze dienstverlening.

 

Financiële gevolgen

Budgetjaar

Budgetsleutel

Geraamde uitgaven

2026

041000/64900120

041000/66400120

€ 558.379,48 (exploitatie)

€ 78.223,36 (investeringen)

 

Deze middelen werden voorzien door het gemeentelijk meerjarenplan voor 2026.

 

Bijlagen

Begroting 2026

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeentelijke dotatie 2026 aan de Hulpverleningszone Oost bedraagt 636.602,84 euro (558.379,48 euro exploitatie en 78.223,36 euro investeringen) en wordt door de gemeenteraad goedgekeurd.

 

Artikel 2

De nodige financiële middelen zijn ingeschreven in het gemeentelijk budget 2026 onder beleidsitem 041000 - algemene rekening 66400120 en 64900120.

 

Artikel 3

Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en aan Hulpverleningszone Oost.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017." "

Goedkeuring gemeentelijke dotatie 2026 aan Hulpverleningszone Oost.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Reglement voor retributie op het gebruik van elektriciteitskasten aan de gemeentelijke infrastructuur (waar voorzien) voor 2026 t.e.m. 2031

Motivering

 

Feiten en context

De gemeente stelt elektriciteitskasten op haar grondgebied ter beschikking voor gebruik tijdens evenementen en/of kermissen. Deze terbeschikkingstelling van elektriciteitskasten ten behoeve van derden brengt voor de gemeente extra kosten met zich mee.

Dit reglement regelt de doorrekening van deze kosten, alsook de kosten van het elektriciteitsverbruik naar de effectieve gebruikers.

 

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019.

         Gemeenteraadsbeslissing van 13 november 2014 over deze retributie.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Het vorige retributiereglement dateert van 13 november 2014.

 

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

De gemeente stelt elektriciteitskasten op haar grondgebied ter beschikking voor gebruik tijdens evenementen en/of kermissen op volgende locaties:

         Evenementenweide Houwaart (Haldertstraat zn)

         Evenementenweide Huize Hageland (Oudepastoriestraat zn)

         Evenementenweide Kiezegem (Kerkstraat zn)

         Parking Bergplein (Bergstraat zn)

         Parking Jongensschool (Blerebergstraat 4)

         Parking Tiensesteenweg (Tiensesteenweg zn)

         Sporthal (Ralisweg 17)

         Vlooybergtoren (Blerebergstraat 147+).

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt volgende retributie geheven, luidende als volgt:

 

Retributie op het gebruik van elektriciteitskasten aan de gemeentelijke infrastructuur (waar voorzien) voor 2026 t.e.m. 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van elektriciteitskasten aan de gemeentelijke infrastructuur (waar voorzien).

 

Artikel 2 – Tarief

De retributie wordt berekend als volgt:

         Vaste kostprijs (openen en sluiten door een medewerker van de technische dienst en administratieve kost): 40 euro

plus

         0,5 euro / KWh verbruik, aan de hand van de meterstanden dewelke opgenomen worden door een medewerker van de technische dienst bij het openen en sluiten van de elektriciteitskast.

 

Artikel 3 – Indexering van de tarieven/ van de retributies voor de periode 2026-2031

  1. De in dit reglement vastgestelde tarieven worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, zoals vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, de inwerkingtreding van het nieuwe tarief wordt bepaald op 1 januari.
  2. De aanvangsindex voor de jaarlijkse herziening wordt vastgelegd op de index van november 2025.
  3. De jaarlijkse aanpassing gebeurt volgens de volgende formule:

 

 

  1. De aldus berekende bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde 1 euro (vanaf 0,5 -> afronding naar boven).
  2. De berekening van de nieuwe tarieven gebeurt in december voorafgaand aan de inwerkingtreding
  3. In geval van jaar- overschrijdende zaalreservaties bij sport of cultuur wordt het tarief toegepast dat geldig is op het moment van de reservatie.

 

Artikel 4 – Betalingsmodaliteiten

Deze retributie dient onverwijld te worden betaald na ontvangst van de factuur en voor aanvang van het evenement, via overschrijving, of met bancontact of cash op het gemeentehuis.

 

Artikel 5 – Aanvraag

De gemeente moet vooraf toestemming geven voor elk gebruik van een gemeentelijke elektriciteitskast. De gebruiker richt hiervoor een schriftelijke vraag aan het gemeentebestuur, via het gemeentelijk (digitaal) evenementenformulier.

 

Artikel 6

De aanvrager verplicht zich ertoe, alle schade en kosten als gevolg van nalatigheid of onjuist gebruik, verlies of diefstal van het uitgeleende materiaal te vergoeden.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 13 november 2014 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement op het gebruik van elektriciteitskasten aan de gemeentelijke infrastructuur (waar voorzien) is goedgekeurd voor 2026 tot en met 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Samenwerkingsovereenkomst IGO div m.b.t. de inzet van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031

Motivering

 

Feiten en context

De gemeente neemt actief deel in het project Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL), uitgevoerd in samenwerking met IGO, de provincie Vlaams-Brabant en de deelnemende 21 gemeenten in de regio Oost-Brabant. De samenwerking met betrekking tot INL bestaat reeds sinds 1998. De huidige samenwerkingsovereenkomst werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 21 november 20219 loopt eind 2025 af.

 

De provincie Vlaams-Brabant heeft IGO erover geïnformeerd om de samenwerkingsovereenkomst na 2025 om budgettaire redenen niet te continueren.

IGO stelt voor om de lopende, positieve samenwerking die bestaat in het INL-project te laten voortbestaan zonder tussenkomst van of samenwerking met de provincie Vlaams-Brabant.

 

Het college van burgemeester en schepenen keurde tijdens de van 8 april 2025 de deelname in een intergemeentelijke meerjarenovereenkomst (2026-2031) voor natuur- en landschapsploegen (INL) zonder de samenwerking met of de tussenkomst van de provincie Vlaams-Brabant principieel goed.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

         College van burgemeester en schepenen van 28 oktober 2025 INL - Samenwerkingsovereenkomst;

         College van burgemeester en schepenen van 8 april 2025 - Principiële goedkeuring deelname INL.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

INL is een dienstverlening van IGO div en heeft als doel het lokale biodiversiteit-, landschaps- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven. Om dit te realiseren zet INL hoofdzakelijk werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in en draagt zo bij aan de duurzame tewerkstelling van deze kwetsbare doelgroep.

 

IGO div werkt samen met het collectieve maatwerkbedrijf IGO-W vzw voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt in hoofdzaak werknemers te werk die een erkenning hebben om in het collectieve maatwerkbedrijf te werken.

 

Via deze samenwerkingsovereenkomst wordt jaarlijks een vooraf afgesproken jaarprogramma uitgevoerd op basis van een gegarandeerd urenpakket.

 

Financiële gevolgen

De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 2,08 VTE of 3.014 uren (minimaal 725 uren) waarbij 1.450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:

         55.796 euro per VTE voor 2026

         58.028 euro per VTE voor 2027

         60.349 euro per VTE voor 2028

         62.763 euro per VTE voor 2029

         65.273 euro per VTE voor 2030

         67.884 euro per VTE voor 2031.

 

De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031: 0340000/6169 0900.

 

De financieel directeur verleende een visum op 27 november 2025.

 

Bijlagen

Ontwerp samenwerkingsovereenkomst

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad beslist deel te nemen aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’.

 

Artikel 2

De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 2,08 VTE of 3.014 uren (minimaal 725 uren) waarbij 1.450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:

         55.796 euro per VTE voor 2026

         58.028 euro per VTE voor 2027

         60.349 euro per VTE voor 2028

         62.763 euro per VTE voor 2029

         65.273 euro per VTE voor 2030

         67.884 euro per VTE voor 2031.

 

Artikel 3

Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.

 

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

 

Artikel 5

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals dit wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad beslist deel te nemen aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort voor 2026 tot en met 2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019;

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2019 - Belasting weghalen niet-industriële afvalstoffen.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Het diversifiëren van de belasting op het huisvuil mag niet leiden tot toename van het sluikstorten.

 

De door dit retributiereglement aangerekende kosten mag nooit leiden tot een schending van het beginsel 'non bis in idem' of dubbele (administratieve) sanctionering voor hetzelfde feit.

 

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

Voor het aanslagjaar 2025 gold het reglement 'Belasting weghalen niet-industriële afvalstoffen.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt volgende retributie geheven, luidende als volgt:

 

Retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort voor 2026 t.e.m. 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

§1. Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het weghalen door het lokaal bestuur van niet-industriële afvalstoffen achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten.

 

§2. Onder het weghalen door het lokaal bestuur van niet-industriële afvalstoffen achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten moet worden verstaand het opruimen van sluikstort.

 

Artikel 2 - Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft. Diegene die daartoe opdracht of toelating gaf en/of de eigenaar van de afvalstoffen zijn ook hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 3 – Tarief

De retributie wordt berekend als volgt:

 

Basiskost per interventie: 250 euro (hieronder valt de administratieve kost, het uitrijden, inzet van één voertuig en twee personeelsleden, inclusief de eerste twee werkuren).

 

         Uurloon arbeiders: 50 euro (na de twee inbegrepen werkuren)

         Uurloon zelfrijdende kraan: 90 euro

         Uurloon klein materiaal: 50 euro

         Uurloon vrachtwagen: 80 euro

         Uurloon bestelwagen: 50 euro.

 

Ieder begonnen halfuur wordt aangerekend als een volledig halfuur.

 

         Afvalverwerkingskosten: volgens kostprijs aangerekend door EcoWerf

         Materiaalonkosten: volgens kostprijs aangerekend door leverancier aan de gemeente

         Onderaanneming (bv. hoogtewerker): volgens kostprijs aangerekend door leverancier aan de gemeente.

 

Artikel 4 – Indexering van de tarieven/ van de retributies voor de periode 2026-2031

  1. De in dit reglement vastgestelde tarieven (met uitzondering van afvalverwerkingskosten, materiaalonkosten en kosten onderaanneming) worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, zoals vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, de inwerkingtreding van het nieuwe tarief wordt bepaald op 1 januari.
  2. De aanvangsindex voor de jaarlijkse herziening wordt vastgelegd op de index van november 2025.
  3. De jaarlijkse aanpassing gebeurt volgens de volgende formule:

 

 

  1. De aldus berekende bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde 0,1 euro (vanaf 0,05 -> afronding naar boven).
  2. De berekening van de nieuwe tarieven gebeurt in december voorafgaand aan de inwerkingtreding
  3. In geval van jaar- overschrijdende zaalreservaties bij sport of cultuur wordt het tarief toegepast dat geldig is op het moment van de reservatie.

 

Artikel 5 – Betalingsmodaliteiten

De retributie is verschuldigd door de persoon die de aanvraag indiende en moet betaald worden binnen 30 dagen na de factuurdatum.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 21 november 2019 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort is goedgekeurd voor 2026 tot en met 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement voor prestaties technische dienst voor 2026 tot en met 2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019;

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2019 - Belasting herstellingen openbaar domein.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Voor een correcte calculatie van onkostennota’s bij gemeentelijke prestaties om reden van veiligheid en openbare netheid of herstellingen ten gevolge van beschadiging aan het patrimonium, moet een vooropgestelde prijs gehanteerd worden voor manuren, draaiuren met de machines.

 

Voor de gebruikte materialen moet de prijs gehanteerd worden die de gemeente moet betalen aan de leverancier.

 

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

Voor aanslagjaar 2025 gold het reglement 'Belasting herstellingen openbaar domein'.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt volgende retributie geheven, luidende als volgt:

 

Retributiereglement voor prestaties technische dienst voor 2026 t.e.m. 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

§1. Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op prestaties van de technische dienst.

 

§2. Onder prestaties technische dienst moet worden verstaan:

         Herstellingen van het openbaar domein na schadegevallen zoals bv. verkeersongevallen;

         Herstellingen van gebouwen in eigendom van het lokaal bestuur na schadegevallen;

         Het verwijderen van overhangende takken en andere begroeiingen die een gevaar voor de veiligheid betekenen en/of het gebruik van openbare nutsvoorzieningen (bv. elektriciteit) dreigen te belemmeren, na aanmaning van de eigenaar.

 

Artikel 2 - Retributieplichtige

De retributie is verschuldigd door de persoon die de schade heeft veroorzaakt en/of degene die niet reageert na te zijn aangemaand, zodat de gemeente moet optreden.

 

Artikel 3 – Tarief

De retributie wordt berekend als volgt:

         Administratieve kost: 50 euro

         Uurloon arbeiders: 50 euro

         Uurloon zelfrijdende kraan: 90 euro

         Uurloon luchtcompressor: 50 euro

         Uurloon klein materiaal: 50 euro

         Uurloon vrachtwagen: 80 euro

         Uurloon bestelwagen: 50 euro.

 

Ieder begonnen halfuur wordt aangerekend als een volledig halfuur.

 

         Afvalverwerkingskosten: volgens kostprijs aangerekend door EcoWerf

         Materiaalonkosten: volgens kostprijs aangerekend door leverancier aan de gemeente

         Onderaanneming (bv. hoogtewerker): volgens kostprijs aangerekend door leverancier aan de gemeente.

 

Artikel 4 – Indexering van de tarieven/ van de retributies voor de periode 2026-2031

  1. De in dit reglement vastgestelde tarieven (met uitzondering van afvalverwerkingskosten, materiaalonkosten en kosten onderaanneming) worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen, zoals vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Economie, de inwerkingtreding van het nieuwe tarief wordt bepaald op 1 januari.
  2. De aanvangsindex voor de jaarlijkse herziening wordt vastgelegd op de index van november 2025.
  3. De jaarlijkse aanpassing gebeurt volgens de volgende formule:

 

 

  1. De aldus berekende bedragen worden afgerond op het dichtstbijzijnde 1 euro (vanaf 0,5 -> afronding naar boven).
  2. De berekening van de nieuwe tarieven gebeurt in december voorafgaand aan de inwerkingtreding

 

Artikel 5 – Betalingsmodaliteiten

De retributie is verschuldigd door de persoon die de aanvraag indiende en moet betaald worden binnen 30 dagen na de factuurdatum.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 21 november 2019 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement voor prestaties technische dienst is goedgekeurd voor 2026 tot en met 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Reglement begraafplaatsen en lijkbezorging - aanpassingen en vaststelling gecoördineerde versie

Motivering

 

Feiten en context

Het reglement begraafplaatsen en lijkbezorging heeft nood aan een aantal technische aanpassingen en vergemakkelijkt de toepasselijkheid in de praktijk door de administratie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging

         Decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.

         Decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie

         Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 voor organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria

         Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijze van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart opgenomen in laatste wilsbeschikking

         Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 – 20 september 2024: toepassing decreet van 16 januari 2024 begraafplaatsen en lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten ervan

         Hervormde gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 18 november 2004, zoals gewijzigd door diverse gemeenteraadsbeslissingen op 12 februari 2009, op 5 september 2013, op 15 december 2016, op 20 april 2017 en op 9 november 2017 en 21 november 2019

 

Adviezen

Uitvoering overleg met schepenen

 

Argumentatie

Er zijn een aantal beperkte technische aanpassingen vereist aan het reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging voor de praktische toepassing door de administratie, zijnde:

 

In artikel 2a wordt de digitale registratie voorzien via ELys, een nieuw, digitaal platform voor overlijdensadministratie in Vlaanderen. Vanaf 1 januari 2026 verloopt de aangifte van een overlijden verplicht via dit platform en worden de papieren formulieren volledig vervangen.

 

In artikel 2c actualisering van de bepalingen inzake de laatste wilsbeschikking vanaf de leeftijd van 16 jaar.

 

In artikel 2d wordt de beperking voor levenloos geboren kinderen opgeheven.

 

In hoofdstuk D wordt de term grafrust vervangen door bewaartermijn omdat de burgemeester in de bewaartermijn van 10 jaar een toestemming tot opgraving kan verlenen.

 

In artikel 15 is de mogelijkheid voorzien tot omzetting van een niet-geconcedeerd graf naar een concessie mits betaling van een dubbele retributie. De concessie start dan na de periode van niet- geconcedeerd graf.

 

In artikel 19§2 wordt het nijpend plaatstekort op de begraafplaatsen van Meensel, Kiezegem en Sint-Joris-Winge tijdelijk opgelost.

 

In artikel 22§1 wordt een laatste lid toegevoegd waardoor een derde persoon die de begrafenis regelt ervoor kan kiezen de urne op een publiek toegankelijke plaats te bewaren of te begraven.

 

In artikel 22 wordt paragraaf 4 toegevoegd om de as van een overleden huisdier bij te zetten of bij te begraven bij het baasje.

 

In artikel 24 lid 1 wordt de mogelijkheid om een graf te verplaatsen op de begraafplaats tijdens de eerste 10 jaar mits toestemming van de burgemeester voorzien.

 

Artikel 62§2 wordt geschrapt omdat er op de begraafplaatsen geen indeling in percelen is.

 

Om redenen van transparantie is het opportuun om een gecoördineerde versie (15 december 2025) van het reglement voor te leggen ter goedkeuring van de gemeenteraad.

 

Financiële gevolgen

De financiële gevolgen worden bepaald door het retributiereglement asverstrooiingen en grafconcessies.

 

Bijlagen

Reglement begraafplaatsen en lijkbezorging vanaf 1 januari 2026

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 stemmen tegen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1

De gemeenteraad keurt het aangepaste reglement begraafplaatsen en lijkbezorging (versie 15 december 2025), waarvan de modaliteiten hieronder zijn opgenomen en integraal deel uitmakend van deze beslissing, goed:

 

Reglement Begraafplaatsen en Lijkbezorging (versie 15.12.2025)

Inhoudsopgave 1

A. Preambule (art. 1) 1

B. Pleegvormen die de teraardebestelling voorafgaan (art. 2 – art. 11) 2

C. Verlof tot Aanvraag toestemming crematie (art. 12 – art. 14) 5

D. Grafrust Bewaartermijn – begravingen – bestemming van de as (art. 15 – art. 25) 7

E.      Opgraving (art. 26 – art. 28) 13

F.      Grafconcessies – technische voorschriften - statuut en onderhoud van graftekens,  
               gedenktekens, aanplantingen en andere sierstukken (art. 29  – art. 90) 14

G. Politiebepalingen (art. 92 – art. 96) 23

H. Diverse bepalingen (art. 97 – art. 98 ) 24

  1. Preambule

Artikel 1

§1. De gemeente Tielt-Winge beschikt over minstens één openbare begraafplaats, die bovendien dient uitgerust te zijn met een urnenveld, een strooiweide en een columbarium.

§2. Wanneer nieuwe voor begraving bestemde ruimten aangelegd zijn, bepaalt de gemeenteraad de datum waarop niet meer begraven wordt op de oude begraafplaatsen. Een afschrift van deze beslissing wordt tot de definitieve ontruiming van de begraafplaats aan de ingang ervan uitgehangen.

De oude begraafplaatsen worden in de staat gelaten waarin ze zich bevinden. Gedurende ten minste tien jaar mag er geen gebruik van worden gemaakt.

Na verloop van de in het voorgaande lid bepaalde tijd of ten minste tien jaar na de laatste begraving, waarbij de inschrijving in het begrafenisregister als bewijs geldt, kan de gemeenteraad beslissen een andere bestemming te geven aan de oude begraafplaatsen.

§3. De oude begraafplaatsen rond de parochiekerken van Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus en Sint-Denijs blijven om cultuurhistorische redenen behouden en zullen in afwijking van paragraaf 2, geen andere bestemming krijgen. Wat de graven betreft, kunnen de graftekens niet verwijderd worden door de nabestaanden; zij die hiervoor toch kiezen, stellen hun vraag schriftelijk aan het college. Voor zover er geen afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische aard van deze oude begraafplaatsen, kan het college beslissen het ‘graf’ over te nemen in ruil voor een minimaal onderhoud.

 

  1. Pleegvormen die de teraardebestelling voorafgaan

Artikel 2

a) ELys is een nieuw, digitaal platform voor overlijdensadministratie in Vlaanderen. Vanaf 1 januari 2026 verloopt de aangifte van een overlijden verplicht via dit platform en worden de papieren formulieren volledig vervangen.

         Artsen: Vanaf 1 januari 2026 gebruiken artsen een gebruiksvriendelijke webapplicatie om het overlijden vast te stellen en de benodigde gegevens in te vullen.

         Lokale besturen: Ontvangen direct digitaal de informatie die nodig is voor het opmaken van de overlijdensakte.

         Uitvaartondernemers: Communiceren via het platform en ontvangen de toestemming voor begraven of crematie digitaal.

 

  1.   De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering.

De begraving, bewaring in een columbarium of uitstrooiing van de as op de gemeentelijke begraafplaats met nauwkeurige aanduiding van de plaats ervan, wordt opgetekend in een (digitaal) register, dat bijgehouden wordt door de gemeente. Voor de uitstrooiing van de as beperkt de nauwkeurige aanduiding van de plaats zich tot de vermelding van de strooiweide.

  1. Elkeen die de leeftijd van zestien jaar bereikt kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd (dit is een situatie waarbij twee of meer mensen zonder huwelijk of wettelijke samenwoning samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren) of de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen, het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, geen uitvaartplechtigheid, het schenken van het stoffelijk overschot aan de wetenschap evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract.

Deze kennisgeving wordt op de dienst burgerzaken in het rijksregister geregistreerd. Deze laatste wilsbeschikking wordt gelijkgesteld met de aanvraag van de toestemming tot crematie, zoals bepaald onder titel C.

Indien het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan die van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of wanneer de overledene de wens heeft uitgedrukt in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, te worden begraven, bijgezet of uitgestrooid, moet de gemeente van de hoofdverblijfplaats zonder uitstel op aanvraag van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of van de gemeente waar de overledene wenst begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden, informatie betreffende de in het tweede lid bedoelde laatste wilsbeschikking bezorgen.

De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

  1.   Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt, wordenop verzoek van de ouders begraven of gecremeerd, volgens de regels, vastgesteld door de Vlaamse regering.
  2. Indien het overlijden plaats heeft in het Vlaamse Gewest, wordt, voor de begraving van een stoffelijk overschot, een kosteloze toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door zijn gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden werd vastgesteld op basis van een overlijdensattest, of door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt, indien het overlijden heeft plaatsgehad in het buitenland.

Voor de begraving van een stoffelijk overschot van een persoon die overleden is in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van het Franse taalgebied, of van het Duitse taalgebied wordt met de toestemming tot begraving gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat taalgebied bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot begraving.

 

Artikel 3

Tenzij in speciale gevallen en na advies van een arts, kan geen teraardebestelling gebeuren zonder een kosteloos afgegeven toestemming van de ambtenaar van de burgerlijke stand, en ten vroegste 24 uren na het overlijden.

 

Artikel 4

De stoffelijke overschotten dienen in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst te worden.

Een balseming of enige andere conserverende behandeling, voorafgaandelijk aan de kisting, kan slechts in de door de Vlaamse regering bepaalde gevallen worden toegestaan.

 

Artikel 5

§1. De burgemeester of zijn gemachtigde mag de kisting bijwonen.

§2. De kisting van de naar het buitenland te vervoeren lichamen heeft plaats in aanwezigheid van de burgemeester of diens afgevaardigde, die de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen nagaat.

 

Artikel 6

Voor de begravingen in volle grond moeten de kist en eventueel het omhulsel samengesteld zijn uit gemakkelijk vergaanbare bestanddelen.

Het gebruik van doodskisten, foedralen, doodswaden, producten en procedés die de natuurlijke en normale ontbinding van het lijk of de crematie beletten, is verboden.

De in vorig lid bedoelde voorwerpen en procedés, alsook de voorwaarden waaraan een doodskist, zoals bedoeld in artikelen 4 en 8, dient te beantwoorden, worden gespecifieerd bij Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

 

Artikel 7

§1. Onverminderd de door de rechterlijke overheid uitgevaardigde maatregelen, mag de kist na de kisting niet meer geopend worden.

§2. Als de omstandigheden het vereisen, opent de burgemeester van de gemeente waar het crematorium zich bevindt of zijn gemachtigde de doodskist en maakt hij van deze handeling een proces-verbaal op dat hij onmiddellijk doorstuurt naar de procureur des Konings van het arrondissement waar het crematorium zich bevindt.

 

Artikel 8

De lijkkisten moeten zodanig gebouwd en gesloten zijn dat ze op een behoorlijke en volledige wijze beantwoorden aan hun normale bestemming.

 

Artikel 9

De toelating tot de lijkbezorging wordt afgeleverd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, hetzij voor teraardebestelling op het gemeen veld hetzij op de vergunde plaatsen.

Delegatie voor het verlenen van de diverse soorten grafconcessies, zoals gespecifieerd in artikel 30, wordt verleend aan het College van Burgemeester en Schepenen.

 

Artikel 10

Het vervoer van een lichaam of de as van een overleden persoon vanuit Tielt-Winge naar een andere gemeente wordt slechts toegestaan op voorlegging van een attest waaruit het akkoord blijkt van de burgemeester van de plaats van bestemming.

Eenzelfde machtiging vanwege de burgemeester van Tielt-Winge is vereist om het lichaam van een buiten de gemeente overleden persoon op de gemeentelijke begraafplaats te begraven.

 

Artikel 11

Het toezicht op lijkstoeten ligt bij de gemeenteoverheid, die ervoor zorgt dat ze ordelijk, welvoeglijk en met de aan de doden verschuldigde eerbied verlopen.

Het lijkvervoer wordt waargenomen door private ondernemingen onder toezicht van het gemeentebestuur.

Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaamse Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, een attest heeft opgesteld waarin hij verklaart dat het om een natuurlijke doodsoorzaak gaat en dat er geen gevaar voor de volksgezondheid is.

Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten dienen individueel met een lijkwagen of een daartoe speciaal uitgeruste wagen op passende wijze te worden vervoerd, in een kist die voldoet aan de voorwaarden van het Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

 

3. Aanvraag toestemming crematie

Artikel 12

§1. Voor crematie is een toestemming vereist die wordt verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur van de gemeente waar het overlijden werd vastgesteld op basis van een overlijdensattest, indien dat overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad, of door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt, indien het overlijden heeft plaatsgehad in het buitenland.

Voor de crematie van een persoon die overleden is in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van het Franse taalgebied, of van het Duitse taalgebied wordt met de toestemming tot crematie gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat taalgebied bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot crematie.

§2. Voor crematie na opgraving is een voorafgaandelijk toestemming verlof tot opgraving vereist.

Na het verlenen van de toestemming tot opgraving wordt de behoorlijk gemotiveerde aanvraag tot crematie door de ambtenaar van de burgerlijke stand doorgestuurd aan de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar het crematorium of de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is gevestigd, van de plaats van overlijden of van de plaats waar het stoffelijk overschot begraven is.

Bij deze aanvraag tot crematie dient in voorkomend geval een attest van registratie in de bevolkingsregisters van de laatste wilsbeschikking van de overledene inzake de wijze van lijkbezorging gevoegd te worden.

De procureur des Konings aan wie de vraag gericht is, kan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het overlijden vastgesteld werd, vragen hem een dossier dat het in artikel 77 of in artikel 81 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde attest bevat, door te sturen. Indien dit attest ontbreekt, wordt daarvan door de betrokken ambtenaar de reden opgegeven.

De toestemming tot crematie wordt geweigerd of toegestaan door de procureur des Konings aan wie de vraag tot crematie gericht is.

 

Artikel 13

§1. Iedere aanvraag tot crematie wordt ondertekend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of door zijn gemachtigde.

§2. De toestemming moet door de ambtenaar van de burgerlijke stand, door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur of door de procureur des Konings geweigerd worden als de overledene in een akte, die voldoet aan de voorwaarden inzake bekwaamheid en gesteld is in de vorm van de akten van uiterste wil, zijn voorkeur voor een andere wijze van lijkbezorging te kennen heeft gegeven, of als hij kennis heeft gekregen van het verzoek bedoeld in §4 van dit artikel.

§3. Onverminderd het bepaalde in §2 van artikel 14, mag de toestemming niet verleend worden vóór het verstrijken van een termijn van vierentwintig uren, ingaande met de ontvangst van de aanvraag tot toestemming.

§4. Iedere persoon die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang heeft, kan daartoe bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een verzoek indienen.

De bevoegde voorzitter is die van de plaats waar de aanvraag tot toestemming werd ingediend. Van het verzoek wordt kennis gegeven aan de partijen, die bij het verlenen of de weigering van de toestemmingbelang hebben, alsmede aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of aan de procureur des Konings, bij wie de aanvraag tot toestemming werd ingediend.

Het verzoek wordt behandeld en beoordeeld als in kortgeding, het openbaar ministerie gehoord.

 

Artikel 14

§1. Bij de aanvraag tot toestemming moet een digitaal attest worden gevoegd waarin de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.

Als de aanvraag het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Gewest overleden persoon betreft, en de in het bovenstaande lid bedoelde arts heeft bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van een beëdigd arts uit de eigen gemeente of een andere gemeente van het Vlaamse Gewest die door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur is aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak.

Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur aangestelde arts vallen ten laste van het gemeentebestuur van de gemeente waar de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven.

§2. De ambtenaar van de burgerlijke stand moet het dossier naar de procureur des Konings van het arrondissement sturen wanneer omstandigheden het vermoeden van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden wettigen of wanneer de arts in een van de onder §1 voorgeschreven documenten, niet heeft kunnen bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden zijn.

In dat geval kan toestemming tot crematie slechts worden verleend na het bericht van “geen verzet” door de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.

§3. De persoon die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien, kan de lijkschouwing steeds doen bijwonen door een arts van haar of zijn keuze.

 

  1. (Grafrust) Bewaartermijn – begravingen – bestemming van de as

Artikel 15

§1. Alleen op gemeentelijke of intergemeentelijke begraafplaatsen mag worden begraven.

Behoudens het verlenen van een grafconcessie is de (grafrust) bewaartermijn van 10 jaar kosteloos voor:

1° de personen die overleden zijn of van wie het lijk gevonden werd op het grondgebied van de gemeente;

2° de personen buiten de gemeente overleden of dood aangetroffen, ingeschreven in haar bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister, met dien verstande dat personen die volgens hun statuut vrijgesteld zijn van inschrijving gelijkgesteld worden met personen ingeschreven in die registers;

3° de personen die overleden zijn in een rusthuis of instituut buiten de gemeente Tielt-Winge, maar vóór hun opname in één dezer instellingen sinds minstens één jaar hun woon- of verblijfplaats in de gemeente hadden;

4° personen die uitgeschreven zijn om bij familie (tot en met de 2de graad) te gaan inwonen met als doel zorg te ontvangen en die minstens één jaar hun woon- of verblijfplaats in de gemeente hadden;

Op een niet-geconcedeerde locatie (grafrust) kan slechts 1 persoon begraven worden. De 10-jarige (grafrust) bewaartermijn geldt voor alle vormen van lijkbezorging die plaatsvinden op de gemeentelijke begraafplaatsen. Na deze bewaartermijn (grafrust) kan de gemeente steeds overgaan tot ontruiming van het niet-geconcedeerde graf mits navolging van de door het decreet bepaalde bekendmakingsprocedure. De omzetting van een niet-geconcedeerd graf in een concessie is toegelaten mits betaling van een dubbel  concessiebedrag aan te rekenen voor een concessie na een eerdere periode van niet-concessie. De concessie start dan na de periode van niet-concessie.

§2. Afwijkingen van het bepaalde in §1 kunnen worden toegestaan door de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, op voorstel van de burgemeester van de gemeente waar de begraving zal plaatshebben.

De minister mag de afwijking slechts toestaan op een op godsdienstige of filosofische overwegingen berustend verzoek, behalve als redenen van hygiëne en volksgezondheid dat niet toelaten.

 

Artikel 16

§1. De begraving kan plaatshebben in volle grond, in een grafkelder of bovengronds. Het Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria bepaalt de nadere regels volgens dewelke de begravingen in volle grond, in een grafkelder of bovengronds moeten gebeuren.

§2. De rouwenden zijn gerechtigd bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig te zijn.

 

Artikel 17

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven van het lijk of de as van het gecremeerde lijk of het verstrooien van deze as van :

1° de personen die overleden zijn of van wie het lijk gevonden werd op het grondgebied van de gemeente;

2° de personen buiten de gemeente overleden of dood aangetroffen, ingeschreven in haar bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister, met dien verstande dat personen die volgens hun statuut vrijgesteld zijn van inschrijving gelijkgesteld worden met personen ingeschreven in die registers ;

3° de personen die op de begraafplaats een bijzettingsrecht bezitten ingevolge de toekenning van een graf- of nisconcessie;

4° de personen die overleden zijn in een rusthuis of instituut buiten de gemeente Tielt-Winge, maar vóór hun opname in één dezer instellingen sinds minstens één jaar hun woon- of verblijfplaats in de gemeente hadden;

5° personen die uitgeschreven zijn om bij familie (tot en met de 2de graad) te gaan inwonen met als doel zorg te ontvangen en die minstens één jaar hun woon- of verblijfplaats in de gemeente hadden;

6° alle andere personen die vroeger ingeschreven zijn geweest in de gemeente, mits volgende voorwaarden:

a) bij overlijden binnen 5 jaar na hun vertrek, mogen deze op de gemeentelijke begraafplaats een grafconcessie (zoals bepaald in artikel 30) of een asverstrooiing bekomen, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

Asverstrooiing is toegestaan, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

  1. bij overlijden na 5 jaar na hun vertrek, mogen deze op de gemeentelijke begraafplaats een grafconcessie (zoals bepaald in artikel 30) of een asverstrooiing bekomen, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

Asverstrooiing is toegestaan, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

7° de personen nooit ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente mogen op de gemeentelijke begraafplaats een grafconcessie (zoals bepaald in artikel 30) of een asverstrooiing bekomen, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

Asverstrooiing is toegestaan, mits betaling van het tarief vastgesteld door de gemeenteraad;

8° de personen die werkelijk in de gemeente verblijven, maar die omwille van hun persoonlijk statuut vrijgesteld zijn van inschrijving in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingen- of wachtregister en als dusdanig gelijkgesteld worden met de personen die werkelijk zijn ingeschreven.

 

Artikel 18

Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen, ingeschreven in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister; de daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente, waar zij in de registers zijn ingeschreven.

 

Artikel 19

§1. De begravingen zullen volgens plan worden uitgevoerd in nuttige volgorde; hieronder wordt verstaan de chronologie van het overlijden en/of het opvullen van vrijgekomen plaatsen.

De lijken of de as van de gecremeerde lijken mogen alleen binnen de omheining van de begraafplaats worden bewaard, tenzij de bepalingen van artikel 21 of 22 van toepassing zijn. De afstand tussen de grafkuilen bedraagt 20 cm, tenzij de feitelijke omstandigheden een andere afstand zouden rechtvaardigen ; de afstand tussen de doodskisten of lijkwaden zelf bedraagt minstens 60 cm.

§2. Op de begraafplaatsen van Meensel, Kiezegem en Sint-Joris-Winge kan enkel op uitdrukkelijke schriftelijke gemotiveerde vraag van de langstlevende echtgenoot en van alle wettelijke erfgenamen van het overleden familielid, afgeweken worden van de nuttige volgorde; en dit om begraven te worden op de plaats waar een familielid ligt, waardoor dit (urne)graf verdwijnt. In alle andere gevallen wordt er zolang het plaatsgebrek op hogervermelde begraafplaatsen aanhoudt begraven op de gemeentelijke begraafplaatsen te Tielt Solveld.

 

Artikel 20

a) Voor de personen boven 12 jaar zullen de graven 2 m lengte, 1 m breedte en minstens 1,5 m diepte hebben. Voor personen onder de 12 jaar zijn de afmetingen respectievelijk 1,6 m x 0,85 m en minstens 1,5 m diepte. De lijkkisten of lijkwaden zullen in de kuil geplaatst worden, zodanig dat langs alle zijden een gelijke afstand vrij blijft. In geval van besmettelijke ziekte kan de burgemeester een grotere diepte voorschrijven.

Boven de bovenste doodskist of lijkwade bevindt zich een laag grond van ten minste 65 cm.

b) De as van de gecremeerde lijken mag:

  1. hetzij uitgestrooid op een daartoe bestemd perceel
  2. hetzij begraven na in een kist of urne te zijn geplaatst in de gewone grond met of zonder grondconcessie of in een grafkelder / grondnis:

           voor de kist en de begraving ervan gelden de specificaties sub a) ;

           de urne dient hetzij op ten minste 0,8 m diepte in de gewone grond te worden begraven, en dit ofwel op de plaats bestemd voor de begraving van de kisten en de daarop toepasselijke modaliteiten qua afmetingen sub a), ofwel op het urnenveld; de totale oppervlakte van het door het gemeentebestuur op het urnenveld aangeduide perceel bedraagt 0,8 m x 0,8 m; de afdekplaten van het urnegraf meten uniform 0,6 m x 0,6 m;

           de urne dient hetzij op ten minste 0,8 m diepte in een daartoe door het gemeentebestuur aangeduide en tegen betaling van de voorziene retributie ter beschikking gestelde grondnis te worden begraven, de afmetingen van deze grondnis bedragen uniform 0,5 m x 0,5 m, de afdekplaten van het urnegraf meten uniform 0,6 m x 0,6 m en worden door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld en geplaatst; de totale oppervlakte van het vergunde perceel bedraagt 0,8 m x 0,8 m;

3) hetzij geplaatst in urnen in het daartoe bestemde columbarium;

  1.   Op elke gemeentelijke begraafplaats wordt bovendien voor de onder artikel 20, b,1 bedoelde personen op de daartoe op de strooiweide voorziene plaats een herdenkingszuil of soortelijk monument geplaatst, waaraan herdenkingsplaatjes kunnen bevestigd worden voor gecremeerde wiens as aldaar werd uitgestrooid.

Op eenvoudig schriftelijk verzoek van de nabestaanden stelt het gemeentebestuur een uniform blanco herdenkingsplaatje alsmede een aanhechtingspunt aan de herdenkingszuil of soortelijk monument ter beschikking, mits betaling van de onkosten door de gemeenteraad vastgesteld. De vasthechting van de herdenkingsplaatjes gebeurt door de gemeentelijke diensten.

De kosten voor de gravering blijven ten laste van de nabestaanden. Het opschrift van het herdenkingsplaatje moet voldoen aan artikel 79 van dit reglement.

Het herdenkingsplaatje mag niet verwijderd worden door het gemeentebestuur dan na een tijdsspanne van 10 jaar. In dat geval wordt het herdenkingsplaatje definitief ter beschikking gesteld van de nabestaanden.

 

Artikel 20bis

§1. Het crematorium verstrekt gratis asurnen die hermetisch gesloten moeten kunnen worden en waarop de naam en voornamen van de overledene, de datum van zijn overlijden, de naam van de gemeente waar het crematorium gelegen is en het volgnummer van de crematie vermeld staan.

Op verzoek van de nabestaanden kan de as rechtstreeks geborgen worden in een door hen ter beschikking gestelde urne, die hermetisch gesloten kan worden.

§2. Als de as uitgestrooid moet worden, kan ze rechtstreeks in een strooiurne worden geborgen. De strooiurne moet, voor de overbrenging naar een andere strooiweide dan die van het crematorium, verzegeld kunnen worden. Het zegel mag enkel verbroken worden door de bevoegde gemeentelijke beambte of door de persoon aan wie de zorg voor de eindbestemming van de as werd toevertrouwd.

 

Artikel 21

De as van gecremeerde lijken kan uitgestrooid worden op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee onder de voorwaarden, zoals bepaald door de Vlaamse regering.

 

Artikel 22

§1. Indien de overledene dit schriftelijk heeft bepaald of, bij gebrek aan schriftelijke bepaling door de overledene, op gezamenlijk schriftelijk verzoek, van zowel de echtgenoot of van diegene met wie de overledene een feitelijk gezin vormde als van alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad of, indien het om een minderjarige gaat, op verzoek van de ouders of voogd, kan de as van gecremeerde lijken:

1° worden uitgestrooid op een andere plaats dan de begraafplaats. Deze uitstrooiing kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist. De asuitstrooiing gebeurt aansluitend op de crematie;

2° worden begraven op een andere plaats dan de begraafplaats, overeenkomstig de bepalingen vervat in artikel 20 b), 2°. Deze begraving kan evenwel niet gebeuren op het openbaar domein, uitgezonderd de begraafplaats. Indien het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het betrokken terrein vereist. De begraving gebeurt aansluitend op de crematie;

De voorafgaande schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein, zoals bedoeld in 1° en 2°, wordt in twee exemplaren opgemaakt; één exemplaar wordt bijgehouden door de eigenaar van het terrein, het andere door de nabestaande van de overledene die voor de uitstrooiing of de begraving zorgt; de uitstrooiing van de as van de overledene of de begraving ervan op een terrein dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, mag geen aanleiding geven tot de betaling van welke vergoeding dan ook aan de eigenaar van het terrein.

3° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Indien er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden, ofwel naar een begraafplaats gebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden ofwel op de aan het grondgebied van België grenzende territoriale zee uitgestrooid te worden; in dit geval wordt er op de toestemming tot crematie de naam, voornamen en het adres van de nabestaande die de zorg voor de as heeft, alsook de exacte plaats waar de as van de overledene zal worden uitgestrooid, begraven of bewaard, aangebracht.

Met de schriftelijke wilsuiting van de overledene, in de zin van de aanhef van dit artikel, wordt bedoeld hetzij de kennisgeving van de laatste wilsbeschikking over de wijze van lijkbezorging, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, hetzij een testament; met het gezamenlijke schriftelijke verzoek van de betrokken nabestaanden als er geen geschreven wilsuiting van de overledene bestaat, wordt bedoeld een door alle betrokken nabestaanden ondertekende verklaring met vermelding van de naam, voornamen en adres van de nabestaande die de zorg voor de as zal dragen én van de exacte plaats waar de as van de overledene zal worden uitgestrooid, begraven of bewaard.

De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van deze bepalingen.

Voor situaties waarin de overledene geen laatste wilsverklaring heeft vastgelegd en er ook geen partner en bloed- of aanverwanten van de eerste graad zijn, kan de persoon die de begrafenis regelt, ervoor kiezen om de as uit te strooien of de urne te bewaren of te begraven op een locatie die voor het publiek toegankelijk is. Die persoon mag de urne niet op een private locatie bewaren of begraven.

§2. De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van die activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.

De nadere voorwaarden waaraan de in dit artikel bedoelde bewaringen, begravingen of uitstrooiingen moeten voldoen, worden bepaald bij Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

§3. Onverminderd hetgeen is bepaald sub §1. kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.

§4. De voorwaarden voor de bijzetting of bijbegraving van de as van een of meer overleden gezelschapsdieren worden bepaald bij het decreet van 9 februari 2024.

De urne met as van een of meer overleden gezelschapsdieren kan:

1°samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven

2°samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven

3°samen de urne van de overledene in het urneveld worden begraven

4°samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst.

Bijzetting van later overleden huisdieren is niet toegestaan. De urne van een huisdier mag geen deel uitmaken van een betalende concessie en kan bijgezet worden in geconcedeerde en in niet-geconcedeerde graven.

 

Artikel 23

De grafkuilen zullen onmiddellijk na de zinking van het lijk of de as met aarde gevuld en aangedamd worden.

 

Artikel 24

De graven mogen niet verwijderd worden dan na een tijdsverloop van 10 jaar, tenzij er vóór het verstrijken van die periode sprake is van onderhoudsverzuim in de zin van artikel 85 lid 1 van dit reglement of mits gemotiveerde toestemming van de burgemeester tijdens de eerste tien jaar om het graf te bewaren op de begraafplaats maar niet noodzakelijk op de oorspronkelijke plek.

Dergelijk niet-geconcedeerd graf mag enkel worden verwijderd nadat gedurende een jaar een afschrift van de beslissing tot verwijdering, zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats werd uitgehangen.

Bedoelde verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde; die akte blijft 1 jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.

Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan de burgemeester of zijn gemachtigde dergelijke graven doen verwijderen op kosten en risico van de nabestaanden of belanghebbenden zonder evenwel afbreuk te doen aan de minimale bewaartermijn van 10 jaar (grafrust).

Wanneer niet-geconcedeerde gronden voor nieuwe begravingen moeten worden gebruikt, wordt in de beslissing, bedoeld in lid 2, tevens kennis gegeven van de termijn waarbinnen zij graftekens mogen wegnemen. Bij het verstrijken van die termijn, of van de toegestane verlenging ervan, worden de materialen eigendom van de gemeente. Deze termijn wordt bepaald of verlengd door het college van burgemeester en schepenen; alleen het college van burgemeester en schepenen regelt de bestemming van deze aan de gemeente toevallende materiëlen.

 

Artikel 25

De beenderen, de as en de overblijfselen welke door de hernieuwing van de graven, de urnegraven, de columbaria of door andere omstandigheden worden bovengehaald, zullen onmiddellijk begraven worden op een daartoe bestemd perceel van de begraafplaats.

Onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging overeenkomstig artikel 2 c) beslist de gemeenteraad welke bestemming dient gegeven te worden aan binnen de omheining van de begraafplaats aangetroffen stoffelijke resten.

 

E. Opgraving

Artikel 26

Elke opgraving is verboden behoudens machtiging van de Burgemeester. Deze kan zich niet verzetten tegen een opgraving met het oog op de uitvoering van een gerechtelijke beslissing.

Het verlenen van toestemming tot opgraving door de burgemeester kan enkel om ernstige redenen. Behoudens gerechtelijk bevel is een opgraving verboden tijdens de bewaartermijn (grafrust), die loopt tot 10 jaar na de begraving.

Het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 bepaalt de nadere regelen inzake opgravingen.

 

Artikel 27

De kosten van de opgraving en vervoer zijn ten laste van de aanvragers, uitgezonderd wanneer zij uitgevoerd wordt op bevel van het gerecht.

 

Artikel 28

Indien het lijk of as na de opgraving moet vervoerd worden naar een andere begraafplaats, zal het vervoer van de lijkkist of de urne in de meest hygiënische omstandigheden dienen te gebeuren, teneinde de openbare gezondheid niet in het gedrang te brengen. Dit alles onverminderd de andere voorschriften door de burgemeester opgelegd.

 

F. Grafconcessies – technische voorschriften - statuut en onderhoud van graftekens, gedenktekens, aanplantingen en andere sierstukken

Artikel 29

a) Enkel op de gemeentelijke begraafplaatsen te Tielt Solveld, Sint-Joris-Winge, Houwaart, Meensel en Kiezegem worden nieuwe grafconcessies verleend.

b) Er kunnen geen nieuwe grafconcessies worden verleend op de oude gesloten gemeentelijke begraafplaatsen te Sint-Joris-Winge, Houwaart en Tielt.

 

Artikel 30

De grafconcessies kunnen betrekking hebben op:

een cel (nis) in een columbarium;

een perceel grond voor de begraving van een doodskist;

een perceel grond voor de begraving van een urne;

een perceel grond mét grondnis voor de begraving van  een urne;

een perceel grond voor de begraving in een grafkelder.

Artikel 31

Eénzelfde concessie mag slechts dienen als graf (of cel) voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten, voor de leden van één of meer religieuze gemeenschappen, evenals voor personen die daartoe ieder hun wil te kennen geven bij de gemeentelijke overheid.

Door de concessiehouder aangewezen derden, echtgenoot, bloed- of aanverwanten kunnen daar ook worden bijgezet. Een concessie kan voor maximum 2 personen dienen. De volledige kostprijs wordt betaald bij aanvang van de concessie. De bijzetting van een tweede persoon is hierdoor voldaan.

Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.

 

Artikel 32

De concessieaanvraag mag worden ingediend ten behoeve van een derde en van diens familie.

 

Artikel 33

De concessieaanvragen vermelden de identiteit van de persoon of personen in wiens of wier voordeel ze worden ingediend, behalve wanneer de begunstigden de leden zijn van één of meer religieuze gemeenschappen.

 

Artikel 34

Het verlenen van een grafconcessie door de gemeentelijke overheid houdt geen verkoop of verhuring in.

 

Artikel 35

De grafconcessies zijn niet overdraagbaar.

 

Artikel 36

De concessies voor begraving in volle grond in kist of urne worden verleend voor een duur van 20 jaar.

 

Artikel 37

§1. De concessies voor begraving in grafkelders worden verleend voor een duur van 30 jaar.

§2. De concessies voor begraving van een urne in een grondnis worden verleend voor een duur van 30 jaar.

 

Artikel 38

De concessies voor plaatsing van een urne in een columbarium worden verleend voor een duur van 20 jaar.

 

Artikel 38bis

Mede door niet-verwaarlozing, zoals bepaald door de artikels 84 en 85 van dit reglement, nog steeds bestaande eeuwigdurende concessies, die door de wet van 20 juli 1971 worden omgezet in concessies van 50 jaar, kunnen op uitdrukkelijk verzoek van iedere belanghebbende verlengd worden voor 30 jaar en dit tegen betaling van het dan geldende tarief.

 

Artikel 39

De concessies worden verleend door het College van Burgemeester en Schepenen onder de in onderhavig reglement en de in het retributiereglement bepaalde voorwaarden.

 

Artikel 40

De beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen over de concessieaanvraag herneemt, indien ze gunstig is, de betreffende voorwaarden van het reglement in kwestie en wordt aan de aanvrager betekend.

 

Artikel 41

Als de beslissing gunstig is, neemt de duur van de concessie een aanvang op de datum van de onder artikel 40 vernoemde beslissing van het College.

 

Artikel 42

Op aanvraag, ingediend door enige belanghebbende, kunnen opeenvolgende hernieuwingen van de concessies worden toegestaan.

De hernieuwingen kunnen enkel geweigerd worden indien blijkt dat op het moment van de aanvraag de concessie verwaarloosd is.

 

Artikel 43

De in artikel 42 bedoelde aanvraag moet worden ingediend:

    vóór het verstrijken van de oorspronkelijke concessie, wanneer het om een eerste hernieuwing gaat;

   vóór het verstrijken van de hernieuwde concessie, wanneer het niet om een eerste hernieuwing gaat.

Minstens een jaar voor het verstrijken van de concessie of van de hernieuwingen ervan, maakt de burgemeester of zijn gemachtigde een akte op waarbij eraan herinnerd wordt dat een aanvraag om hernieuwing bij hem moet toekomen.

Een afschrift van deze akte wordt een jaar lang zowel bij het graf als aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen.

Vanaf de hernieuwing van de concessie worden de afschriften van de akte verwijderd.

Als er geen aanvraag voor een hernieuwing is gedaan, vervalt de concessie. De niet weggenomen graftekens en de eventueel nog bestaande ondergrondse bouwwerken worden dan eigendom van de gemeente.

 

Artikel 44

Geen hernieuwing mag voor langere tijd dan de oorspronkelijke concessie worden toegestaan.

 

Artikel 45

De hernieuwingen worden door het College van Burgemeester en Schepenen toegekend aan de prijs en de voorwaarden voor een concessie die gelden op het ogenblik van de Collegebeslissing.

 

Artikel 46

Indien de beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen over de aanvraag tot hernieuwing gunstig is, vermeldt ze de voorwaarden waarvan sprake in artikel 45 en wordt ze aan de aanvrager betekend.

 

Artikel 47

Na gunstige beslissing en betekening door het College over de aanvraag van een concessie of van een hernieuwing, wordt de retributie aan de financieel directeur via overschrijving overgemaakt, of hem via wettig betaalmiddel overhandigd.

 

Artikel 48

Indien een belanghebbende verzoekt om een vernieuwing van een concessie vóór het verstrijken van de vastgestelde termijn naar aanleiding van een bijzetting, neemt een nieuwe concessie van dezelfde duur een aanvang vanaf de bijzetting in de concessie overeenkomstig de voorwaarden van artikel 45. In geval er geen vernieuwing wordt aangevraagd tussen de datum van de laatste bijzetting in de concessie en het verstrijken van de periode waarvoor deze werd verleend, blijft het graf bestaan gedurende een termijn van tien jaar die begint te lopen op de datum van het overlijden, indien dit overlijden zich minder dan tien jaar voor het verstrijken van de concessie heeft voorgedaan.

 

Artikel 49

Indien de beslissing gunstig is, moet de bouw van de grafkelder beëindigd zijn binnen de 3 maanden vanaf de in artikel 40 bedoelde betekening.

 

Artikel 50

De graftekens en de grafkelder moeten kunnen blijven staan gedurende de gehele duur van de concessies. Als grafteken in de zin van dit reglement dient te worden verstaan elk bovengronds en zichtbaar teken of constructie op graf of aan columbariumnis dat een relatief bestendig karakter heeft, zoals grafstenen, grafzerken, afdekplaten, kruisen.

 

Artikel 51

In geval van terugneming van het vergunde perceel of nis wegens openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding en heeft hij slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde oppervlakte op een ander deel van de begraafplaats.

 

Artikel 52

In de in artikel 51 bedoelde gevallen, zijn de kosten voor de eventuele overbrenging van de lichamen en de graftekens en voor de eventuele bouw van een nieuwe grafkelder ten laste van de gemeente.

 

Artikel 53

In geval van sluiting van een begraafplaats, kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding en heeft hij slechts recht op het kosteloos bekomen van een perceel of nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.

 

Artikel 54

Het recht op het kosteloos bekomen van een perceel van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door enige belanghebbende.

 

Artikel 55

De in artikel 54 bedoelde aanvraag moet worden ingediend vóór de datum van het stopzetten van de begravingen op de oude begraafplaats.

 

Artikel 56

In het in artikel 53 bedoelde geval zijn de kosten van de eventuele overbrenging van de graftekens evenals deze van de eventuele bouw van een nieuwe grafkelder ten laste van diegene die de in artikel 53 bedoelde aanvraag heeft ingediend.

De overbrenging van de stoffelijke resten, zoals bedoeld in artikel 53, is kosteloos voor de belanghebbenden.

 

Artikel 57

Wanneer een grafconcessie om gelijk welke reden ten einde loopt, worden de niet-weggenomen graftekens en de nog bestaande ondergrondse constructies na het verstrijken van een termijn van 1 jaar, eigendom van de gemeente.

 

Artikel 58

Op verzoek van de concessiehouder, kan het College van Burgemeester en Schepenen in de loop van een concessie een graf terugnemen, wanneer dit ongebruikt is gebleven of wanneer het zulks wordt ingevolge de overbrenging van de stoffelijke overblijfselen.

 

Artikel 59

In het in artikel 58 bedoelde geval is de gemeente slechts gehouden tot terugbetaling van een bedrag berekend in verhouding tot de nog resterende volledige jaren en op basis van de bij de toekenning betaalde retributie.

 

Artikel 60

De percelen geconcedeerd voor het begraven in volle grond hebben een eenvormige oppervlakte van 2 m² (2 m x 1 m); de percelen voor het begraven van urnen op een urnenveld hebben een eenvormige oppervlakte van 0,64 m² (0,8 m x 0,8 m). De gedenksteen mag 0,6 m x 0,6 m zijn. Constructies in de hoogte zijn niet toegestaan.

 

Artikel 61

Onverminderd de toepassing van artikel 64, hebben de voor het begraven in volle grond van verscheidene lichamen vergunde percelen een oppervlakte van 2 m² (2 m x 1 m) per 2 lichamen waarvan de begraving is gepland.

 

Artikel 62

§1. De percelen vergund voor het begraven in grafkelders hebben een eenvormige oppervlakte van 2 m² (2 m x 1 m)

§32. De werkzaamheden die betrekking hebben op het construeren en plaatsen van een grafkelder worden steeds uitgevoerd door het daartoe aangeduide gemeentelijke personeel of door de door het bestuur aangeduide grafdelver.

 

Artikel 63

Onverminderd de toepassing van artikel 64, hebben de voor het begraven in grafkelders van meerdere lichamen vergunde percelen een oppervlakte van 2 m² (2 m x 1 m) per 2 lichamen waarvan de begraving is gepland.

De percelen voor het begraven van urnen in een grondnis hebben een eenvormige oppervlakte van 0,64 m² (0,8 m x 0,8 m), per 2 urnen waarvan de begraving gepland is.

 

Artikel 64

De plaats voorzien voor een niet verast lichaam kan worden ingenomen door 2 asurnen.

In geen geval betekent dit dat in een geconcedeerd graf op de oude begraafplaatsen rond de parochiekerken van Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus en Sint-Denijs meer dan 2 personen mogen begraven worden.

 

Artikel 65

De cellen geconcedeerd voor het bijzetten van een asurn in het columbarium hebben een eenvormig volume van 0,082 m³ (0,427 m x 0,427 m x 0,45 m).

 

Artikel 66

Eén cel kan maximaal 2 urnen bevatten.

 

Artikel 67

Grafkelders mogen niet groter zijn dan het geconcedeerde perceel.

Voor grafkelders mag alleen gebruik gemaakt worden van geprefabriceerde grafkelders.

 

Artikel 68

De werkplaats die geopend wordt met het oog op de plaatsing van een grafkelder, moet behoorlijk aangeduid zijn.

 

Artikel 69

De kuil mag slechts open blijven gedurende de tijd nodig voor de plaatsing van de grafkelder, en niet langer dan 5 dagen.

 

Artikel 70

De kelders zijn derwijze gebouwd, dat zij afgescheiden cellen of delen vormen voor elk te bergen lichaam of asurne.

 

Artikel 71

In de grafkelders moeten de lichamen of asurnen bijgezet worden op een diepte van minstens 0,8 m.

 

Artikel 72

Na bijzetting wordt de opening van de keldercel gesloten door middel van een plaat in gewapend beton of een arduinen plaat van ten minste 5 cm dikte of door een metselwerk van ten minste één steen dikte, bedekt met cement.

 

Artikel 73

De keldergraven mogen niet meer dan twee op elkaar geplaatste vakken bevatten. De totale diepte van de kuil, waarin de kelder geplaatst wordt, mag evenwel de 2 m niet overschrijden. Geen enkele zijmuur mag gemeenschappelijk zijn. Bij wijze van fundering moeten de buitenmuren van de grafkelders tot aan de grondoppervlakte verhoogd worden, alvorens het grafteken mag worden geplaatst.

De ledige ruimte tussen de muren boven het gewelf zal met goed samengedrukte aarde gevuld worden. De muren en het gewelf der grafkelders moeten in evenredigheid zijn met het gewicht van het grafteken, dat zij moeten dragen.

De gebruikte materialen moeten van eerste kwaliteit zijn.

 

Artikel 74

De werken aan de grafkelder uitgevoerd in strijd met onderhavige bepalingen, worden geschorst op bevel van de burgemeester die hun afbraak op kosten van de belanghebbenden kan bevelen.

 

Artikel 75

Ook de werken die uitgevoerd worden zonder dat de grenzen van het vergunde perceel in acht genomen worden, worden geschorst op bevel van de burgemeester die hun afbraak op kosten van belanghebbende kan bevelen.

 

Artikel 76

Tenzij de overledene anders beschikt of zijn verwanten zich ertegen verzetten, heeft eenieder het recht zonder daarvoor aan de gemeente enige vergoeding te moeten betalen of daartoe een toelating te bekomen, een kruis, grafsteen of ander gedenkteken te plaatsen op het graf van zijn verwant of vriend, zonder afbreuk te doen aan het recht van de concessiehouder.

 

Artikel 77

Op het algemeen plan van aanleg van de begraafplaats, welk ter inzage berust op het gemeentehuis, zijn parken aangeduid: voor de personen boven de 12 jaar, en voor personen beneden de 12 jaar.

 

Artikel 78

Graftekens, andere gedenktekens en/of aanplantingen mogen op het sinds 11 december 1992 te Houwaart en de vanaf 12 juni 1995 te Tielt geopende begraafplaats, slechts aangebracht worden binnen de ruimte van 0,5 m vanaf de kop van het graf en 1 m breedte.

 

Artikel 79

Het is niet toegelaten graftekens of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, hun afmetingen, hun opschriften of aard der materialen de reinheid, gezondheid, veiligheid, de openbare orde, de waardigheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.

In dit verband mogen deze graftekens volgende afmetingen niet overschrijden op de onder artikel 78 genoemde nieuwe begraafplaatsen: rechtstaande stenen (sokkel of voet inbegrepen), 0,9 m hoogte, 0,8 m breedte en maximaal 0,2 m dikte voor alle graven zonder onderscheid.

Als “steen” in de zin van vorig lid dient te worden beschouwd alle duurzame en niet onder invloed van gewone slijtage speciaal breekgevoelige materialen, voor zover zij tevens voldoen aan de voorwaarden van lid 1.

De bodemsteen (fundering) waarop de rechtstaande steen (met sokkel of voet), zoals bedoeld in vorige lid, is opgericht, moet horizontaal geplaatst worden en gelijk lopen met het maaiveld; de maximale afmetingen van deze bodemsteen bedragen 1 m op 0,5 m, conform de bepalingen van artikel 78.

Alvorens tot de daadwerkelijke plaatsing van een grafteken kan worden overgegaan, dient het voorafgaandelijke en uitdrukkelijke akkoord van de door het college van burgemeester en schepenen of de door haar gemachtigde ambtenaar te worden gevraagd, dit door het meedelen van een tekening/schets/plan/model met vermelding van de exacte afmetingen.

De bevoegde gemeentelijke dienst (bevolking – burgerlijke stand) toetst deze tekening/schets/plan/model aan de voorschriften van deze bepaling.

Het college van burgemeester en schepenen kan, indien het vereist is voor de aanleg en inrichting van de begraafplaatsen, individuele afwijkingen aan de afmetingen van de graftekens en gedenktekens toestaan, na advies bij de bevoegde dienst ingewonnen te hebben.

De achterkant van de graf- en/of gedenktekens dient daarbij tegen de bovenste grens van het graf geplaatst te worden.

In geval van ernstig en opvallend misbruik, waarvan sprake in lid 1, of het bijzonder storend of aanstootgevend karakter van grafstenen of andere gedenktekens dat flagrant afbreuk doet aan de finaliteit van de locatie kan de burgemeester ambtshalve optreden op alle gemeentelijke begraafplaatsen zonder onderscheid en overgaan tot aanpassing en/of verwijdering van bedoelde graftekens en/of andere gedenktekens.

In geen enkel geval mogen de graftekens groter zijn dan het graf of de columbariumnis.

 

Artikel 80

De eventuele aanplantingen moeten aangelegd binnen de daartoe voorziene ruimte van 0,5 m op 1 m en derwijze onderhouden worden dat zij zich niet uitbreiden buiten de afmetingen toegewezen aan het graf, noch het zicht op de identificatiegegevens op het grafteken belemmeren.

Meerjarige planten die op het begraafplaats worden gezet, worden op dat ogenblik eigendom van de gemeente zonder dat er hiervoor een vergoeding kan worden gevraagd. Diegene die dergelijke planten zet, dient deze ook te onderhouden. Bij gebreke daaraan kan de burgemeester overgaan tot onderhoud of verwijdering op last van diegene die moet instaan voor het onderhoud.

De aanplanting van diepwortelende planten is in geen geval toegestaan.

Een afwijking van de te beplanten voorziene ruimte kan enkel mits het uitdrukkelijk voorafgaand akkoord van het college van burgemeester en schepenen of de door haar gemachtigde ambtenaar.

In bedoelde ruimte kunnen in geen geval verhardingen worden aangebracht.

 

Artikel 81

Behoudens wat is bepaald in artikel 82, moeten alle losse bloemen, bloemenkransen en andere sierstukken en planten op de graven steeds goed onderhouden worden. Ze moeten verwijderd worden door de naastbestaanden of verwanten, zodra de stukken onfris zijn.

 

Artikel 82

Alle losse bloemen, bloemkransen of andere sierstukken, aangebracht op de graven der overledenen, dienen na hun neerlegging terug verwijderd te worden door de naastbestaanden of verwanten. Bij in gebreke blijven zal de ontruiming geschieden door het gemeentebestuur op last van de naastbestaanden en verwanten. Het neerleggen van kransen of sierstukken uit kunstmatig materiaal waarvan het omhulsel geheel of ten dele bestaat uit breekbaar glas, is verboden.

 

Artikel 83

Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden; kniel- of bidbanken aan de graven zijn niet toegelaten.

 

Artikel 84

De graftekens, de geconcedeerde grond en de geconcedeerde nis zullen steeds in een onberispelijke staat van onderhoud en reinheid gehouden worden. Elk grafteken dat dreigt in puin te vallen of vervallen is, moet door de betrokken familie hersteld worden. In geval van dringende noodzakelijkheid, kan de burgemeester ambtshalve dergelijke graftekens doen wegnemen.

 

Artikel 85

Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.

De verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde of van de gemachtigde van de intergemeentelijke begraafplaats; die akte blijft een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt.

Na het verstrijken van die termijn en bij niet herstelling kan de gemeentelijke overheid ook een einde maken aan de eventuele concessie op kosten en risico van de nabestaanden of belanghebbenden.

 

Artikel 86

Het weghalen van graftekens is aan een schriftelijke toelating van het college onderworpen, en is slechts toegelaten aan de belanghebbenden of hun lasthebbers. Die toelating zal eerst aan de grafmaker gegeven worden om tot verrechtvaardiging te dienen op het ogenblik van de weghaling.

 

Artikel 87

De gedenktekens zullen zodanig opgericht en onderhouden worden dat zij de veiligheid van doorgang noch de rechten van de aanpalenden kunnen schaden.

Als gedenkteken in de zin van dit reglement dient te worden beschouwd elk zichtbaar en losstaand teken op graf of aan columbariumnis dat geen bestendig karakter heeft, zoals fotohouders, bloempotten, sierstukken.

 

Artikel 88

Wanneer de gemeente, overeenkomstig artikel 24, bij het verstrijken van de concessiestermijn terug bezit neemt van de gronden van het gemeen veld, worden de voorwerpen welke zich op de graven bevinden van ambtswege weggenomen. Van deze maatregel zal slechts worden gebruik gemaakt, indien hiertoe niet is overgegaan door familieleden of belanghebbenden binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de datum van bekendmaking door de gemeente van de heringebruikneming van het betreffende graf.

 

Artikel 89

Geen enkel materiaal mag binnen de omheining van de begraafplaats worden achtergelaten.

De materialen worden aangevoerd en geplaatst naarmate de behoeften.

Alvorens op de begraafplaats te worden toegelaten moeten de voor de graftekens bestemde stenen langs alle zichtbare kanten afgewerkt en gekapt zijn, en gereed om onmiddellijk geplaatst te worden. Na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling, wordt er op bevel van de burgemeester van ambtswege overgegaan tot de wegneming van de materialen op kosten van de overtreder.

 

Artikel 90

De gemeente staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen.

 

G. Politiebepalingen

Artikel 91

De begraafplaatsen zijn steeds toegankelijk (geen sluitingsuren).

 

Artikel 92

De gemeentelijke begraafplaatsen vallen onder het gezag, de politie en het toezicht van de gemeente, die ervoor zorgt dat er geen wanorde heerst, dat er geen handelingen in strijd met de eerbied voor de doden worden verricht en dat het opgraven enkel kan met toestemming.

 

Artikel 93

De toegang tot de begraafplaats is ontzegd aan lieden in kennelijke staat van dronkenschap, aan kinderen beneden de 12 jaar niet vergezeld van volwassenen, aan personen vergezeld van honden zonder leiband alsook aan allen die zich niet behoorlijk zouden gedragen.

 

Artikel 94

Het is zonder noodwendigheid op de begraafplaatsen verboden:

  op de muren en afsluitingen te klauteren zowel van de graftekens, als van de begraafplaats zelf;

  er voorwerpen, andere dan deze bestemd voor de graftekens en/of gedenktekens, weg te werpen of achter te laten;

  er voorwerpen, bestemd voor de graftekens en/of gedenktekens of het afval ervan (papier, groenafval of andere afvalproducten), weg te werpen of achter te laten behoudens in de daartoe specifiek ter beschikking staande afvalcontainer(s);

de aanplantingen te beschadigen, op de graven te lopen of op de grasperken te gaan, zich er op neer te leggen of te zetten;

de wegen, lanen of graftekens en gedenktekens te beschadigen;

kinderen zonder toezicht te laten lopen of te spelen;

  er rumoer te maken of luidruchtig te zijn;

vuilnis te werpen of te leggen binnen de omheining van de begraafplaats of er enige daad tegen de welvoeglijkheid te plegen;

opschriften van graftekens en/of gedenktekens te doen verdwijnen of erop te schrijven;

elke welkdanige aanplantingen ook te beschadigen of uit te rukken;

om het even welke voorwerpen uit te stallen, te verkopen of te koop aan te bieden;

plakbrieven of geschriften aan te brengen op de muren of deuren van de begraafplaats;

op de begraafplaats betogingen te organiseren die vreemd zijn aan de gewone dienst van de begraafplaats;

met enig rij- of voertuig op de gaanpaden te komen, met uitzondering van vervoermiddelen voor gehandicapte personen en dienstvoertuigen;

te fietsen;

enig werk op de begraafplaats uit te voeren op zon- en wettelijke feestdagen, of graftekens te plaatsen of onderhoudswerken uit te voeren vanaf de laatste werkdag van oktober tot en met 2 november;

op enige andere wijze de openbare orde, de rust op de begraafplaats of de waardigheid van de begraafplaats te verstoren.

 

Artikel 95

Wie zich niet gedraagt volgens de eerbied aan de doden verschuldigd of inbreuk pleegt op onderhavig reglement, wordt onmiddellijk buiten de begraafplaats gezet door de personen aan wie de bewaking is toevertrouwd; dit onverminderd de mogelijke rechtsvervolgingen.

 

Artikel 96

Overtreders van de bepalingen van deze verordening worden gestraft, zoals bepaald in artikel 315, 340, 453 en 526 van het Strafwetboek.

 

H. Diverse bepalingen

Artikel 97

De gevallen, niet opgenomen in tegenwoordig reglement, zullen door het College van Burgemeester en Schepenen worden beslecht, en dit conform met de bestaande hogere regelgeving.

Het Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten is verder van toepassing op alle handelingen aangaande de lijkbezorging en de begraafplaatsen in de gemeente.

 

Artikel 98

Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking de vijfde dag na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde decreet. Het reglement geldt vanaf 1 januari 2026, behoudens andersluidende tussenkomende beslissingen van de gemeenteraad.

 

Artikel 2

Dit reglement wordt bekend gemaakt conform de bepalingen van artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 3

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals geregeld door het decreet over het lokaal bestuur." "

Het reglement begraafplaatsen en lijkbezorging vanaf 2026 wordt goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Reglement voor retributie asverstrooiingen en grafconcessies voor 2026 tot en met 2031

Motivering

 

Feiten en context

Het retributiereglement voor grafconcessies van 2020 tot en met 2025 loopt af.

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging

         Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijze van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart opgenomen in laatste wilsbeschikking

         Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 voor organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2019 over het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2019 over het retributiereglement grafconcessies 2020-2025

 

Adviezen

Uitvoerige besprekingen met de bevoegde schepenen.

 

Argumentatie

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

Eenzelfde retributiereglement geldt sinds het aanslagjaar 2020-2025.

De categorie overlijdens binnen 5 jaar na vertrek uit de gemeente wordt gelijkgesteld met inwoners en vervalt dus als aparte categorie.

 

Het retributietarief voor de overlijdens van personen die meer dan 5 jaar uit de gemeente vertrokken zijn, wordt verdubbeld.

 

Het retributietarief voor de overlijdens van personen die nooit in de gemeente gewoond hebben,  wordt verdrievoudigd (zie onderstaande tabel).

 

Categorie

duur (jaren)

inwoners + <5 jaar

> 5 jaar

nooit inwoner

geweest

grafconcessie voor begraving van een doodskist in volle grond

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor begraving van een urne in volle grond

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor urne in columbarium

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor begraving van een urne in grondnis

30

2.000 euro

4.000 euro

6.000 euro

grafconcessie voor begraving van een doodskist in grafkelder, inclusief constructie

30

5.000 euro

10.000 euro

15.000 euro

asverstrooiing

 

0 euro

600 euro

900 euro

 

Bij omzetting van een niet-geconcedeerd graf naar een concessie is de aanvrager een hogere retributie verschuldigd (verdubbeling om reden van gelijke behandeling in het kader van het begraafplaatsregime).

 

Het college verleende een principieel akkoord aan het retributiereglement asverstrooiingen en grafconcessies 2026-2031 in zitting van 2 december 2025.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 onthoudingen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1

De gemeenteraad keurt het hierna volgende retributiereglement voor asverstrooiingen en grafconcessies voor de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031 goed:

 

Reglement voor retributie voor asverstrooiingen en grafconcessies voor 2026 tot en met 2031 (versie 15.12.2025)

 

Artikel 1 Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op asverstrooiingen van niet-inwoners en grafconcessies.

 

Artikel 2 Tarief

 

De retributie wordt berekend als volgt:

 

§1. We voorzien 3 verschillende tariefgroepen:

 

1° Groep 1: Concessies voor inwoners en personen overleden binnen 5 jaar na vertrek uit de gemeente Tielt-Winge

 

2° Groep 2: Concessies voor personen overleden 5 jaar of langer na vertrek uit de gemeente Tielt-Winge (artikel 17, 6° b Gemeentelijk reglement inzake Begraafplaatsen en Lijkbezorging)

 

3° Groep 3: Concessies voor personen die nooit in Tielt-Winge hebben gewoond (artikel 17, 7° Gemeentelijk reglement inzake Begraafplaatsen en Lijkbezorging)

 

§2 Voor de tariefgroepen vermeld onder §1, worden de tarieven vastgesteld volgens onderstaande tabel:

 

 

duur (jaren)

Tariefgroep 1: inwoners + <5 jaar

Tariefgroep 2: > 5 jaar

Tariefgroep 3: nooit inwoner

geweest

grafconcessie voor begraving van een doodskist in volle grond

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor begraving van een urne in volle grond

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor urne in columbarium

20

500 euro

1.000 euro

1.500 euro

grafconcessie voor begraving van een urne in grondnis

30

2.000 euro

4.000 euro

6.000 euro

grafconcessie voor begraving van een doodskist in grafkelder, inclusief constructie

30

5.000 euro

10.000 euro

15.000 euro

asverstrooiing

 

0 euro

600 euro

900 euro

 

§3 Bij elke omzetting van een niet-geconcedeerd graf naar een concessie wordt het tarief verdubbeld op datum van aanvraag van de concessie.

 

§4 Ter uitvoering van artikel 20 c) van het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging worden bij de terbeschikkingstelling van een uniform blanco herdenkingsplaatje alsmede een aanhechtingspunt aan de herdenkingszuil of soortelijk monument en de bevestiging van het plaatje, de contant, via bancontact of online direct te betalen onkosten bepaald op 50 euro.

 

Artikel 3 Betalingsmodaliteiten

De retributie is verschuldigd door de aanvrager en wordt contant, via bancontact, online of per overschrijving betaald.

 

Bij hernieuwingen van concessies worden de prijzen en de voorwaarden gehanteerd die gelden op het ogenblik van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4 andere modaliteiten

Bij interpretatieverschil tussen dit reglement en het gemeentelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, primeert dit laatste.

 

Artikel 2

Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking de vijfde dag na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

Artikel 3

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Akkoord voor het retributiereglement asverstrooiingen en grafconcessies periode 2026-2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Reglement voor contantbelasting opgravingen voor aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze lokale belasting.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017

         Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals laatst gewijzigd door het decreet van 3 mei 2024

         Wetboek minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13 april 2019

         Wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging

         Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging

         Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijze van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart opgenomen in laatste wilsbeschikking

         Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 voor organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2019 reglement contantbelasting opgravingen voor aanslagjaren 2020-2025 (aangepast door gemeenteraadsbeslissing van 20 november 2025 naar aanleiding van een klacht)

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen voor de uitvoering van het meerjarenbeleidsplan 2026-2031.

 

Een soortgelijk belastingreglement gold voor de periode 2020 t.e.m. 2025 (met technische aanpassing voor opgravings- mét herbegravingsscenario op kosten van de gemeente, aanpassing vrijstellingenregime artikel 4).

 

Financiële gevolgen

Deze belasting geldt als algemene en verplichte bijdrage van de burger, opgelegd door de gemeenteraad, aan de algemene uitgaven van het lokaal bestuur (en waartegenover geen individueel aanwijsbare tegenprestatie van de overheid staat en/of geheven wordt voor een dienstverlening die het algemeen belang dient) ter uitvoering van het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Geen bijlagen.

 

Besluit:

14 stemmen voor: Katrien Houtmeyers, Jo Smekens, Jan Loddewykx, Bart Willems, Manuela Vervoort, Steve Cleynen, Gert Van denstorme, Ilse Roelants, Filip Charlier, Eric Roskin, Marleen De Vry, Raf Alaerts, Jasper Trompet en Fons Lemmens.
6 onthoudingen: Germaine Willems, Agnes Van de Gaer, Rudi Beeken, Gunther Clinckx, Kris Cornelissen en Tom Craeninckx.
Artikel 1

De gemeenteraad keurt het hierna vermelde belastingreglement opgravingen voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 goed behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad:

 

"Contantbelasting voor opgravingen voor aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031 (versie 20.11.2025)

 

Artikel 1 – Aanslagjaren

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 (aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031) wordt een belasting geheven op opgravingen.

 

Artikel 2 – Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door degene die om de opgraving heeft verzocht, op de dag dat de werken tot opgraving voltooid zijn.

 

Artikel 3 – Tarief

§1. De belasting wordt vastgesteld op 1.000 euro.

 

§2. Wanneer de opgraving de herbegraving op een gemeentelijke begraafplaats van Tielt-Winge inhoudt, wordt bijkomend aan het tarief voor de opgraving, zoals bepaald in §1 van dit artikel 3, het tarief aangerekend zoals bepaald in het geldend gemeentelijk reglement inzake begraafplaatsen en lijkbezorging, alsook in het retributiereglement grafconcessies.

 

Artikel 4 – Vrijstellingen

De belasting is niet verschuldigd wanneer de opgraving (mét eventuele herbegraving) wordt uitgevoerd op bevel van het gerecht of ten gevolge van een bestuurlijke beslissing (omwille van veiligheidsredenen of omwille van herinrichting van de begraafplaats).

 

Artikel 5 – Wijze van inning

De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd.

 

Artikel 6 – Bezwaarprocedure

De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

 

De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.

 

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

 

Artikel 7

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.

 

Artikel 2

Dit reglement wordt bekend gemaakt conform de bepalingen van artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Reglement contantbelasting opgravingen 2026-2031 is principieel goedgekeurd vanaf 1 januari 2026.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Huishoudelijk reglement Buitenschoolse KinderOpvang (BKO) Sjoko-Tof 2026-2031

Motivering

 

Feiten en context

Een herziening van dit huishoudelijk reglement is noodzakelijk omwille van de omgevormde werking in uitvoering van het Decreet over de Buitenschoolse Opvang en Activiteiten.

 

Het BOA-decreet is een Vlaamse regelgeving die de buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 3 tot 12 jaar organiseert, met als doel een kwalitatief en divers aanbod te realiseren vanaf 2026. De focus ligt op ontplooiingskansen en speelmogelijkheden voor kinderen, het mogelijk maken van een betere combinatie tussen werk en gezin voor ouders, en het bevorderen van sociale cohesie en gelijke kansen. De lokale besturen krijgen hiervoor de regie en financiële middelen in handen, en werken hierbij samen met partners uit de samenleving.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2024 huishoudelijk reglement IBO 2025

 

Adviezen

Het huishoudelijk reglement Buitenschoolse Opvang Sjoko-Tof 2026-2031 werd voor advies voorgelegd aan de leden van het LOK op 17 november 2025.

 

Argumentatie

Het actuele huishoudelijk reglement van IBO Sjoko-Tof, goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 november 2024, is in voege vanaf 1 januari 2025. Het huishoudelijk reglement wordt momenteel volledig omgevormd naar een reglement dat past binnen de uitvoering en toepassing van het Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten van 3 mei 2019.

 

Het college van burgemeester en schepenen verleende een principieel akkoord aan het Huishoudelijk Reglement Buitenschoolse KinderOpvang Sjoko-Tof 2026-2031 in zitting van 2 december 2025.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct toewijsbare financiële gevolgen.

 

Bijlagen

Huishoudelijk reglement Buitenschoolse KinderOpvang (BKO) Sjoko-Tof 2026-2031.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement Buitenschoolse kinderopvang (BKO) Sjoko-Tof 2026-2031 goed.

 

Huishoudelijk reglement Buitenschoolse KinderOpvang Sjoko-Tof Tielt-Winge 2026-2031 (versie 15/12/2025)

 

Inhoud

1.     ALGEMENE ORGANISATIE         

1.1 Organisator............................................................1

1.2 Kinderopvanglocatie(s) en verantwoordelijke....................................1

1.3 Samenwerking met de scholen..............................................2

1.4 Opgroeien.............................................................2

2 HET BELEID................................................................2

2.1 De aangeboden kinderopvang...............................................2

2.1.1         Het pedagogisch beleid...................................................3

2.1.2         Afspraken over eten en drinken.............................................3

2.1.3         Afspraken over opvolging van de kinderen.....................................3

2.2 Inschrijving en opname....................................................3

2.2.1.       Inschrijving............................................................3

2.2.2.       Voorrangsregels.........................................................3

2.3 Wanneer breng en haal je jouw kind..........................................4

2.4 Ziekte of ongeval van een kind...............................................5

2.5 Medicatie..............................................................5

2.6 De veiligheid............................................................6

2.6.1        Afspraken over verplaatsing................................................6

3 PRIJSBELEID...............................................................6

3.1 Hoeveel betaal je?.......................................................6

3.2 Sociaal tarief............................................................6

3.3 Hoe betaal je?..........................................................6

3.4 Fiscaal attest...........................................................7

4 RECHT VAN HET GEZIN.......................................................7

4.1 Ouders mogen altijd binnen................................................7

4.2 Je mag een klacht uiten....................................................7

4.3. Respect voor de privacy en bescherming van de persoonlijke levenssfeer...............8

5 ANDERE DOCUMENTEN.......................................................9

5.1 Verzekeringen..........................................................9

5.2 Online vragenlijst en het aanwezigheidsregister..................................9

6 WIJZIGINGEN IN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT...............................9

6.1. Werkwijze bij wijziging van het huishoudelijk reglement............................9

6.2. Opzegmodaliteiten voor de organisator.......................................10

7 TOT SLOT................................................................10

8 BIJLAGE.................................................................10

8.1.           Retributiereglement 2026..................................................

8.2.           Missie en visie BKO Sjoko-Tof................................................

 

 

1.ALGEMENE INFORMATIE

 

1.1.1 Organisator

Het lokaal bestuur van Tielt-Winge is de organisator van de buitenschoolse kinderopvang (BKO):

Rechtsvorm: Lokaal bestuur Tielt-Winge, entiteit gemeentebestuur

Ondernemingsnummer 0216 769 660

 

Adres:   Kruisstraat 2, 3390 Tielt-Winge

Telefoon:  016 63 40 08

E-mail:   secretariaat@tielt-winge.be

Website:  www.tielt-winge.be

 

1.1.2 Kinderopvanglocatie(s) en coördinator

 

Coördinator

Valerie Verduyckt is de coördinator en het aanspreekpunt voor de dagelijkse werking van Sjoko-Tof.

 

Telefoon: 016 60 39 91

E-mail:  sjokotof@tielt-winge.be

Je kan de coördinator bereiken tijdens de kantooruren.

 

Kinderopvanglocatie(s)

 

Naam:   BKO Houwaart

Adres:   Haldertstraat 2, 3390 Tielt-Winge

Telefoon: 016 63 41 74 en 0491 92 82 26

Erkende opvangplaatsen: 32

 

Naam:   BKO Sint-Joris-Winge

Adres:   Leuvensesteenweg 187, 3390 Tielt-Winge

Telefoon: 016 63 27 17 en 0492 25 60 11

Erkende opvangplaatsen: 33

 

Naam:   BKO Tielt

Adres:   Zonnedrieslaan 26, 3390 Tielt-Winge

Telefoon: 016 60 39 91 en 0491 92 82 28

Erkende opvangplaatsen: 54

 

De kinderopvanglocaties zijn open

        Schooldagen: van 7 uur tot begin van de schooltijd en vanaf het einde van de schooltijd tot 18.30 uur.

         Schoolvrije dagen en vakantiedagen: van 7 uur tot 18.30 uur. Locaties tijdens deze dagen kunnen verschillend zijn van deze locaties op schooldagen.

 

Jaarlijks wordt er een sluitingskalender opgemaakt en bezorgd aan de ouders waarin alle sluitingsdagen van alle locaties staan vermeld. Deze kunnen verschillen van jaar tot jaar.

Het overzicht van sluitingsdagen is terug te vinden op de gemeentelijke website www.tielt-winge.be.

Extra sluitingsdagen worden minstens 1 maand vooraf gemeld aan de ouders.

 

1.1.3 Samenwerking met scholen

Basisschool De Winge, Halensebaan 16, 3390 Tielt-Winge

Vrije basisschool Houwaart, Haldertstraat 13, 3390 Tielt-Winge

Vrije basisschool Sint Joris, Tiensesteenweg 4, 3390 Tielt-Winge

Vrije basisschool ’t Hagekind, Rillaarseweg 23, 3390 Tielt-Winge

 

1.1.4 Opgroeien

De buitenschoolse kinderopvang (BKO) Sjoko-Tof is door Opgroeien erkend en gesubsidieerd en voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

Naam:   Opgroeien

Adres:   Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel

Telefoon:  078 150 100

E-mail:   info@opgroeien.be

Website:  http://www.opgroeien.be

Contactformulier op de website van Opgroeien: www.opgroeien.be/contact/contactformulier

 

Met de inwerkingtreding van het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten kreeg de buitenschoolse kinderopvang Sjoko-Tof automatisch een kwaliteitslabel kleuteropvang.

 

2 HET BELEID

 

2.1 De aangeboden kinderopvang

BKO Sjoko-Tof staat open voor alle schoolgaande kinderen van het lager- en kleuteronderwijs van 2,5 jaar tot 12 jaar. Ook kinderen van het personeel van het lokaal bestuur kunnen bij BKO Sjoko-Tof opgevangen worden. BKO Sjoko-Tof discrimineert niemand op basis van cultuur, afkomst, nationaliteit, geslacht, geloof of levensovertuiging.

De locaties zijn professioneel uitgerust en we beschikken over gediplomeerde medewerkers die optimale ontplooiingskansen willen bieden aan elk kind.

 

2.1.1 Het pedagogisch beleid

BKO Sjokotof biedt kwaliteitsvolle zorg, opvang en opvoeding in een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde omgeving. Elk kind is welkom in de opvang en krijgt alle kansen om zich te ontplooien en zijn talenten te ontwikkelen. Door hun warme en persoonlijke aanpak op maat zorgt de begeleiding ervoor dat elk kind zich veilig kan voelen en gestimuleerd wordt in zijn zelfvertrouwen.

 

2.1.2 Afspraken over eten en drinken

In Sjoko-Tof worden geen (warme) maaltijden, tussendoortjes of drank aangeboden. De ouders voorzien het nodige voor hun kind. Kraantjeswater is steeds verkrijgbaar. Voeding mag in geen enkel geval gedeeld worden.

 

Ontbijt

Je kind eet bij voorkeur thuis. In overleg met de begeleiding kan je kind ook een ontbijt meebrengen en in de opvang opeten.

 

Tussendoortjes

We zetten in op gezonde voeding en stimuleren daarom fruit en/of groenten als tussendoortje. We vragen om geen snoep, chips of koeken met chocolade mee te geven, om koeken in een koekendoosje te stoppen en het fruit bij voorkeur geschild en gesneden mee te geven.

 

Middageten

Op woensdagen, schoolvrije dagen en vakanties brengt je kind boterhammen of een gelijkwaardig alternatief (in een boterhammendoos) mee om te eten.

 

Drank

Je kind brengt een drinkbus, gevuld met water, mee. Deze kan in de opvang steeds bijgevuld worden. Gesuikerde dranken zijn niet toegestaan.

 

Heeft je kind een allergie?

Heeft je kind een allergie voor bepaalde voedingstoffen? Vermeld dit zeker in de vragenlijst op je online gezinsaccount. Het kan nooit kwaad om dit nog expliciet aan de kinderbegeleider te melden.

 

2.1.3 Afspraken over opvolging van de kinderen

We kijken naar jouw kind: Hoe rust het? Hoe reageert het op andere kinderen? Hoe speelt jouw kind? Zo volgen we de ontwikkeling, en weten we of je kind zich goed voelt. Als we een gedragsprobleem vermoeden, zal de ouder hierover worden aangesproken.

 

2.2 Inschrijving en opname

 

2.2.1. Inschrijving

Je schrijft je kind in bij Sjoko-Tof door online een gezinsaccount aan te maken op https://tielt-winge.kwandoo.com. Wij vragen uitdrukkelijk om het account aan te maken alvorens je kind naar de opvang komt.

 

Wanneer de registratie succesvol is, kan je een QR-code afprinten. Bedoeling is dat deze QR-code bevestigd wordt aan de boekentas van je kind. Enkel zo kan de opvangdag correct geregistreerd worden.

Wanneer je thuis niet over een printer beschikt, kan je in de opvang vragen om deze QR-code af te printen.

 

Je kan altijd vooraf kennis maken met de buitenschoolse kinderopvang. Contacteer hiervoor de coördinator.

 

Voor- en naschoolse opvang

Elk gewenst opvangmoment van een kind moet gereserveerd worden via het online inschrijvingssysteem van de kinderopvang. Mensen die niet in de mogelijkheid zijn om online in te schrijven bespreken dit vooraf met de coördinator. Er wordt naar een passende oplossing gezocht.

 

Reserveren kan vanaf de eerste dag van de maand voor de daaropvolgende maand. De reserveringen worden telkens op dinsdag voor de start van de volgende opvangweek afgesloten. Hierna kan je niet meer zelf online wijzigen of annuleren. Als je te laat bent met reserveren, kan je contact opnemen met de administratie om te kijken wat er mogelijk is.

Wanneer er geen plaatsen meer vrij zijn kom je op een reservelijst terecht. Bij het vrijkomen van een plaats schuift de eerste op de reservelijst verder naar de effectieve opvangplaats (deze persoon wordt verwittigd via mail).

 

Kosteloos annuleren

Dit kan tot de dag ervoor 12 uur ’s middags door het verzenden van een mail naar sjokotof@tielt-winge.be. Voor het annuleren van opvang op maandag moet er op vrijdagmiddag een mail binnenkomen.

Ingeval van ziekte van het kind is annuleren ook kosteloos mits het voorleggen van een ziekteattest.

Ingeval van ziekte van het kind kan ook een ander minderjarig gezinslid kosteloos annuleren mits voorlegging van een ziekteattest van het zieke kind.

 

Lukt tijdig annuleren niet dan kan je een joker inzetten.

Een ouder kan per schooljaar 5 jokers inzetten

Met 1 joker kan je kosteloos 1 dagdeel annuleren. 1 dagdeel is ofwel de voorschoolse opvang ofwel de naschoolse opvang.

Als de jokers op zijn, wordt er een retributie aangerekend conform het retributiereglement.

 

Heb je niet gereserveerd en ben je genoodzaakt om je kind toch naar de opvang te brengen, dan wordt er een retributie aangerekend conform het retributiereglement.

 

Vakantieopvang en schoolvrije dagen

Reserveren doe je online via je gezinsaccount tot 4 kalenderdagen voor de schoolvrije dag of voor de betreffende vakantieweek. Wanneer het kind niet opdaagt op een opvangdag waarvoor het is ingeschreven, kan er een retributie worden aangerekend conform het retributiereglement. Wanneer er conform het retributiereglement tijdig verwittigd wordt, wordt er geen retributie aangerekend.

Bij annulering ingeval van ziekte van het kind wordt een ziekteattest gevraagd.

Wanneer er geen plaatsen meer vrij zijn kom je op een reservelijst terecht. Bij het vrijkomen van een plaats schuift de eerste op de reservelijst verder naar de effectieve opvangplaats (deze persoon wordt verwittigd per mail). 

 

Heb je niet gereserveerd en ben je genoodzaakt om je kind toch naar de opvang te brengen, dan wordt er een retributie aangerekend conform het retributiereglement.

 

2.3 Wanneer breng en haal je jouw kind

Ophalen of brengen buiten sluitingstijd

Brengen kan stipt vanaf het aanvangsuur van de opvang. Eerder is niet mogelijk. Zet je kind ook niet onbewaakt af voor de deur, je kind is dan niet verzekerd.

 

Indien je niet verwittigt of regelmatig je kind te laat komt halen of te vroeg komt brengen, wordt er een retributie gevraagd conform het retributiereglement. Indien dit problematisch blijft, kan dit leiden tot een beëindigen van de opvang.

 

Personen die je kind kunnen afhalen

Enkel de personen van wie de naam op de online vragenlijst staat, mogen je kind in de opvang komen halen. Als er toch een andere persoon je kind komt afhalen, verwittig je met een brief of e-mail wie je kind komt afhalen en wanneer.

Verandert het ouderlijk gezag, het verblijfsrecht of het bezoekrecht? Meld dit zo snel mogelijk aan de verantwoordelijke. De verantwoordelijke past dan de online vragenlijst aan. Eventueel wordt ook de schriftelijke overeenkomst aangepast.

Wanneer de persoon die het kind komt afhalen onder invloed is van alcohol of drugs of andere toxicologische verschijnselen vertoont, behouden we als opvang het recht om het kind niet mee te geven aan die persoon. Indien nodig zal ook de politie verwittigd worden.

 

Zelfstandig de opvang verlaten of aankomen op de opvang

Voor het zelfstandig verlaten of toekomen op de opvanglocatie is steeds een schriftelijke toestemming verplicht. Hiervoor geldt enkel een invulformulier verkrijgbaar in de opvang.

Dit geldt voor het deelnemen aan hobby’s, het zelfstandig naar huis gaan en het vervroegd vertrekken naar school. Elke wijziging zoals een verandering van dag en uur dient aan de opvang meegedeeld te worden door middel van hetzelfde formulier. Last minute wijzigingen worden via mail doorgegeven aan de opvang sjoko-tof@tielt-winge.be.

Alleen zo is je kind verzekerd voor lichamelijke ongevallen en dit op de kortste weg van en naar de opvanglocatie. Je kan enkel gebruik maken van deze verzekering als je kind de kortste weg volgt, anders komt de verzekering niet tussen voor eventuele vergoedingen.

 

2.4 Ziekte of ongeval van een kind

Is je kind ziek? Dan kan het niet in de opvang terecht. Een ziek kind heeft extra zorgen nodig die het niet kan krijgen in de opvang en kan ook andere kinderen ziek maken. Zoek best vooraf een oplossing voor als je kind onverwacht ziek wordt.

Komt je kind na een ziekte opnieuw naar de opvang? Dan kan de opvang een doktersattest vragen. Daarin bevestigt de arts dat je kind genezen is.

Meld alle medische problemen van je kind die we niet kunnen zien. Zeker als we extra moeten opletten of er een gevaar kan zijn voor anderen.

Is er een besmettelijke ziekte in de opvang? Dan verwittigt de opvang jou. Om de privacy van de ouders en het kind te beschermen, zijn deze waarschuwingen anoniem.

Wordt je kind tijdens de opvang ziek? Dan belt de verantwoordelijke of één van de kinderbegeleiders je op. Samen maken jullie dan afspraken over de zorg van je kind. Soms moet je je kind zo snel mogelijk ophalen. Ben je niet bereikbaar? Dan bellen we één van de personen op die vermeld staan op de online vragenlijst of je huisarts (online vragenlijst). Als je huisarts niet bereikbaar is, bellen we de dichtstbijzijnde arts.

Deze dag wordt aangerekend als een aanwezigheidsdag voor de uren waarop het kind effectief in de opvang aanwezig was.

 

In geval van nood bellen we onmiddellijk een arts of de hulpdiensten. We brengen je zo snel mogelijk op de hoogte.

Bij een ongeval volgen we dezelfde procedure. Je betaalt voor alle kosten voor medische hulp die de kinderopvang maakt, behalve bij een ongeval.

 

2.5 Medicatie

Dien medicatie zoveel mogelijk thuis toe. Vraag je arts om medicatie voor te schrijven die je zelf ‘s morgens en ’s avonds kan toedienen. Meld altijd wanneer je kind medicatie krijgt.

Moet de opvang toch medicatie geven? Dat kan enkel op voorschrift van een arts of apotheker. Vraag een attest aan de arts/apotheker en geef dit aan de kinderbegeleider. Op dit attest staat:

         naam van de medicatie

         naam van de arts

         naam van de apotheker (als het een attest is van de apotheker)

         naam van het kind

         datum van aflevering en vervaldatum

         dosering en wijze van toediening

         wijze van bewaren

         einddatum en duur van de behandeling.

 

2.6 De veiligheid

Sjoko-Tof zorgt voor een veilige opvang. Met een risicoanalyse schat de kinderopvang risico’s in en tracht deze te voorkomen en weg te werken. De kinderopvang volgt de regels over brandveiligheid, voedselveiligheid, veilige speeltoestellen en speelterreinen, enz.

 

De opvang is voorbereid op gevaar. Een procedure legt de stappen en de manier van communiceren vast in geval van crisis. De crisis wordt zo snel mogelijk aan Kind en Gezin gemeld.

Grensoverschrijdend gedrag wordt niet getolereerd. Hiervoor voeren wij een preventief beleid en wordt een plan van aanpak door alle medewerkers onderschreven.

 

Veilige toegang en vertrek

We zorgen voor een veilige toegang. Niemand kan de lokalen en buitenruimte ongemerkt binnenkomen. Meld je steeds aan de bel/parlofoon. Sluit altijd de deur en/of poort laat zelf ook geen andere mensen binnen, bij het binnen- of buitengaan van de opvang. Laat je kind uitscannen bij vertrek.

 

2.6.1 Afspraken over verplaatsing

De verplaatsingen naar school gebeuren onder begeleiding van onze kinderbegeleiders. De verplaatsingen van de school naar de buitenschoolse kinderopvang gebeuren onder begeleiding van de school tenzij anders overeengekomen met de ouders. Tijdens de opvang gebeuren eventuele verplaatsingen (bv. naar een speeltuin, tijdens een wandeling, …) op een veilige manier en onder gepaste begeleiding.

 

3 PRIJSBELEID

 

3.1 Hoeveel betaal je?

De prijs die je betaalt voor buitenschoolse opvang wordt vastgelegd door het organiserend bestuur en is gekoppeld aan de verblijfsduur van je kind in de opvanglocatie. De tarieven worden opgenomen in een retributiereglement. De effectieve bedragen vind je terug in het retributiereglement als bijlage. Sommige dingen zijn niet inbegrepen in de prijs, zoals reservekleren, maaltijden, enz. Die breng je zelf mee.

 

3.2 Sociaal tarief

Aan sommige gezinnen kan een sociaal tarief (door Opgroeien vastgesteld op maximaal 50% van de vastgestelde tarieven) toegekend worden. Dit sociaal tarief kan aangevraagd worden bij de verantwoordelijke van Sjoko-Tof indien de ouder(s) voldoen aan bepaalde voorwaarden, zoals beschreven in het retributiereglement. De verantwoordelijke zal je van de beslissing op de hoogte brengen.

De toekenning van het sociaal tarief wordt jaarlijks herzien. Je brengt het bewijs hiervoor binnen vóór 15 januari. Je dient elke wijziging te melden. Dit kan een wijziging zijn van:

         je financiële situatie

         je gezinssituatie (een veranderde uittreksel uit het bevolkingsregister)

         je sociaal statuut.

 

3.3 Hoe betaal je?

Je ontvangt elke maand een factuur van lokaal bestuur Tielt-Winge met deze info:

         het aantal dagen en uren waarop het kind aanwezig was.

         de gedetailleerde weergave van alle bijkomende tarieven met vermelding van aard, aantal en het bedrag.

 

Betaal de factuur binnen de 30 kalenderdagen. Dit kan door overschrijving op het rekeningnummer BE47 0971 2601 1080 van het lokaal bestuur Tielt-Winge.

Betaal je te laat? Dan ontvang je een schriftelijke herinnering. Bij betalingsproblemen is een afbetalingsplan steeds mogelijk.

 

3.4 Fiscaal attest

Om het fiscaal attest te kunnen ontvangen, is het noodzakelijk dat alle rijksregisternummers van alle leden in het gezinsaccount correct ingevuld zijn.

 

4 RECHT VAN HET GEZIN

 

Als ouder ben je de eerste opvoeder. We respecteren je waarden, wensen en verwachtingen. Kinderopvang helpt in de opvoeding van jonge kinderen.

 

Sjoko-Tof is open en wil met je praten. Daarom geven we:

         info over hoe we werken (huishoudelijk reglement, brochure, website, enz.)

         info over de erkenningsbeslissing.

 

Met elke ouder maken wij een:

         schriftelijke overeenkomst over de opvang van je kind

         online vragenlijst met alles over de gezondheid van je kind.

 

Wij informeren je graag over de opvang van jouw kind, door:

         dagelijkse korte gesprekken bij het brengen en halen;

         de kans om een gesprek aan te vragen, te praten met kinderbegeleiders en verantwoordelijke.

 

We willen weten of je tevreden bent over onze opvang. Aarzel daarom niet om contact met ons op te nemen. Als we jouw verwachtingen, opmerkingen en voorstellen kennen, kunnen wij onze werking verbeteren.

 

4.1 Ouders mogen altijd binnen

Tijdens de openingsuren heb je als ouder toegang tot alle lokalen waar de kinderen worden opgevangen.

 

4.2 Je mag een klacht uiten

Heb je bedenkingen, opmerkingen of klachten? Bespreek ze met de kinderbegeleiders of de verantwoordelijke. Samen zoeken we naar een oplossing.

Ben je niet tevreden met de oplossing? Dan kan je een klacht indienen. Je kan je klacht in een brief bezorgen aan de verantwoordelijke of de organisator of via de website www.tielt-winge.be/klachtenreglement.

Elke klacht wordt discreet en efficiënt geregistreerd, behandeld en beantwoord.

 

Ben je niet tevreden over hoe we je vraag of klacht behandelden?

Meld het aan de Klachtendienst van Opgroeien,

Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel.

Online www.opgroeien.be/opgroeipunt#toc-bezorg-ons-je-melding

telefoonnummer klachtendienst: 078/170 000

 

Ben je niet tevreden over hoe we je klacht over de overeenkomst of over de afrekening behandelen?

Meld het aan de Vlaamse Ombudsdienst.

e-mail: klachten@vlaamseombudsdienst.be of bel 1700

 

Ben je niet tevreden over de manier waarop wij je persoonsgegevens bijhouden of verwerken?

Meld het aan de VTC (Vlaamse Toezichtcommissie bevoegd voor het behandelen van klachten. https://overheid.vlaanderen.be/vlaamse-toezichtcommissie)

 

Ben je niet tevreden over hoe we je vraag of klacht over de veiligheid of de kwaliteit van de voeding behandelen? Dan kan je terecht bij het Meldpunt FAVV

(Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen)

 

4.3. Respect voor de privacy en bescherming van de persoonlijke levenssfeer

De opvang heeft verschillende persoonsgegevens van je kind en je gezin nodig.

 

Doel van de verwerking van de persoonsgegevens

De persoonsgegevens van de kinderen en de gezinnen worden gebruikt in het kader van de klantenadministratie, de facturatie, het ontwikkelen van het kinderopvangbeleid van de organisator en de naleving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden voor kinderopvang.

 

Categorieën van verzamelde persoonsgegevens

In het kader van onze werking verzamelen wij verschillende persoonsgegevens: contactgegevens, niet-gevoelige persoonsgegevens zoals leeftijd, slaap- en eetgewoontes van kinderen, en gevoelige persoonsgegevens zoals medische gegevens van kinderen.

 

Foto’s, filmpjes, beeldmateriaal

In de opvang worden er foto’s en filmpjes gemaakt van de kinderen. Wij vragen je toestemming om deze beelden te maken en te gebruiken. Je mag dat weigeren door dit aan te duiden in je online gezinsaccount.

 

Kinderopvang is een dienstverlening aan gezinnen. Het is onze taak om de privacy van elk kind te beschermen. We vragen je om voorzichtig te zijn met het delen van foto’s van de kinderen in de opvang op sociale media.

 

Rechtsgrond

We verwerken jouw persoonsgegevens in het kader van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien en de uitvoeringsbesluiten hiervan. Hierin staat welke gegevens we nodig hebben.

Daarnaast zijn verwerkingen noodzakelijk voor de uitvoering van de schriftelijke overeenkomst, voor de bescherming van vitale belangen van de kinderen, of in het algemeen belang.

Voor het verwerken van andere gegevens vragen we je toestemming. Deze toestemming kan je op elk moment intrekken of wijzigen.

 

Recht van het gezin

Als ouder heb je recht op informatie en toegang tot deze gegevens. Je kan vragen om de gegevens in te zien en er iets aan te verbeteren, door een mail te sturen naar sjokotof@tielt-winge.be.

 

Je kan ons ook vragen je een kopie van je persoonsgegevens te bezorgen of je gegevens door te geven aan een nieuwe kinderopvang als je zou veranderen van kinderopvangorganisator.

 

Bewaarperiode

Je gegevens worden vernietigd als de wettelijke bewaartermijn voorbij is. Gegevens waarvoor geen wettelijke termijn vastliggen, worden niet langer bewaard dan nodig.

 

Overmaken aan derden

Als het noodzakelijk is worden je persoonsgegevens doorgegeven aan Opgroeien of Zorginspectie.

De organisator van de kinderopvang waarborgt de veiligheid en het vertrouwelijk karakter van het gebruik van de gegevens, zowel door de medewerkers van de opvang als door mogelijke onderaannemers (bv. een IT-bedrijf). Deze verwerking gebeurt conform de huidige privacywetgeving.

 

Vragen over gegevensbescherming

Met vragen over het gevoerde privacybeleid en de genomen maatregelen kunt u terecht bij de algemeen directeur via het e-mailadres info@tielt-winge.be en/of bij onze functionaris voor de gegevensbescherming via het e-mailadres: privacy@tielt-winge.be.

 

5 ANDERE DOCUMENTEN

 

5.1 Verzekeringen

Sjoko-Tof is verzekerd voor de burgerlijke aansprakelijkheid voor de medewerkers en de kinderen, voor lichamelijke ongevallen van de kinderen op de momenten dat het kind onder het toezicht van de kinderopvang staat, voor verplaatsing van en naar de opvang indien dit doorgegeven is via de infofiche.

 

De polissen kan je inkijken bij de verantwoordelijke via verzekeringen@tielt-winge.be.

 

Laat waardevolle dingen thuis. Zo kan je beschadiging of verlies voorkomen.

 

5.2 Online vragenlijst en het aanwezigheidsregister

Voor elk opgevangen kind wordt een online vragenlijst ingevuld. Dit is belangrijk voor de veiligheid van elk kind. De inhoud van de online vragenlijst omvat:

         de identificatiegegevens van het kind en de ouders,

         de bereikbaarheidsgegevens van de ouders en de behandelende arts,

         de specifieke aandachtspunten over de gezondheid en de manier van omgaan met het kind,

         de personen die het kind mogen ophalen.

 

Zorg ervoor dat de online vragenlijst over je kind altijd juist is. Geef veranderingen in de gegevens over de gezondheid van je kind, jouw telefoonnummers of de huisarts onmiddellijk door, of pas ze zelf aan in je online account.

Wij vragen je toestemming om deze persoonlijke gegevens te verwerken in het kader van het naleven van de erkenningsvoorwaarden. Wij garanderen een zorgvuldige omgang met de online vragenlijst.

 

De online vragenlijst kan alleen en op elk moment geraadpleegd worden door:

         de organisator als het echt noodzakelijk is,

         de verantwoordelijke ,

         de kinderbegeleider die het kind begeleidt,

         de toezichthouders voor controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden (Zorginspectie),

         Opgroeien,

         jou, voor de gegevens over jezelf en je kind.

 

De organisator voorziet een aanwezigheidsregister. Daarin staat voor elk kind het uur van aankomst en vertrek per dag. Deze registratie gebeurt tot op de minuut nauwkeurig. Deze registraties kan je in detail bekijken op je factuur. Als je niet akkoord gaat met deze aanwezigheden dan kan je dit melden aan de verantwoordelijke.

 

6 WIJZIGINGEN IN HET HUISHOUDELIJK REGLEMENT

 

6.1. Werkwijze bij wijziging van het huishoudelijk reglement

Elke verandering in je nadeel aan het huishoudelijk reglement melden we schriftelijk minstens 2 maanden vóór de aanpassing. Andere wijzigingen melden we tot een maand op voorhand. Elke verandering in je nadeel moet je als ouder(s) ondertekenen voor ontvangst en kennisname.

 

6.2. Opzegmodaliteiten voor de organisator

BKO Sjoko-Tof kan deze overeenkomst schorsen of opzeggen en de opvang (tijdelijk) stopzetten als:

         ouders het huishoudelijk reglement en/of andere contractuele bepalingen niet naleven,

         wanneer facturen niet (tijdig) betaald worden,

         wanneer geen gevolg gegeven wordt aan de mondelinge en schriftelijke verwittigingen van de verantwoordelijke van de opvang,

         wanneer de opvang herhaaldelijk slecht verloopt of wanneer gezinnen eisen stellen die de mogelijkheden van gezinsopvang overstijgen,

         wanneer de ouders de noodzakelijke documenten (vb. attest inkomenstarief) niet bezorgen aan de opvang,

         ongepast gedrag van ouders.

Als de opvang overweegt om de opvang op te zeggen omwille van bovenstaande redenen, krijg je een schriftelijke verwittiging.

 

Als de opvang beslist om de opvang op te zeggen, krijg je een aangetekende brief met vermelding van de reden van de opzeg en de opzegdatum.

Het verzenden van de aangetekende brief kan worden vervangen door het overhandigen van een opzegbrief mits een kopie voor ontvangst wordt ondertekend door 1 van beide ouders.

 

De bepaling inzake opzegdatum kan niet gerespecteerd worden

         indien er een beslissing is van Opgroeien tot opheffing van de vergunning.

         in geval van overmacht bijvoorbeeld brand, overstroming, … waardoor sluiting onafwendbaar is.

 

7 TOT SLOT

 

Dit huishoudelijk reglement werd goedgekeurd door de gemeenteraad van 15 december 2025 volgens de op dat moment geldende regelgeving en richtlijnen van Opgroeien. Alle regels over kinderopvang vind je op www.opgroeien.be

 

Heb je vragen of opmerkingen bij dit reglement of bij de werking van BKO Sjoko-Tof kan je terecht bij de verantwoordelijke.

 

ONTVANGST EN KENNISNAME HUISHOUDELIJK REGLEMENT

 

De ouders verklaren dat ze het huishoudelijk reglement hebben ontvangen en er kennis van hebben genomen en bevestigen dit met hun handtekening en de vermelding van de datum.

 

8 BIJLAGE

 

  1.    8.1. Retributiereglement 2026
  1.    8.2 Missie en visie BKO Sjoko-Tof

 

Artikel 2

Een afschrift van dit reglement wordt aan de ouders bezorgd welke voor ontvangst moeten aftekenen.

 

Artikel 3

Dit reglement wordt bekend gemaakt conform de bepalingen van artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals geregeld door het decreet over het lokaal bestuur." "

Het huishoudelijk reglement BKO Sjoko-Tof 2026 - 2031 wordt goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement Buitenschoolse KinderOpvang (BKO) 2026-2031

Motivering

 

Feiten en context

Het retributiereglement is aan herziening toe omwille van de invoering van een BOA-werking.

Vanaf 2026 spreken we van Buitenschoolse Opvang en Activiteiten en de Buitenschoolse KinderOpvang (BKO) Sjoko-Tof.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Gemeenteraadsbeslissing van 21 november 2024 over Retributiereglement 2025.

 

Adviezen

Het retributiereglement buitenschoolse opvang 2026 werd voor advies voorgelegd aan het LOK op 17 november 2025.

 

Argumentatie

In het retributiereglement buitenschoolse kinderopvang 2026-2031 werden nieuwe tarieven opgenomen en de blokken van minder dan 3 uur, tussen 3 uur en 6 uur en langer dan 6 uur verblijf verdwijnen. Er wordt vanaf 1 januari 2026 gewerkt met een tarief per halve dag een tarief voor een hele dag alsook met een tarief per begonnen halfuur.

In de buitenschoolse kinderopvang verandert het eind uur van de avondopvang van 19 uur naar 18.30 uur. Tijdens de schoolvrije dagen en vakantiedagen als de opvang een hele dag open is dan verandert het avonduur van 18 uur naar 18.30 uur.

Het boetesysteem werd vereenvoudigd maar is doortastend als het in de software kan opgenomen worden. Het aantal jokers werd vastgelegd op 5 stuks.

Pleeggezinnen werden toegevoegd aan de reeks van personen die 50% korting kunnen krijgen op de factuur.

 

Financiële gevolgen

De inkomstenverhoging is een direct toewijsbare financiële gevolg.

 

Bijlagen

Retributiereglement BKO januari 2026.

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met het retributiereglement BKO Sjoko-Tof 2026, luidende als volgt:

 

RETRIBUTIEREGLEMENT VOOR BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG SJOKO-TOF (versie 15/12/2025)

 

Definitie

Onder retributie voor de buitenschoolse kinderopvang moet worden verstaan de tarieven die gezinnen dienen te betalen voor buitenschoolse kinderopvang.

Deze tarieven zijn gekoppeld aan de verblijfsduur van het kind in de opvanglocatie. Onder bepaalde voorwaarden kunnen er extra kosten aangerekend worden. De retributie is verschuldigd door de ouder(s) op wiens naam het kind werd ingeschreven en in wiens naam een account werd aangemaakt in het registratieprogramma.

 

DOELGROEP & OPENINGSUREN

De buitenschoolse kinderopvang is toegankelijk voor alle kinderen van 2,5 jaar tot en met 13 jaar. Openingsuren tijdens schooldagen: van 7 uur tot 8.30 uur en van einde school tot 18.30 uur

Openingsuren tijdens schoolvrije dagen en vakanties: doorlopend open van 7 uur tot 18.30 uur

 

TARIEF

         voor- en na opvang tijdens schooldagen: 1,25 euro per begonnen halfuur

         voor- en na opvang bij externe activiteiten tijdens vakantiedagen en schoolvrije dagen: per begonnen halfuur 1,25 euro

         opvang tijdens vakantiedagen en schoolvrije dagen:

         van 7 uur tot 13 uur of van 12.30 uur tot 18.30 uur  7,5 euro per halve dag of 15 euro per dag

         opvang op woensdagnamiddag:

         ophalen tot 14 uur     1,25 euro per begonnen half uur

         ophalen tussen 14 uur tot 18.30 uur   7,5 euro

 

         Te vroeg brengen (voor 7 uur) of te laat afhalen (na 18.30 uur): 4 euro boete

         Ingeschreven en niet opdagen zonder verwittiging tijdens het schooljaar na inzetten van 5 jokers:               2 euro boete

         Niet ingeschreven en wel komen opdagen tijdens het schooljaar: 2 euro boete

         Ingeschreven en niet opdagen zonder verwittiging tijdens schoolvrije dagen en vakantiedagen:   10 euro boete

 

Er is een toegestane vermindering van:

         25% bij gelijktijdige opvang van meerdere kinderen uit hetzelfde gezin

         50% bij gezinnen die genieten van het sociaal tarief.

         Dit wil zeggen gezinnen waarvan het bruto belastbaar gezinsinkomen onder de inkomensgrenzen voor verhoogde tegemoetkoming - RIZIV ligt en wordt aangepast aan de evolutie van de welvaart en het spilindexcijfer van de consumptieprijzen.

         Personen die in schuldbemiddeling zijn en hiervan een attest kunnen voorleggen

         Personen met een plotse daling van het inkomen. Elke aanvraag wordt individueel behandeld

         Pleeggezinnen

Beide kortingen kunnen gecumuleerd worden.

         100% voor opvang van kinderen van personeelsleden van het lokaal bestuur tijdens woensdagnamiddagen, schoolvrije dagen en vakantiedagen.

 

BETALINGSMODALITEITEN

De betaling van de verschuldigde retributie gebeurt per factuur welke via mail of per post wordt bezorgd. De betalingstermijn bedraagt 30 dagen.

 

Dit reglement werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 2025.

 

Artikel 2

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.

 

Artikel 3

Dit reglement wordt bekend gemaakt conform de bepalingen van artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026. Het wordt aan alle ouders bezorgd evenals het huishoudelijk reglement. De ouders ondertekenen ook voor ontvangst van deze documenten.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals geregeld door het decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement buitenschoolse kinderopvang (BKO) Sjoko-Tof 2026 -2031 werd goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Retributiereglement voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek woningkwaliteit voor 2026-2031

Motivering

 

Feiten en context

De financiële toestand van de gemeente verantwoordt de instelling en heffing van deze retributie.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         De Vlaamse codex Wonen van 2021.

         Besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2023 tot wijziging van diverse besluiten betreffende het woonbeleid.

         Omzendbrief KB ABB-2019/2 ‘Coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit’ van 15 februari 2019.

         Gemeenteraadsbeslissing van 24 juni 2024 over deze retributie.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Voor levering van een in dit reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie is een redelijke vergoeding in verhouding tot de kostprijs van de geleverde prestatie of dienst onder de vorm van een retributie aangewezen.

 

Er moet voor de in dit retributiereglement vooropgestelde tarieven rekening worden gehouden met de economische realiteit en de daadwerkelijke kostprijs voor het onderzoek naar de woningkwaliteit (gekoppeld aan tarieven die worden opgelegd door andere overheidsinstanties en eigen administratieve (verwerkings)kosten en tijdsbesteding.

Daarnaast wil de gemeente de kwaliteit van het woningpatrimonium op de private huurmarkt verbeteren.

De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag. Voor een kamer is dit dus een vergoeding per kamer. Een gedifferentieerd tarief voor kamers binnen éénzelfde aanvraag en op hetzelfde gebouwadres is verantwoord omdat de eerste kamer een volledige inspectie van het pand vergt, inclusief alle gemeenschappelijke delen zoals circulatieruimtes, brandveiligheid, sanitaire voorzieningen en technische installaties. Dit vormt het meest arbeidsintensieve deel van het onderzoek.

Bij bijkomende kamers is die uitgebreide controle niet opnieuw nodig, aangezien de toestand van de gemeenschappelijke infrastructuur reeds werd vastgesteld. De inspectie beperkt zich dan hoofdzakelijk tot de kamer zelf, waardoor de werkbelasting en administratieve afhandeling aanzienlijk lager liggen.

Het verlaagd tarief weerspiegelt dus correct de reële kost en zorgt voor een proportionele en billijke retributie, zonder verlies aan duidelijkheid of uitvoerbaarheid

 

De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring.

Dit zorgt dat:

         Voor de bewoners geen financiële drempels worden ingebouwd om woningkwaliteitsproblemen te signaleren.

         Aan de houders van het zakelijk recht geen onredelijke vergoedingen worden gevraagd.

Het Besluit van de Vlaamse regering van 8 december 2023 tot wijzigingen van diverse besluiten betreffende woonbeleid bepaalt de maximale vergoedingen die kunnen vastgesteld worden voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden en dit de eerste maal op 1 januari 2025. De gemeente kan een lager bedrag vaststellen.

 

De administratieve dienst stelt voor om een vergoeding aan te rekenen in volgende gevallen:

1. Voor het tweede conformiteitsonderzoek (hercontrole) in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen.

2. Voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek in kader van een melding van herstel in volgende gevallen:

 Een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen.

 Een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen.

 

Artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen stelt dat de gemeente geen vergoeding mag vragen voor de volgende conformiteitsonderzoeken:

 Het conformiteitsonderzoek na een melding als vermeld in artikel 3.10, eerste lid.

 Het conformiteitsonderzoek na een verzoek om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13.

 

De administratieve dienst stelt voor om ook geen vergoeding aan te rekenen in volgende gevallen:

           Voor een eerste conformiteitsonderzoek in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen.

           Voor het conformiteitsonderzoek in kader van zorgwonen.

 Zowel de hoofdentiteit als de bijkomende entiteit (zorgwonen) worden gecontroleerd op de voorwaarden zoals beschreven in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening onder het zorgwonen. Tegelijkertijd wordt er nagekeken of de hoofdwoning en de zorgwoning veilig zijn en voldoen aan de minimale kwaliteitsnormen zoals gedefinieerd in de Vlaamse Codex Wonen.

           Voor het conformiteitsonderzoek in private huurwoningen die aan de woonmaatschappij worden verhuurd en voor het conformiteitsonderzoek in het eigen patrimonium van de woonmaatschappij.

Eigenaars die aan de woonmaatschappij verhuren hebben minder huuropbrengsten dan bij verhuur op de private huurmarkt. Door het uitvoeren van gratis conformiteitsonderzoeken worden deze eigenaars beloond.

Het terbeschikkingstelling van dergelijke woningen voor een kwetsbare doelgroep mag niet afhangen van het al dan niet betalen van een vergoeding voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. De huisvestingsmogelijkheden zijn immers beperkt.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen direct-toewijsbare financiële gevolgen. Deze retributie geldt als een billijke vergoeding voor levering van een in het reglement bedoelde prestatie of dienst door de gemeente in het individueel belang of voordeel van diegene die gebruik maakt van die dienst of prestatie. De geraamde inkomsten uit deze retributie worden opgenomen in het meerjarenplan.

 

Bijlagen

Aanpassingen

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, behoudens tussenkomende wijzigingen goedgekeurd door de gemeenteraad, wordt volgende retributie geheven, luidende als volgt:

 

Retributiereglement voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek woningkwaliteit voor 2026 t.e.m. 2031 (versie 15 december 2025)

 

Artikel 1 – Duurtijd en belastbaar voorwerp of belastbaar feit

§1 Voor een termijn startend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek woningkwaliteit.

 

§2 Een aanvraag voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek gebeurt schriftelijk. Een aanvraag tot opheffing van een besluit tot ongeschikt en/of onbewoonbaarheid geldt eveneens als aanvraag voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek.

 

§3 Er wordt een vergoeding gevraagdvanaf het TWEEDE conformiteitsonderzoek (HERCONTROLE) in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen.

Er wordt een vergoeding gevraagd voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoekin kader van een melding van herstel in volgende gevallen:

           Een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen.

           Een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen.

 

§4 In dit reglement wordt verstaan onder:

1° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

2° Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

 

Artikel 2 – Tarief

         Voor een conformiteitsonderzoek van een woning: 90 euro per woning.

         Voor een conformiteitsonderzoek van een kamer: 90 euro voor de eerste kamer per aanvraag op hetzelfde gebouwadres, en 45 euro per bijkomende kamer binnen dezelfde aanvraag en op datzelfde adres.

 

Artikel 3 – Vrijstellingen

Van de retributie wordt vrijgesteld:

           Het eerste conformiteitsonderzoek in kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen.

           Het conformiteitsonderzoek na een melding als vermeld in artikel 3.10, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen.

           Het conformiteitsonderzoek na een verzoek om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13 van de Vlaamse Codex Wonen.

           Het conformiteitsonderzoek in woningen van een woonmaatschappij of het OCMW.

           Het conformiteitsonderzoek in kader van zorgwonen. 

 

Artikel 4 -Betalingsmodaliteiten

De retributie ontstaat op het ogenblik van het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek. De retributie wordt geïnd door overschrijving na ontvangst van een betalingsuitnodiging door de dienst financiën. De retributie dient betaald te zijn binnen 7 werkdagen na verzending van de betalingsuitnodiging.

 

Artikel 2

§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking conform artikel 288 van hetzelfde Decreet.

 

§2. Het reglement van 24 juni 2024 wordt opgeheven door deze beslissing.

 

Artikel 3

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit reglement.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht zoals dit geregeld wordt in het Decreet over het lokaal bestuur." "

Het retributiereglement voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek woningkwaliteit is goedgekeurd vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Samenwerkingsovereenkomst - financiële afsprakennota gebruik lokaal voor muziekschool

Motivering

 

Feiten en context

Voor de muziekschool dient de gemeente een lokaal in gebruik te nemen in de school De MET.

 

Hiervoor wordt een samenwerkingsovereenkomst opgesteld.

 

Juridische gronden

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

Er wordt een jaarlijkse forfait van 800 euro overeengekomen voor het gebruik van het lokaal.

 

Financiële gevolgen

Budget is voorzien op 082000/6490 1000.

 

Bijlagen

Samenwerkingsovereenkomst

 

Besluit:

eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst, als bijlage bij deze beslissing en er integraal deel van uitmakend.

 

Artikel 2

De burgemeester en de algemeen directeur worden gemachtigd om deze overeenkomst te tekenen in naam van het lokaal bestuur.

 

Artikel 3

Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan school De MET.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan het bestuurlijk toezicht, zoals dit wordt geregeld door de toepasselijke bepalingen van het Decreet over het lokaal bestuur." "

De gemeenteraad gaat akkoord met de samenwerkingsovereenkomst.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Oprichting projectvereniging Cobra, goedkeuring statuten (gewone stemming) en aanduiding bestuurders (geheime stemming)

Motivering

 

Feiten en context

Gebaseerd op de beslissing van de gemeenteraad van 19 juni 2025 inzake principiële deelname kandidatuur Leuven en Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en principiële deelname aan de voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant werd er inmiddels verder gewerkt aan de voorbereidingen voor de opstart van de IGS door de betrokken ambtenaren en mandatarissen van de regio. Een ontwerp van statuten en ontwerp van samenwerkingsovereenkomst werden op gesteld en dienen ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de 26 deelnemende lokale besturen.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 41, artikel 396 en volgende.

         Het bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018.

         De beslissing van de gemeenteraad van 19 juni 2025 waar de principiële deelname kandidatuur Leuven & Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en principiële deelname aan de voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant werden goedgekeurd.

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De oprichting van de Intergemeentelijke Culturele Samenwerking (IGS) met de naam COBRA beoogt een versterking van de cultuurbeleving en -ontwikkeling in de regio Oost-Brabant. De IGS richt zich op kennisdeling, dienstverlening en de gezamenlijke ontwikkeling van culturele initiatieven en projecten, zoals vastgelegd in het meerjarenplan. Dit zorgt voor een structurele en doelgerichte samenwerking tussen de steden en gemeenten en biedt een platform voor de implementatie van grotere culturele projecten die de regio ten goede komen.

 

De werking van COBRA wordt gestructureerd en vastgelegd in een heldere Cultuurnota die in februari 2026 aan de gemeenteraden wordt gepresenteerd.

 

De oprichting van de projectvereniging Cobra zal door alle deelnemende steden en gemeenten gebeuren.

 

Voor de raad van bestuur dienen bestuurders (één met stemrecht, effectief en plaatsvervanger en één met raadgevende stem, effectief en plaatsvervanger) te worden aangeduid.

 

De (stemgerechtigde) kandidaten dienen lid te zijn van de gemeenteraad (artikel 8.4. ontwerpstatuten).

 

Gelet op de per 15 december 2025 te 12 uur schriftelijk of via e-mail voorgedragen kandidaten (voor de optionele vacature van bestuurder met raadgevende stem werden geen kandidaturen ingediend).

 

Financiële gevolgen

Zoals voorzien in de meerjarenplanning wordt er vanaf 2027 het bedrag van 0,675 euro per inwoner voorzien voor de deelname aan de IGS Cultuur Oost-Brabant ter ondersteuning van de realisatie van bovenlokale cultuurprojecten in de eigen gemeente en binnen de brede (Europese) programmalijnen 'human, nature, innovation' voor LOV2030.

 

Bijlagen

         Samenwerkingsovereenkomst IGS COBRA.

         Statuten IGS COBRA.

 

Besluit:

(gewone stemming - artikels 1, 2 en 3)eenparig aangenomen.
Artikel 1

De gemeenteraad beslist tot oprichting van de projectvereniging COBRA.

 

Artikel 2

De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten, als bijlage bij deze beslissing en er integraal deel van uitmakend, goed.

 

Artikel 3

De gemeenteraad keurt het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met de steden en gemeenten Aarschot, Begijnendijk, Bekkevoort, Bierbeek, Boortmeerbeek, Boutersem, Diest, Geetbets, Haacht, Herent, Hoegaarden, Holsbeek, Keerbergen, Kortenaken, Kortenberg, Landen, Leuven, Linter, Lubbeek, Oud-Heverlee, Rotselaar, Scherpenheuvel-Zichem, Tielt-Winge, Tienen, Tremelo, Zoutleeuw goed en bevestigt gehouden te zijn tot uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst tot 15 februari 2032.

 

Artikel 4 (geheime stemming) (11 ja-stemmen voor S. Cleynen en J. Smekens; 4 ja-stemmen voor R. Beeken en G. Clinckx; 1 blanco-stem)

De volgende personen worden aangeduid als afvaardiging van de gemeente in de raad van bestuur: vertegenwoordiger met stemrecht:

         effectief: schepen Steve Cleynen

         plaatsvervanger: raadslid-voorzitter Jo Smekens

 

Artikel 5

Dit besluit wordt ter kennis gebracht van de financieel directeur.

 

Artikel 6

De oprichtingsakte wordt binnen een termijn van dertig dagen na de dagtekening ervan ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid." "

Goedkeuring oprichting projectvereniging COBRA.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Overzicht punten

Gemeenteraad 15 december 2025

 

Aanduiding vertegenwoordiger Beheerscomité GD-PBW Interleuven (geheime stemming)

Motivering

 

Feiten en context

De gemeenteraad dient een vertegenwoordiger aan te duiden voor het beheerscomité GD-PBW aangezien het lokaal bestuur lid is van de gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk en de dienstverlenende vereniging Interleuven, en dit voor de volledige duurtijd van de legislatuur.

 

Juridische gronden

         Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         Het Koninklijk besluit van 25 maart 2020 met betrekking tot de oprichting van een gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk waarbij de gemeente Tielt-Winge aangesloten is.

         Statuten Interleuven (laatste coördinatie op 21 juni 2023).

 

Adviezen

Geen adviezen.

 

Argumentatie

De gemeenteraad dient een vertegenwoordiger aan te duiden voor het beheerscomité GD-PBW aangezien het lokaal bestuur lid is van de gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk en de dienstverlenende vereniging Interleuven, en dit voor de volledige duurtijd van de legislatuur.

 

Aangezien in het beheerscomité GD-PBW personen zetelen belast met het dagelijks beheer van de aangesloten besturen, werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van de Federale Overheidsdienst - Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD-WASO) is dit bij voorkeur de schepen voor personeel.

 

Financiële gevolgen

Er zijn geen financiële gevolgen.

 

Bijlagen

         E-mail van Interleuven van 26 november 2025.

         Statuten Interleuven

 

Besluit:

aangenomen na geheime stemming: 19 stemmen voor
Artikel 1

De gemeenteraad duidt Jan Loddewykx, schepen voor personeel, aan om het lokaal bestuur tijdens de duur van de legislatuur te vertegenwoordigen in het beheerscomité GD-PBW van de gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk van Interleuven.

 

Artikel 2

De afgevaardigde wordt aangeduid voor de ganse duur van de bestuursperiode, het voorgedragen mandaat loop vanaf de aanstelling tot de algemene vergadering volgend op de vernieuwing van de gemeenteraad in 2030, behoudens andersluidende raadsbeslissing.

 

Artikel 3

Onderhavig besluit zal bezorgd worden aan Interleuven en betrokkene.

 

Artikel 4

Deze beslissing is onderworpen aan de toepassingen van het bestuurlijk toezicht zoals blijkt uit artikels 330 e.v. van het DLB." "

Aanduiding afgevaardigde in het beheerscomité GD-PBW van de gemeenschappelijke dienst voor preventie en bescherming op het werk van Interleuven.

 

Publicatiedatum: 22/01/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.